PlusExclusief

Wie de Japanse maffia verlaat, krijgt van Tokio geen enkele hulp. ‘Wij hebben geen mensenrechten’

De Japanse overheid probeert de Japanse maffia uit te roeien, maar maakt het moeilijk voor spijtoptanten het criminele circuit te verlaten.

Anoma van der Veere
Yakuzaleden tonen hun tattoos. Beeld Getty Images
Yakuzaleden tonen hun tattoos.Beeld Getty Images

De voetpaden van Shinjuku in Tokio zijn belicht met grote neonreclameborden voor gokhallen, bordelen en karaokebarretjes. Elke dag stromen duizenden mensen door de kronkelende achterafstraatjes van deze buurt, het grootste uitgaansgebied in Japan.

Op de straathoeken staan grote mannen met een streng gelaat, met op hun felgele hesjes Safety Patrol gedrukt. Het weerspiegelt de reputatie van de buurt: jarenlang was de Japanse maffia hier heer en meester. Nu staan deze misdaadgroepen, ook wel bekend als de yakuza, op uitsterven.

Manabu Yuusa liep hier vroeger rond als bendelid. In een rustig buurtparkje weg van de drukte vertelt hij zijn verhaal. “Ik deed van alles. Mensen met geweld bedreigen, drugs dealen. Eigenlijk alles wat tegen de wet ingaat.”

Inmiddels is hij uit het criminele leven gestapt, nadat hij onder invloed van de vijfde verdieping was gesprongen. Hij overleefde het net, maar lag een jaar lang in het ziekenhuis. Door zijn verbrijzelde been kon hij niet goed meer lopen. “Voor mijn baas was ik ineens nutteloos. Dat was het einde voor mij.” Hij kijkt peinzend naar de grond.

Bestempeld als antisociaal

Volgens de politie hebben tussen 2011 en 2020 bijna zesduizend mensen hun bende verlaten. Iedereen die nauwe banden heeft met de yakuza wordt op een volglijst gezet; sta je daar op, dan mag je geen bankrekening openen.

Dat betekent geen appartement huren, loon ontvangen of uitkering aanvragen. “Je wordt bestempeld als antisociaal, dus dan mag je niet meer meedoen met de samenleving,“ vertelt Yuusa. Ook als je de bende verlaat en dit aangeeft bij de politie sta je nog minimaal vijf jaar op de lijst.

Nog geen twintig jaar geleden hadden misdaadgroepen grote delen van de Japanse economie in handen. Ze kochten politici om, dwongen vrouwen tot prostitutie en kochten grote stukken land op om vastgoedprijzen kunstmatig te laten stijgen. Dit ging veelal gepaard met extreem geweld. Televisiebeelden van liquidaties en omkoopschandalen schokten het land. Het publiek keerde zich tegen hen, en de politie greep hard in.

Criminele kopstukken in handboeien afgevoerd

Op televisie was te zien dat de hoofdkwartieren van yakuzabendes werden ontruimd en topstukken in het Japanse criminele circuit in handboeien werden afgevoerd. In deze tijd verliet Yuusa het criminele pad; het werd tijd om eerlijk werk te vinden, maar na lange celstraffen en met een dik strafblad was dat lastig.

“Het was een lange weg. Ik heb in een noedelrestaurant gewerkt en vrijwilligerswerk gedaan in een afkickkliniek. Na negen jaar heb ik eindelijk een vaste baan in een verzorgingstehuis, maar ik ben in de minderheid.”

Om de drempel voor spijtoptanten zoals Yuusa iets te verlagen zijn 35 regio’s in Japan een paar jaar geleden begonnen met een herintegratieprogramma. Bedrijven krijgen financiële steun en toestemming een bankrekening te openen voor voormalige bendeleden die in dienst komen.

Het was een veelbelovend programma, maar slechts 52 van de ruim duizend mensen die tussen 2019 en 2020 hun misdaadgroep officieel verlieten, lijken er gebruik van te maken. In eerdere jaren lag het cijfer nog lager.

Bekeerd tot het christendom

Volgens Tetsuo Nakajima komt dat omdat ex-yakuza nog altijd niet geaccepteerd worden door de Japanse samenleving. “Als je eerlijk bent op je CV en aangeeft dat je in een misdaadgroep hebt gezeten, dan garandeer ik je dat je niet op sollicitatie mag komen.”

Nakajima was vroeger kapitein in de Sumiyoshi-kai, de grootste yakuzagroep in Tokio. Hij bekeerde zich tot het christendom en werd pastoor. Nu runt hij een kerk vanuit een klein kamertje op de tweede etage van een kantoorpand in Tokio.

Elke zondag staat hij met zijn kleine zwarte Bijbel klaar om gelovigen op te vangen. Geregeld kloppen er ook oud-bendeleden bij hem aan. “Zelfs degenen die weer het rechte pad willen volgen, lukt het niet. Voor de meesten is het terug de criminaliteit in of doodvallen,” zegt hij.

Maffiabaas ter dood veroordeeld

De Japanse politie zet nog steeds in op de volledige uitroeiing van de yakuza. Vorig jaar werd Satoru Nomura, baas van de extreem gewelddadige Kudo-misdaadgroep, ter dood veroordeeld. Het was de eerste keer dat een rechter de zwaarste straf uitdeelde aan een maffialid, voor de autoriteiten was het een belangrijk moment in hun strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Tegelijk erkennen ze dat er herintegratieproblemen zijn. Op 1 februari stuurde de nationale politie een officieel samenwerkingsverzoek naar het Landelijke Agentschap voor Financiële Diensten om het mogelijk te maken dat oud-bendeleden zelf een bankrekening kunnen openen.

Voor Yuusa komt het te laat. “Ik kreeg geen enkele steun.” Nakajima is ook duidelijk. “In Japan mogen wij niet bestaan. We hebben geen mensenrechten.”

Leegloop bij de yakuza

Voor Japanners is het door de jaren heen steeds minder aantrekkelijk geworden om bij een bende te zitten. In 1991 telde de yakuza nog 91.000 leden verspreid door heel Japan. Volgens ex-bendelid Tetsuo Nakajima had de Sumiyoshi-kai meer dan 13.000 leden toen hij nog actief was. Nu telt dezelfde groep nog slechts 2600 mensen.

De Japanse nationale politie stelt dat er als gevolg van haar strenge beleid nog maar 25.900 actieve bendeleden over waren in 2020, een daling van 72 procent. Dit heeft merkbare gevolgen gehad op het geweld in Japan: terwijl er in 2001 nog 178 yakuza-gerelateerde schietincidenten waren, telde de politie er nog maar veertien in 2020.

Meer over