PlusAchtergrond

Zo verlopen de coronaprotesten in onze buurlanden: ‘Ik zie twee soorten verzet’

De Belgische cultuursector protesteert tegen de coronamaatregelen in Brussel op tweede kerstdag. De meeste demonstranten droegen mondkapjes en namen zo veel mogelijk de anderhalve meter afstand in acht.  Beeld EPA
De Belgische cultuursector protesteert tegen de coronamaatregelen in Brussel op tweede kerstdag. De meeste demonstranten droegen mondkapjes en namen zo veel mogelijk de anderhalve meter afstand in acht.Beeld EPA

Zondag was het weer raak in Amsterdam: ruim tienduizend mensen protesteerden er tegen de coronamaatregelen. Ook in Duitsland en België hebben sinds het begin van de pandemie protesten plaatsgevonden. En ook daar ging het om een bonte groep demonstranten.

Sam de Graaff

Koffiedrinkers, betogers met gele paraplu’s, boeren met tractoren, (zelfbenoemde) veteranen – coronademonstraties trekken mensen van een ogenschijnlijk nogal divers pluimage, verbonden in hun afkeer tegen het beleid. Dat bleek afgelopen zondag ook weer in Amsterdam, toen circa tienduizend mensen zich daar verzamelden op het Museumplein.

Typisch Nederlands is het niet, die mix. Neem Duitsland. “De eerste demonstraties, in de zomer van 2020, waren heel heftig,” zegt Hanco Jürgens, wetenschappelijk medewerker van het Duitsland Instituut Amsterdam. “Daar zag je een combinatie van groepen: aanhangers van alternatieve geneeswijzen, links-alternatieven die zich verzetten tegen staatsdwang, maar ook extreemrechts.”

Nieuwe besmettingen, nieuwe maatregelen, nieuwe protesten – na die eerste zomer zouden betogers nog regelmatig de straat op gaan.

Een van de grootste betogingen van de afgelopen maanden vond begin december plaats in Wenen, waar 40.000 mensen protesteerden tegen een lockdown en een (aangekondigde) vaccinatieplicht. Ook daar trokken (extreem)rechtse partijen op met vaccinsceptici. ‘Ongevaccineerd = natuurlijke gezondheid’ naast ‘wij zijn het volk’.

Uitlaatklep

Ook Brussel was afgelopen maand diverse keren het toneel van protesten tegen strengere maatregelen. En ook hier: uiteenlopende groepen uitten hun onvrede. Maarten Vansteenkiste, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Gent, stelt dat onvrede met het coronabeleid een uitlaatklep kan zijn voor bestaande frustraties.

Daarbij maakt hij onderscheid tussen twee soorten verzet. “Er is een rebelsere vorm, waarbij men zich afzet tegen de autoriteiten en het hele coronabeleid. En een meer reflectieve vorm, selectiever in het verzet en met een constructievere opstelling.”

Vansteenkiste legt het uit aan de hand van twee betogingen, allebei in Brussel. Bij de ene ging vooral de cultuursector de straat op. Daar droegen veel mensen mondkapjes en werd afstand gehouden. Bij de andere waren het vooral vaccinsceptici. Daar hielden betogers geen rekening met afstandsregels of een mondkapjesplicht.

“Daarin schuilt een belangrijk onderscheid,” zegt Vansteenkiste. “De cultuursector is erg gemotiveerd om activiteiten op een veilige wijze te laten verlopen. Vaccinsceptici willen het liefst dat alle regels onmiddellijk worden opgeheven.”

De cultuursector kwam in opstand tegen specifiek beleid, bij die andere groep leeft een diepere frustratie.

Vaccinscepsis

In Duitsland bestaan regionale verschillen tussen de achtergrond van de betogers, vertelt Jürgens. In de rijke, zuidelijke deelstaten Beieren en Baden-Württemberg is het geloof in alternatieve geneeswijzen een belangrijke reden voor de lage vaccinatiegraad. In het zuidoosten, met name in Saksen, is de vaccinscepsis opgepikt door de rechtse Alternative für Deutschland (AfD) – een gebied waar wantrouwen bestaat tegen alles uit ‘Berlijn’.

“Inmiddels zijn de betogingen kleinschaliger,” zegt Jürgens. Vorige maand kwamen 10.000 betogers samen in Rostock, in Hamburg was 8000 man op de been. En maandag gingen meer dan 10.000 mensen de straat op in meerdere steden.

Aanzienlijke aantallen, maar minder dan de 30.000 mensen die anderhalf jaar geleden door Berlijn trokken. “Extreemrechts is steeds aanweziger, het lijkt erop dat ze andere betogers toch een beetje hebben afgeschrikt.”