PlusInterview

Weer zijn vrouwen het slachtoffer in Afghanistan, benadrukt gevluchte politica Fawzia Koofi

De Afghaanse gevluchte politica Fawzia Koofi zet vanuit het buitenland haar strijd voor vrouwenrechten in Afghanistan voort. ‘Het Westen moet de Taliban onder druk zetten, alleen maar holle dreigementen zijn niet genoeg.’

Tom Kieft
Fawzia Koofi, ex-vicevoorzitter van het Afghaanse parlement.  Beeld Marc Driessen
Fawzia Koofi, ex-vicevoorzitter van het Afghaanse parlement.Beeld Marc Driessen

“Door dat koude weer hier in Nederland,” zegt Fawzia Koofi (46), terwijl ze haar rechtermouw opstroopt, “doet mijn arm weer zo’n pijn.” Op haar onderarm zijn twee paarsrode putten te zien. Littekens van een moordaanslag augustus vorig jaar in de Afghaanse provincie Parwan. Ze werd onder vuur genomen terwijl ze met een van haar dochters in een auto zat. De dochter bleef ongedeerd, Koofi raakte zwaargewond. Nog altijd kan ze haar arm niet volledig strekken.

Het was de tweede aanslag op haar leven, na een eerdere poging in 2010. Wie daarachter zaten is nooit opgehelderd; vijanden heeft de vrouwenrechtenactivist en voormalige vicevoorzitter van het lagerhuis van het Afghaanse parlement genoeg. Maar daar wil Koofi, die dinsdag in Amsterdam was voor een debatavond over de situatie in Afghanistan in De Balie, niet te lang bij stilstaan. Niet met alles wat er in Afghanistan gaande is.

Elke dag, vertelt ze, krijgt ze meerdere hartverscheurende verhalen toegestuurd vanuit haar geboorteland, dat sinds augustus weer in handen is van de Taliban. Vooral vrouwen hebben zwaar te lijden onder de terugkeer van de moslimfundamentalisten, die ook eind jaren negentig het land volgens shariawetgeving bestuurden. Meisjes boven de 12 jaar mogen niet naar school, volwassen vrouwen mogen niet zonder begeleiding de deur uit, laat staan werken. “Helaas zijn vrouwen weer het voornaamste slachtoffer van dit alles.”

Vredesonderhandelingen

Het raakt haar persoonlijk. Niet alleen stond ze als eerste vrouwelijke vicevoorzitter van het lagerhuis symbool voor de vrijheden die Afghaanse vrouwen verworven hadden, nadat de Taliban in 2001 door de Amerikanen waren verdreven. Ook was ze een van slechts vier vrouwen die betrokken waren bij de vredesonderhandelingen tussen de Afghaanse regering en de Taliban. Koofi’s hoop was dat die zouden leiden tot de vorming van een inclusieve regering, waarin de Taliban de macht zouden delen met vertegenwoordigers van alle etnische groepen in het land – en waarin vrouwenrechten gewaarborgd zouden worden.

Het liep, weten we nu, allemaal anders. Toen de Amerikanen dit jaar, na twintig jaar militaire aanwezigheid in Afghanistan, hun troepen terugtrokken – en de Navo-bondgenoten dat voorbeeld volgden – overrompelden de Taliban het op papier vele malen grotere Afghaanse leger. Gedesillusioneerd door corruptie en het maandenlang uitblijven van salarisuitbetaling, legden de Afghaanse regeringstroepen de wapens vaak al neer als de Talibansoldaten eraan kwamen. Op 14 augustus viel de hoofdstad Kabul in handen van de Taliban – die sindsdien het land weer precies zoals twintig jaar geleden met harde hand regeren.

Met de kennis van nu lijkt het naïef dat Koofi dacht tot de Taliban door te kunnen dringen. En ja, geeft ze toe, deels was het uit medemenselijkheid dat ze de Taliban op hun woord wilde geloven. Maar volgens haar hadden de onderhandelingen wel degelijk kans van slagen – totdat de toenmalige Amerikaanse president Donald Trump in 2020 plots eigenhandig besloot een vredesdeal met de Taliban te sluiten, zonder de Afghaanse regering daarbij te betrekken.

“Dat was een keerpunt. De Taliban kregen daardoor het gevoel alsof ze al gewonnen hadden.” Dat was direct te merken aan de onderhandelingstafel, zegt Koofi. “De Taliban die ik in 2020 aan de onderhandelingstafel trof, waren compleet anders dan een jaar eerder.”

Leven uit haar koffer

De nekslag deelde Trumps opvolger echter uit, zegt Koofi. “We waren bij de onderhandelingen net concreet aan het kijken met de Taliban hoe een islamitische regering eruit zou moeten komen te zien, toen Joe Biden in april de aftocht aankondigde.” De Taliban zagen daarna hun kans schoon.

Aanvankelijk peinsde ze er niet over te vluchten. Toen haar dochters daags na val van Kabul konden worden geëvacueerd, bleef ze dan ook achter. Al gauw bleek echter dat ze in Afghanistan weinig meer kon betekenen, omdat de Taliban haar in de gaten hielden. Onderhandelaars in Qatar bedongen bij de Taliban haar evacuatie en op 30 augustus – de dag dat de laatste Amerikaanse troepen het land verlieten – stapte ze op een vliegtuig vanaf Kabul.

Anders dan haar twee dochters, heeft Koofi nergens asiel aangevraagd. Ze leeft uit haar koffer en reist door Europa om haar missie voort te zetten. Want het is nog niet te laat voor Afghanistan, benadrukt ze, mits de internationale gemeenschap de Taliban dwingt de macht te delen en stopt met het onderdrukken van vrouwen. “Het Westen moet de Taliban onder druk zetten, harde eisen stellen aan samenwerking en humanitaire gelden. Alleen maar dreigementen zijn niet genoeg.”

Dat is ook voor Europa zelf van belang, benadrukt ze. Ten eerste om te voorkomen dat Afghanistan weer kan uitgroeien tot broeinest voor terroristische organisaties zoals in 2001, toen Al Qaida vanuit Afghanistan de aanslagen van 11 september aanstuurde. Maar ook omdat het hier ontwrichtende gevolgen voor de samenleving kan hebben, als de Taliban aan legitimiteit wint. “Hoe meer ruimte deze extremistische groepen krijgen, hoe meer dat zal leiden tot extreme reacties vanuit jullie kant van de wereld. Daardoor zal gematigd, liberaal gedachtegoed terrein verliezen.”

Koofi weet dat het in Afghanistan nu vermoedelijk voor haar nog gevaarlijker is dan voorheen. Toch gaat ze terug zegt ze, als de asielprocedure van haar dochters rond is (om veiligheidsredenen houdt ze geheim waar die verblijven). Ze wil zich in haar land weer inzetten voor haar mede-Afghanen. Ook als ze dat met haar leven zou moeten bekopen. “Het is mijn roeping te vechten voor Afghanistan – daar moet ik risico’s voor durven nemen.”

Twintig jaar voorvechter van vrouwenrechten

Fawzia Koofi (1975) was de eerste vrouwelijke vicevoorzitter van het Afghaanse parlement en behoorde tot de Afghaanse delegatie bij de vredesonderhandelingen met de Taliban vanaf 2019. Ze begon haar politieke carrière in 2001 na de val van de Taliban. Eerst via Unicef en daarna als parlementariër, heeft ze zich ingezet voor het verdedigen van vrouwenrechten in Afghanistan. Sinds Koofi deze zomer Afghanistan is ontvlucht, zet ze zich vanuit het buitenland in voor haar geboorteland.

Meer over