PlusExclusief

Vluchtelingen dwalen angstig door de Poolse wildernis

Smokkelaars brengen asielzoekers naar de Belarussisch-Poolse grens, waar ze via de bossen de Europese Unie kunnen bereiken. Duitsland is een geliefd doel, maar vaak eindigt de tocht in een Pools kamp.

Ekke Overbeek
Asielzoekers bivakkeren in een Pools bos nadat ze vanuit Belarus de grens met de EU-lidstaat zijn overgestoken. Beeld NurPhoto via Getty Images
Asielzoekers bivakkeren in een Pools bos nadat ze vanuit Belarus de grens met de EU-lidstaat zijn overgestoken.Beeld NurPhoto via Getty Images

Elham gebruikt consequent het woord jungle als hij praat over het Poolse bos waar hij met zijn familie doorheen moest om Duitsland te bereiken. Belarussische mensensmokkelaars met bivakmutsen brachten ze naar de Poolse grens. “Ze wezen ons een gat onder het prikkeldraad. Daar kropen we doorheen. Zo kwamen we in de jungle.”

Uren dwaalden de Afghanen door het bos. “Toen werden we gearresteerd door de Poolse grenswacht en in de gevangenis gestopt. Het was de ergste ervaring van mijn leven.”

Elham (21) en zijn broer Seyam (19) staan voor de slagboom van het asielzoekerscentrum in het Duitse Eisenhüttenstadt, aan de Poolse grens. Ze vertrokken vorig jaar met hun familie – vader, moeder, twee zussen en hun kleine broertje – uit Kabul.

Elhams vader werkte bij ‘een belangrijke regeringsinstelling’. “Hij zou zeker door de Taliban worden gedood,” meent Elham. “En mijn zussen zouden niet meer naar school mogen als we waren gebleven.”

Smokkelaars brachten het gezin via Moskou naar de Poolse grens. Na de tocht door het Poolse bos belandden ze in een ‘gevangenis’. “In Polen noemen ze dat een gesloten kamp, maar het is gewoon een gevangenis,” zegt Elham. “Om het gebouw stond een muur met prikkeldraad. Als je te lang op de wc zat, klopten de bewakers op de deur en vroegen ze je naam en je kamernummer. ’s Nachts kwamen ze onze kamer binnen om het aantal mensen te tellen.”

De broers zijn bang dat ze worden teruggestuurd naar het land van het donkere bos en gevangenissen. Om uit de Poolse detentie te komen, moesten ze in Polen asiel aanvragen. “We hadden geen keuze,” zegt Elham.

Direct daarna vertrok het gezin naar Duitsland. Maar volgens de zogeheten Dublin-procedure is nog altijd Polen – niet Duitsland – verplicht hun asielaanvraag af te handelen. De Duitsers strijken met de hand over het hart voor minderjarige kinderen en hun ouders, maar het lot van de meerderjarige broers is ongewis.

Poolse pushbacks

De lotgevallen van dit Afghaanse gezin laten zien dat de georganiseerde mensensmokkel al begon voordat de Belarussische dictator Aleksandr Loekasjenko eind mei aankondigde dat hij migranten naar de EU zou doorlaten. Sindsdien zijn de aantallen flink gegroeid: de Duitse politie meldde dat in oktober 5285 mensen via Belarus Duitsland bereikten. Dat waren er in september nog 1914 en in oktober vorig jaar 474.

Toen de aantallen in de zomer begonnen te groeien, begon de Poolse regering met pushbacks – migranten worden zo snel mogelijk gedeporteerd – wat volgens internationaal recht illegaal is. Soms gaat dat gepaard met geweld.

Imad Ali – een achttienjarige Koerd uit Irak – had geluk. Na een vlucht via Istanboel naar Minsk en een taxirit naar de grens moest ook hij door het Poolse bos. “Ik knipte het prikkeldraad door,” vertelt hij lachend. “We ontsnapten aan de Poolse grenswacht.”

Maar zijn oom met kindje kon niet zo snel rennen. Die werd gepakt en met kind teruggestuurd naar Belarus. “We zaten vijf dagen in het bos. Het bos is heel gevaarlijk en heel koud,” zegt Ali vol afgrijzen. Een Syriër in zijn groep had contact met smokkelaars die een busje naar Duitsland regelden.

Scheermesdraad

Als de ochtendzon de kou wat heeft verjaagd, verschijnen er meer mensen vanachter de slagboom voor een wandeling of om boodschappen te doen in Eisenhüttenstadt. Twee Iraakse mannen, Adam Husein Ibrahim en Ahmed, die niet met zijn volledige naam in de krant wil, staan met elkaar te praten. De 25-jarige Adam ontvluchtte naar eigen zeggen sjiitische milities die hem afpersten.

Hij verkocht zijn winkel in Kirkuk en betaalde zesduizend dollar om met zijn vrouw en hun anderhalf jaar oude kind naar Europa te worden gesmokkeld. Naar Duitsland. “Want ik heb drie ooms en zes neven in Duitsland.”

Hij laat foto’s van de reis zien: Adam bepakt met een rugzak aangeschaft in Minsk, het Belarussische grenshek, de Poolse rollen scheermesdraad en een filmpje waarop te zien is hoe hij het Duitse grensstadje Guben binnenloopt. Vakantiekiekjes zijn het niet. Ahmed laat zijn handen vol snijwonden zien: “Het Poolse prikkeldraad.”

Zonder hulp van de Belarussische grenswacht waren ze er nooit overheen gekomen. “Een soldaat nam ons in de auto mee naar de grens. Daar knipte hij het Poolse grenshek stuk en zei: je kunt gaan.”

Drie dagen en nachten doolden ze door het koude, natte bos. Uiteindelijk werden ze door smokkelaars opgepikt en naar Duitsland gebracht.

Doordrenkt en smerig

De meeste mensen uit het Midden-Oosten hebben nog nooit een bos gezien. Laat staan oerbos en moeras. “Bij ons heb je zulke bossen niet,” zegt een 28-jarige vrouw uit Irak. Haar 33-jarige man vult aan: “We waren bang voor de duisternis, voor de politie, voor wilde dieren.”

Ze vertellen dat ze op 20 september uit Bagdad zijn gevlucht, nadat hij met de dood was bedreigd door ‘milities’. Ze willen mede daarom absoluut niet met naam in de krant. “Er was een plek waar we over het grenshek in water konden springen,” vertelt zij. Hij: “We moesten kleren en voedsel weggooien omdat ze doordrenkt en smerig waren. Zeven dagen zaten we in het bos. Het was heel erg zwaar. We moesten uit vuile plassen drinken. Mijn dochtertjes huilden omdat ze dorst hadden.”

De meisjes van zes en acht jaar spelen op een bankje. “Ze zijn nog steeds bang voor bos,” zegt hun moeder. “Als ze ergens bomen zien, beginnen ze te huilen.”

Meer over