PlusAnalyse

Zoveelste president VS vol afschuw over wapengeweld, maar er verandert vast niks

Weer is er een dodelijke schietpartij in de Verenigde Staten en weer spreekt iedereen er zijn afschuw over uit. De kans dat er iets verandert, lijkt echter klein. Het wapenbezit verdeelt zowel de samenleving als de politiek.

Mark van Assen
Rouwende mensen na de schietpartij op de Robb Elementary School in Uvalde, Texas. Beeld CHANDAN KHANNA/AFP
Rouwende mensen na de schietpartij op de Robb Elementary School in Uvalde, Texas.Beeld CHANDAN KHANNA/AFP

De blik in de ogen van president Joe Biden zei genoeg en zijn woorden klonken gemeend. “Het is weerzinwekkend. Waar is onze ruggengraat, in vredesnaam? Wanneer worden we moedig genoeg om hier iets tegen te doen en op te staan tegen de wapenlobby? Het wordt tijd dat we deze pijn omzetten in actie.”

Hij sprak kort na de moordpartij op de Robb Elementary School in Uvalde, in de staat Texas. Op deze basisschool schoot de 18-jarige Salvador Ramos negentien kinderen en twee leraren dood. Iedereen in het land deelt de verontwaardiging en het verdriet van de Democratische president na deze zoveelste uitbarsting van wapengeweld. Ook de Texaanse senator Ted Cruz, een Republikein, zei dat het een ‘gitzwarte dag’ was. “We hebben al veel te veel van deze schietpartijen gezien.”

Er verandert niks

Maar er klinken ook andere reacties. Waarom komen Joe Biden en Ted Cruz en al die andere politici bijvoorbeeld niet met concrete ideeën of maatregelen om dit soort drama’s tegen te gaan? Sterker: Biden is, zo wordt onder meer in The New York Times geconcludeerd, de zoveelste president die zijn afschuw uitspreekt, waarna er vervolgens helemaal niets verandert.

Zo zei president Donald Trump in 2018 na een bloedbad op een school in Florida (17 doden): “Geen enkel kind, geen enkele leraar zou gevaar moeten lopen in een Amerikaanse school.” President Barack Obama in 2012 na het drama op de Sandy Hook basisschool in Connecticut (26 doden): “Dit is al zo vaak gebeurd in dit land. We moeten dit soort tragedies voorkomen.” George W. Bush, in 2007, na 32 doden op de campus van Virginia Tech: “Scholen zouden veilige en heilige plaatsen moeten zijn.” En Bill Clinton, na de schietpartij op de Columbine Highschool in Colorado in 1999 (13 doden): “We moeten onze kinderen leren hun woede in woorden uit te drukken in plaats van met wapens.”

Grote verdeeldheid

Er zijn weinig kwesties die de Amerikaanse bevolking en de politiek zó verdelen als het beroemde ‘second amendment’, het tweede artikel uit de Amerikaanse grondwet. Dat garandeert het recht van burgers om wapens te hebben en te dragen.

Uit recent onderzoek van het onafhankelijke Pew Research Center blijkt dat ruim een derde van alle Amerikanen een of meerdere wapens in huis heeft. Wie verder kijkt, ziet al meteen opvallende verschillen.

Ruim 44 procent van de wapenbezitters stemt op de Republikeinse partij, 20 procent is Democraat. Ook woont 41 procent van hen op het platteland en 29 procent in steden. Als belangrijkste redenen voor de aankoop van een wapen noemen mensen ‘persoonlijke bescherming’ (63 procent) en ‘de jacht’ (40 procent).

Ook blijkt dat liefst 82 procent van de zwarte bevolking wapengeweld als een zeer groot probleem ziet, tegenover 39 procent van de witte Amerikanen. Tot slot wil iets meer dan de helft van de Amerikanen (53 procent) strengere wapenwetgeving. Dat betekent dus dat de andere helft dat niet wil.

Republikeinen versus Democraten

Het lijkt daarmee een probleem waar de Amerikanen niet uit kunnen komen. Tekenend zijn de reacties na een schietpartij zoals die in Texas, maar ook na eerdere drama’s. Waar Democraten steevast roepen om strengere wetgeving (die vervolgens stuit op Republikeinse tegenstand), willen veel Republikeinen juist dat personeel van scholen wordt bewapend (om zich beter te kunnen verdedigen). Waar Democraten vragen om betere controles van mensen die een wapen willen kopen, pleiten Republikeinen voor minder regels.

President Joe Biden geeft een reactie na de schietpartij. Beeld Anna Moneymaker/Getty Images
President Joe Biden geeft een reactie na de schietpartij.Beeld Anna Moneymaker/Getty Images

Texas, geleid door de Republikeinse gouverneur Greg Abbott, heeft bijvoorbeeld een van de soepelste wapenwetgevingen van het land. De staat telt meer dan een miljoen wapenbezitters, die niet eens meer een wapenvergunning nodig hebben. Iedereen die ouder is dan 21 jaar mag een wapen op zak hebben. Zelfs op de campus van een universiteit is het toegestaan.

Soms zijn Republikeinen en Democraten het wel eens. Zo mogen mensen met een psychische stoornis geen wapen kopen. Ook zijn beide partijen tegen het verborgen dragen van een wapen als je daar geen vergunning voor hebt. Daar staat weer tegenover dat een Democratisch plan voor een landelijke database van wapenbezitters steevast stuit op Republikeinse tegenstand. Hetzelfde geldt voor een verkoopverbod van aanvalswapens en wapens met een magazijn waar meer dan tien kogels in kunnen: Democraten zijn voor, Republikeinen zijn tegen.

National Rifle Association

Een andere – en vaak beslissende – factor in de wapendiscussie is de National Rifle Association (NRA). Deze organisatie verdedigt al bijna sinds mensenheugenis met hand en tand het second amendment. Ze noemt zichzelf ‘Amerika’s oudste burgerrechtenbeweging’ en is een van de meest invloedrijke lobbyclubs van het land.

En niet alleen dat: ze heeft ook de diepste zakken. Geen enkele belangenorganisatie geeft meer geld uit in verkiezingstijd, en dan met name aan Republikeinen. Voor veel politici is de steun van de NRA onontbeerlijk, en die verwacht daar natuurlijk ook het een en ander voor terug: niet al te veel regels voor wapenbezit.

Meer over