Nieuws

Zes landen slaan handen ineen bij onderzoek oorlogsmisdaden in Oekraïne

Estland, Letland en Slowakije sluiten zich aan bij een internationaal onderzoek naar vermeende oorlogsmisdaden tijdens de oorlog in Oekraïne. In dat gezamenlijke onderzoeksteam zitten al Oekraïne, Polen, Litouwen en het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dat is vanmiddag bekendgemaakt tijdens een persconferentie in Den Haag.

Sanne Schelfaut
Oekraïense hoofdaanklager Irina Venediktova en naast haar aanklager van het ICC Karim Khan tijdens de persconferentie. Beeld ANP
Oekraïense hoofdaanklager Irina Venediktova en naast haar aanklager van het ICC Karim Khan tijdens de persconferentie.Beeld ANP

De samenwerking moet helpen verdachten te vervolgen. Sinds de Russische inval in Oekraïne, eind februari, zijn berichten naar buiten gekomen over massagraven, standrechtelijke executies en verkrachtingen door Russische militairen.

Oekraïne heeft sinds het begin van de oorlog 15.000 oorlogsmisdaden geregistreerd. Daarvoor zijn meer dan zeshonderd verdachten in beeld, aldus de Oekraïense hoofdaanklager Irina Venediktova. “We hebben tot nu toe het bewijs rond van tachtig oorlogsmisdaden. Die zaken worden door onze rechters beoordeeld, en er zullen er nog vele volgen.”

Recht doen

Oekraïne kan volgens Venediktova internationale hulp goed gebruiken om bewijs van oorlogsmisdaden te verzamelen en recht te doen aan de slachtoffers. “Daarom ben ik blij dat het Joint Investigation Team (JIT) nu uit zes leden bestaat, plus alle medewerking van het Internationaal Strafhof. De JIT-overeenkomst zorgt ervoor dat we bewijs met elkaar kunnen delen over mogelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Want we kunnen dit niet alleen.”

De Litouwse hoofdaanklager Nida Grunskiene gaf aan dat het voor haar land niet meer dan logisch is om mee te doen aan het onderzoek. “In Litouwen hebben we ervaring met oorlogsmisdaden die begin jaren 90 door Sovjets zijn begaan. Het heeft ons dertien jaar gekost om die juridische zaken rond te krijgen. We hadden geen hulp van buitenaf, dat kostte heel veel tijd. Daarom is het belangrijk dat we Oekraïne helpen, ze kunnen dit niet alleen.” Ook haar Poolse collega Dariusz Barski had deze boodschap. “Ruim 3,5 miljoen Oekraïners zijn naar Polen gevlucht. Sommigen hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt. We hebben 1100 mensen geïnterviewd en hun ervaringen gedocumenteerd; dit zullen we met het JIT delen.”

Hoofdaanklager Venediktova geeft aan dat haar land vooral behoefte heeft aan experts die ter plaatse onderzoek doen. “Denk aan juristen, maar ook aan forensisch experts. De zaken stapelen zich op, het is noodzaak dat we niet alleen een militair, maar ook een juridisch front vormen. Want dit is nog maar het begin. We hebben gezien wat er in Boetsja en omgeving is gebeurd. Maar we hebben tot nu toe geen toegang tot zwaar getroffen gebieden in vooral de Donbas. Toch zijn we ook voor deze regio al begonnen met het verzamelen van bewijs. Bewijs van inwoners die zijn gevlucht en aan ons vertellen wat ze hebben meegemaakt.”

De Europese justitieorganisatie Eurojust, gevestigd in Den Haag, ondersteunt het internationale onderzoeksteam. Eurojust helpt het JIT met onder meer operationele, juridische en financiële bijstand. Ook faciliteert Eurojust de samenwerking tussen de betrokken landen en het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Kantoor in Kiev

Karim Khan, hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof, hoopt dat nog meer landen zich zullen aansluiten bij het JIT. “Samenwerken betekent niet dat een land zijn onafhankelijkheid verliest. Het gaat erom dat het recht zegeviert en dat kan veel beter als we efficiënt samenwerken in plaats van dat meerdere organisaties en landen apart onderzoek doen,” aldus Khan die ook bekendmaakte dat het Strafhof zeer binnenkort een eigen kantoor in de Oekraïense hoofdstad Kiev opent om het onderzoek te helpen.

Nederland stuurt enkele tientallen marechaussees naar Oekraïne. Ze moeten er bewijsmateriaal verzamelen voor het Internationaal Strafhof. Khan verwacht dat de Nederlandse marechaussees op termijn worden afgelost door onderzoeksteams uit andere landen.

Ladislav Hamran, voorzitter van Eurojust, zei tijdens de persconferentie dat er tot nu toe ontzettend veel bewijs van oorlogsmisdaden is verzameld. “Dat hebben we nooit eerder zo gezien tijdens een oorlog. Het is het meest gedocumenteerde gewapende conflict uit de geschiedenis.”

In Oekraïne zijn tot nu toe drie Russische militairen veroordeeld voor oorlogsmisdaden. De rechtbank heeft vandaag twee Russen een celstraf van elf jaar en zes maanden opgelegd. Het was het tweede proces over oorlogsmisdaden sinds het begin van de Russische invasie.

De Russen Alexander Bobikin en Alexander Ivanov stonden terecht voor het beschieten van een voorstad van Charkov in Oost-Oekraïne. Daarbij zou een onderwijsinstelling zijn geraakt. Ze hebben al gezegd schuldig te zijn. Volgens hun advocaat volgden ze een bevel op en hebben ze spijt van hun daden. Vorige week veroordeelde de Oekraïense rechtbank voor het eerst een Russische militair voor oorlogsmisdaden. De 21-jarige Vadim Sjisjimarin kreeg levenslang voor het doodschieten van een ongewapende burger.