PlusReportage

Wie voedt de daklozen van Kaapstad nog?

Noodopvang Strandfontein moest de daklozen van Kaapstad door de lockdown helpen. Beeld Getty
Noodopvang Strandfontein moest de daklozen van Kaapstad door de lockdown helpen.Beeld Getty

De daklozen van Kaapstad zijn de wanhoop nabij: veel inkomsten vielen weg tijdens de lockdown en ze zijn nergens welkom. Een lotgenoot probeert het tij te keren.

Kevin van Vliet

Het blinde gemak waarmee Carlos Mesquita (52) door het verkeer zigzagt, verraadt zijn tijd op straat. Hij liep deze weg omhoog iedere dag, vanaf het stadsplein waar hij zijn koopwaar uitstalde, terug naar de voet van de Tafelberg, waar zijn tent stond. “Ik had structuur nodig omdat ik aan de crystal meth zat, dus ik had een handeltje. Alles tweedehands. Telefoons, boeken. Ik heb nooit hoeven bedelen. Op mijn hoogtepunt, twee jaar geleden, verdiende ik meer dan toen ik nog werkte.”

Mesquita bezat eens een platenzaak, een platenmaatschappij, een huis in Johannesburg en een pied-à-terre in Kaapstad. “Op mijn 21ste had ik een miljoen op de rekening.” Met het succes kwamen de drugs. Verslaafd belandde hij op straat. Tijdens zijn eerste nacht regende het.

Van straat geplukt

In april vorig jaar werden Mesquita en zo’n tweeduizend andere daklozen in Kaapstad door de politie van de straat geplukt. “Ze zeiden dat als we niet vrijwillig kwamen, ze ons zouden arresteren.” Met bussen werden ze overgebracht naar een omheind sportveld. Deze noodopvang – Strandfontein – moest hen door de lockdown helpen.

Mesquita herinnert zich bruin toiletwater en het geschreeuw van ontwennende heroïnegebruikers. “We zouden daar veilig moeten zijn voor covid, maar het was duidelijk dat we daar werden vastgehouden.”

Rapporteurs van de South African Human Rights Commission noemden het kamp een ‘grove schending van de mensenrechten’. Te veel mensen op te weinig vierkante meters, amper toegang tot medische hulp en psychische bijstand; Artsen zonder Grenzen waarschuwde voor een verhoogd risico op blootstelling aan onder meer covid en tuberculose.

Actiecomité

Mesquita en medebewoners vormden een actiecomité en dwongen bij de rechter een verplaatsing af. De lockdown werd versoepeld, en onder maatschappelijke druk sloot kamp Strandfontein zes weken na opening.

Daarmee was de ellende niet voorbij. De pandemie maakt het leven op straat in Zuid-Afrika nog harder dan het al was. Het land herstelt weliswaar van een derde besmettingsgolf, maar de lockdown duurt voort. Toeristenhordes blijven uit, prullenbakken blijven leeg. En de avondklok verbiedt het om na tienen nog op straat te zijn. Een overtreding zit in een klein hoekje. Wie bedelt, rondhangt of wildkampeert riskeert een boete, waarvoor vaak geen geld is.

De gemeente stelt iets meer dan 2000 bedden beschikbaar voor de ruim 14.000 daklozen van Kaapstad. Volgens Mesquita is het merendeel tijdens de lockdown naar het stadscentrum toe getrokken. “Het is momenteel de enige plek om te overleven, omdat daar de vrijwilligersposten zijn.”

Winternachten

De weg voert langs het De Waal Park. Op een bankje zit Tania Fioagua (33). Ze eet een zak chips leeg. “We kunnen haast niet aan eten komen,” vertelt ze. “De mensen willen ons geen geld meer geven.”

Vannacht is Tania’s tent afgefikt. Ze werd wakker van het vuur en heeft geen idee wat er precies is gebeurd. Eerst laat ze de brandplekken in het eelt van haar handpalmen zien, dan het zwartgeblakerde perceel zelf. Al haar bezittingen zijn in de as gelegd. Ze begint te huilen. Wat moet ze doen? De winternachten zijn koud, het regent soms dagen.

Carlos Mesquita kan zich inmiddels daklozen­ambassadeur noemen. In een oude YMCA heeft hij een daklozenopvang opgezet voor 168 mannen en vrouwen. Bij de gemeente ligt een aanvraag voor een nieuwe opvang, in een leegstand ziekenhuis. Hij probeert daklozen aan een identiteitsbewijs te helpen, zodat ze zich kunnen laten vaccineren en in oktober kunnen stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Vorig jaar werden zo’n tweeduizend daklozen in Kaapstad van de straat geplukt en met bussen overgebracht naar de omheinde noodopvang Strandfontein. Beeld Getty
Vorig jaar werden zo’n tweeduizend daklozen in Kaapstad van de straat geplukt en met bussen overgebracht naar de omheinde noodopvang Strandfontein.Beeld Getty

In een park aan de voet van de Tafelberg, langs een beekje, staat het provisorische tentenkamp waar Mesquita zelf woonde.

Moestuin met stekjes

Veel van de jongens hier zaten ook in kamp Strandfontein. Clinton Hendricks (46) werkt aan zijn moestuin, gevuld met stekjes die hij van boven op de berg haalt. Mesquita brengt kleden. Hij wordt opgewacht door kampopzichter Gavin Abrahams (31) en zijn levenspartner Marlene Hendricks.

Ze zijn hier met zijn twintigen, en zolang het ordentelijk blijft, gedoogt de gemeente dit tentenkamp. Aan de rand van het park ligt de villawijk. “Zij willen ons weg hebben,” zegt Abrahams. “Die zijn natuurlijk bang dat de waarde van hun huizen daalt,” zegt Mesquita. “En ondertussen geeft de gemeente ons maar geen goedkeuring voor dat ziekenhuis. We kunnen daar met gemak honderden mensen in kwijt.”

De kleden zijn welkom. Het is hoog winter in Zuid-Afrika en het einde van de lockdown is nog niet in zicht.

Meer over