PlusExclusief

Zonnig, goedkoop, ontspannen: waarom expats Lissabon massaal weten te vinden

Net als Amsterdam trok Lissabon het afgelopen decennium veel expats. Maar anders dan Amsterdam ging dat daar in de pandemie gewoon door. Wat is het geheim van de Portugese hoofdstad? En wat heeft de komst van al die buitenlandse werknemers voor effect?

Sam de Graaff
Lissabon heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een populaire expatbestemming. Beeld NurPhoto/Getty Images
Lissabon heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een populaire expatbestemming.Beeld NurPhoto/Getty Images

Als ze na hun werk Lissabon in lopen, voelt het alsof ze op vakantie zijn. En dat iedere dag weer. Kim Wymeersch (30) en Mike Buyten (25) houden van het leven in Portugal. Veel buiten, ontspannen. “Het is hier een stuk gemoedelijker dan in België,” zegt de Vlaamse Wymeersch. “Zuid-Europeanen zijn nogal temperamentvol, wordt weleens gezegd. Maar dat merk je eigenlijk alleen als er iets misgaat. Meestal zijn ze heel chill.”

Wymeersch is projectmanager bij een vertaalbureau, Buyten werkt voor een callcenter. Ze leerden elkaar kennen op een festival in Nederland. Drie jaar geleden besloten ze de stap naar het buitenland te wagen. Hun bestemming: Lissabon. Buyten had er eerder met plezier gewerkt, en wilde graag terug. “Toen ben ik hem maar gevolgd,” zegt Wymeersch lachend.

Het Nederlands-Vlaamse stel is geen uitzondering. Lissabon heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een populaire expatbestemming. De groei is overweldigend, zo blijkt uit cijfers die geograaf Augustín Cocola-Gant, verbonden aan de Universiteit van Leeds, opvroeg voor een onderzoeksproject.

Neem het aantal Nederlanders. Dat steeg van 163 in 2008 naar 2252 in 2019, een groei van 1282 procent. Het aantal Fransen en Duitsers nam in dezelfde periode toe met 819 en 563 procent. En dat is maar een deel van de werkelijke aantallen: veel expats registeren zich niet.

Pandemie minder invloed

Cijfers van na de pandemie zijn er niet. Maar, zegt stadsgeograaf Luís Mendes, verbonden aan de Universiteit van Lissabon, alles wijst erop dat de stad expats is blijven trekken – anders dan Amsterdam bijvoorbeeld, waar de toestroom enige tijd stokte. Als we toch allemaal online werken, waarom dan niet vanuit een warm, relatief goedkoop land?

Maar de aantrekkingskracht van Lissabon – van Portugal – zit hem niet alleen in de zon, het strand en de ontspannen inborst van de Portugezen. Er zijn ook financiële lokkertjes. Kort na de financiële crisis introduceerde de overheid een aantal regelingen, gericht op het aantrekken van kapitaal.

Belastingvrijstellingen bijvoorbeeld, maar het meest controversieel is het zogeheten gouden visum. Wie minimaal 350.000 euro investeert in (het opknappen van) vastgoed in Lissabon of andere steden, krijgt er één. Buiten de stad gelden andere bedragen. De ontvanger mag vijf jaar vrij door de Schengenzone reizen, vervolgens kan zelfs de Portugese nationaliteit worden aangevraagd.

Schimmige miljarden

“De gouden visa hebben meer dan 6 miljard euro opgeleverd,” zegt Mendes. Het overgrote deel ging naar Chinezen, Brazilianen, Russen en Amerikanen. Hun geld was meer dan welkom: Lissabon was en is een stad met veel leegstand. De investeringen creëerden werk en economische groei, maar er bestaan ook grote zorgen over de soms schimmige herkomst van het geld. Mendes vertelt over Chinese investeerders die een statig pand in hartje Lissabon lieten opknappen. “Toen het af was, stond het leeg. Ze zijn er nooit gaan wonen. Het was ze alleen te doen om het visum.”

Inmiddels mag voor het gouden visum niet meer worden geïnvesteerd in Lissabon en Porto. Al het geld – van goudenvisaklanten én expats – heeft geleid tot een overspannen woningmarkt. Geograaf Cocola-Gant sprak voor een onderzoek met expats en inwoners van het centrum. Die laatste groep heeft de stad zien veranderen. “Lokale cafés maken plaats voor internationale ketens. Er zijn parallelle werelden ontstaan, zeggen de bewoners.”

Toch is er volgens Cocola-Gant geen sprake van een breed gedragen protest: er is wel gedemonstreerd, maar niet op grote schaal. “Als je het de inwoners vraagt, omschrijven ze de stijgende huizenprijzen als zeer problematisch. Maar Portugal kent geen uitgebreide geschiedenis van demonstraties, althans niet op dit thema. Het is ook een kwestie van demografie: veel binnenstadbewoners zijn ouder. Die gaan minder snel de straat op.”

Bewust van hun omgeving

De meeste woede – voor zover die er is – keert zich bovendien tegen de ontvangers van de gouden visa. En tegen overtoerisme: hordes bezoekers die het centrum overspoelen. Niet tegen ‘gewone’ expats. Daarbij komt, zegt stadsgeograaf Mendes, dat expats niet blind zijn voor het effect van hun komst op de stad. Zeker digital nomads, die online werken en vaak maar korte tijd op één plek blijven, zijn bewust bezig met hun omgeving. “Door die impact te erkennen kun je het effect verkleinen.”

Ook Wymeersch en Buyten doen hun best om niet in een expatbubbel te blijven hangen. Ze leren Portugees en zoeken actief contact met de lokale bevolking. “Tijdens de pandemie was het lastig, nu gaat het weer wat beter. Als we mensen bij ons thuis uitnodigen, vragen we altijd om een +1 mee te nemen. Zo hopen we meer Portugezen te leren kennen.”

Het stel denkt erover om permanent in Lissabon te blijven. Hun families zijn zelfs al over het plan ingelicht, vertellen ze. Buyten: “Al zijn ze het er nog niet allemaal mee eens.”

Op naar een zonniger oord

Bevreesd om de donkere winterse dagen in Amsterdam door te brengen, weken sommige expats uit naar zonniger oorden. Madeira bijvoorbeeld. Wie wel naar Portugal wil maar meer trek heeft in natuur dan in Lissabon of Porto, is meer dan welkom om vanaf het eiland te komen werken.

Bij het dorpje Ponta do Sol werd zelfs ‘s werelds eerste ‘digital nomad village’ opgezet, inclusief gratis gedeelde werkplekken en een flink aanbod aan workshops en andere activiteiten. Gecommuniceerd wordt er deels via chatdienst Slack – geheel zoals het een digitaal nomadendorp betaamt.

Op lijstjes met de beste bestemmingen voor digital nomads overheersen de zonnige bestemmingen, hef liefst met niet al te hoge levenskosten en – om het helemaal af te maken – aantrekkelijke belastingregels. Een zo’n bestemming is Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. Relatief goedkoop, zomers tropisch warm, een bruisend nachtleven en wie genoeg verdient, betaalt maar 1 procent omzetbelasting.

Ook Curaçao mikt sinds vorig jaar nadrukkelijk op de niet-landgebonden, de online werknemer. Door de pandemie viel het toerisme, de belangrijkste inkomstenbron op het eiland, grotendeels weg. Digital nomads kunnen dat verlies nooit volledig opvangen, maar alle beetjes helpen. Voor 535 Antilliaanse gulden (zo’n 270 euro) mag een afstandswerker maximaal een jaar op Curaçao blijven werken voor buitenlandse opdrachtgevers. Inkomstenbelasting hoeft op het eiland niet te worden betaald.

Meer over