PlusWereldstad

Wat kan Amsterdam leren van Tallinn, Europa’s groene hoofdstad?

Een park nabij de oude stad van Tallinn, hoofdstad van Estland.  Beeld Getty Images
Een park nabij de oude stad van Tallinn, hoofdstad van Estland.Beeld Getty Images

De Estse hoofdstad Tallinn is in 2023 de groene hoofdstad van Europa. Een leuke marketingtitel, of is het meer dan dat? En kan Amsterdam, waar de hoeveelheid groen per inwoner de afgelopen jaren afnam, iets leren van Tallinn?

Sam de Graaff

Op het moment dat Eurocommissaris Virginijus Sinkevicius (Milieu) begon te spreken, hield de zaal in het Finse Lahti collectief de adem in. Wat hij op die september­avond 2021 bekend ging maken, zou voor een van de vier genomineerde steden de beloning vormen van jarenlang hard werken. De rest wachtte een kater.

Ook de delegatie van Tallinn luisterde gespannen. Twee keer eerder had de Estse hoofdstad meegedongen naar de titel ‘Europese groene hoofdstad van het jaar’. Twee keer zonder succes.

Maar driemaal bleek scheepsrecht: Tallinn, met bijna 450.000 inwoners, werd uitgeroepen tot de Europese groene hoofdstad van 2023. “Er gingen twee dingen door mij heen,” zegt Vladimir Svet, als locoburgemeester van Tallinn verantwoordelijk voor milieu en openbare werken. “Mijn eerste gedachte was: geweldig, nu komt er budget voor onze groene plannen. Tegelijkertijd: mijn God, nu moeten we dit waarmaken.”

Want plannen had Tallinn genoeg. Dat moest ook wel: wie kans wil maken op de titel, moet ­beslagen ten ijs komen. Steden worden beoordeeld op twaalf ‘indicatoren’, waaronder luchtkwaliteit, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De aanmelding wordt eerst getoetst door een groep experts, waarna een jury het uiteindelijke oordeel velt. Sinds 2008 kiest de Europese Commissie een groene hoofdstad. De eerste was Stockholm, daarna volgden onder meer Hamburg, Nantes en Lissabon.

Natuurlijk, het is prachtige marketing om een jaar de titel ‘groene hoofdstad’ te mogen dragen. En ja, er is een geldprijs van 600.000 euro, maar belangrijker, zegt Svet, zijn de prestige van de prijs en de druk die daarbij komt kijken: een groene hoofdstad moet wel vergroenen. Noblesse oblige.

Bestuiverssnelweg

Bovendien speelt het milieu voor Esten van oudsher een belangrijke rol, vertelt Svet. Het protest dat ertoe leidde dat Estland in 1991 zijn onafhankelijkheid herwon, ontstond uit een milieubeweging. Uit angst voor milieuschade kwamen de Esten massaal in opstand toen de Sovjet-Unie besloot om het gesteente fosforiet te winnen in Estland. De beslissing werd teruggedraaid, maar de geest was uit de fles. Het protest tegen fosforietwinning groeide uit tot een strijd voor onafhankelijkheid.

“Toch is de milieuagenda ook hier de afgelopen jaren sterker geworden. Net als in veel andere Europese steden,” zegt Svet. “Tien jaar geleden begonnen inwoners bij het herinrichten van een straat nog over parkeerplekken. Nu hebben ze het ook over de kwaliteit van de publieke ruimte. Geluidsoverlast, het groen. We zien dat onze­ ­inwoners de stad willen veranderen.”

Stapje voor stapje wordt Tallinn vergroend. Tegen 2030 moet de uitstoot met 40 procent zijn teruggebracht, in 2050 moet de stad klimaat- neutraal zijn. De kilometerslange kustlijn, tijdens de Sovjet-Unie een streng bewaakt grensgebied, wordt toegankelijk gemaakt. Dwars door de stad loopt de ‘bestuiverssnelweg’: een langgerekt park in een gebied waar ooit hoogspanningskabels liepen. En in het oosten van de stad ligt Tondiraba Park, een 29 hectare groot moerasgebied inclusief hardlooppaden en een botanische tuin.

Veel groene projecten in Tallinn liggen aan de rand van de stad. Daar, tussen oude Sovjet­gebouwen, bezit de gemeente relatief veel grond. Het is echter ook een bewuste keuze van het stadsbestuur om aan armere buurten extra aandacht te besteden.

Vergroening in Amsterdam

In Amsterdam is deze ‘klimaatrechtvaardigheid’ een van de dingen waar het soms nog aan schort, zegt Annick Mantoua, directeur van de Amsterdamse duurzaamheidsorganisatie De Gezonde Stad. “Niet alle Amsterdammers en alle stadsdelen hebben evenveel toegang tot groen. Daarbij gaat het ook om toegang tot subsidies. Een aanvraag vraagt om mondigheid en de juiste connecties.”

Toch is Mantoua over het algemeen best te spreken over het Amsterdamse beleid. De Gezonde Stad, een stichting die met bewoners bekijkt hoe de stad groener kan worden, werkt goed met de gemeente samen, vertelt ze. Natuurlijk zijn er aandachtspunten: zo is Amsterdam Europees een middenmoter als het aankomt op luchtkwaliteit (Tallinn staat vierde) en loopt de hoeveelheid groen per Amsterdammer al enkele jaren terug. Maar aan ambitie geen gebrek, ziet Mantoua. “Afgelopen jaren zijn veel plannen gemaakt. Nu moet het gaan gebeuren.”

Ook Thomas Mattijssen vindt dat Amsterdam het relatief goed doet. Als projectleider ‘groen in de stad’ bij Wageningen Economic Research zocht hij in Amsterdam naar geschikte locaties voor kleinschalige vergroening. Een buurttuin of een postzegelpark, bijvoorbeeld. “De gemeente luistert naar lokale organisaties. De intentie om samen te werken, is er wel. Bovendien gooit Amsterdam er serieus geld tegenaan.” De zogeheten Groengelden bedroegen tussen 2019 en 2022 alleen al 35 miljoen euro. “Geen peanuts,” zegt Mattijssen.

En andersom, valt er voor Tallinn iets te leren van Amsterdam? Locoburgemeester Svet denkt van wel. “Op een aantal vlakken geldt Amsterdam echt als een voorbeeld. Qua fietscultuur, qua infrastructuur. Daar kunnen wij meer van hen leren dan omgekeerd.”

Eerdere groene steden

Tallinn is uitgeroepen tot groene hoofdstad van Europa − maar wel pas die van 2023. Grenoble is dit jaar houder van de duurzaamheidstitel. De Franse stad, gelegen aan de voet van de Alpen, is omgeven door bergen. Daardoor is de ruimte beperkt, ook voor groen. Grenoble won de prijs dan ook vooral voor de reductie van uitstoot en de bijzondere stadsplanning. Sinds 2017 is voor 320 kilometer aan fietspaden aangelegd en daarnaast is er veel aandacht voor ‘verticaal groen’ op gebouwen.

Nijmegen was de groene hoofdstad van 2018. Nadat het de titel van 2016 had moeten laten aan de Sloveense hoofdstad Ljubljana en het Duitse Essen een jaar later werd verkozen, mocht het zich in 2018 toch Europa’s beste noemen. De jury prees onder meer de hoeveelheid groene daken, het grote aantal fietsers en de manier waarop de Waal werd verlegd om de rivier meer ruimte te geven.

Dit jaar telt Nederland overigens ook een titelhouder: Winterswijk. De Gelderse stad won niet de belangrijkste prijs, maar wel de zogeheten ‘Green Leaf’-categorie, de prijs voor steden met tussen de twintig- en honderdduizend inwoners. Vooral de betrokkenheid van de bewoners wordt geroemd in het juryrapport.

En de minst groene steden? Een ‘prijs’ bestaat niet, wel een ranglijst. Het Spaanse Instituut voor Wereldwijde Gezondheid (ISGlobal) onderzocht in meer dan duizend Europese steden of inwoners voldoende toegang hebben tot groen. Uitermate slecht scoorden Cádiz en Turijn, waar respectievelijk 97 en 92 procent van de inwoners minder toegang hebben tot groen dan aanbevolen. Overigens kan het ook in het groene Amsterdam (69 procent) en Tallinn (70 procent) op dat vlak een stuk beter.

Serie Wereldstad

Er is geen stad als Amsterdam, maar veel zaken waar wij ons druk om maken spelen ook elders in de wereld. In de serie Wereldstad onderzoeken we hoe andere steden daarmee omgaan.