PlusExclusief

Rwanda is een economisch succesverhaal – maar dat is slechts één kant van de medaille

Asielzoekers spelen een potje volleybal bij een opvangcentrum in Gashora, Rwanda. Het centrum is opgezet om migranten op te vangen die willen doorreizen naar het Westen. Beeld AFP
Asielzoekers spelen een potje volleybal bij een opvangcentrum in Gashora, Rwanda. Het centrum is opgezet om migranten op te vangen die willen doorreizen naar het Westen.Beeld AFP

Rwanda heeft twee gezichten: het welvarende land maakt goede sier met de grootschalige opvang van vluchtelingen, maar die moeten wel hun mond houden. Anders volgt keiharde repressie.

Erik van Zwam

Op een licht glooiende heuvel, in een mild tropisch klimaat, ligt Kigali te glimmen in de zon. De straten zijn brandschoon, schoner dan in Amsterdam. Glanzende kantoorgebouwen rijzen uit boven de hoofdstad van Rwanda. Kigali straalt welvaart uit.

Hier komen sinds gisteren de 54 staatshoofden bijeen van de Commonwealth, bestaande uit voormalige Britse koloniën. Voor de gastheer, president Paul Kagame, is dit een moment van glorie na alle ophef over het verplaatsen van asielzoekers uit Engeland naar Rwanda. Het land vangt ook ruimhartig vluchtelingen op uit de buurlanden Congo en Burundi. In zes vluchtelingenkampen verblijven circa 130.000 asielzoekers.

Het kleine Afrikaanse land heeft twee gezichten: er is sprake van ongekende economische groei, maar ook zware repressie van criticasters. Over dat laatste willen Kagame en zijn regerende partij, het Rwandan Patriotic Front, niets horen. “De beeldvorming in het buitenland over Rwanda is altijd zwart-wit,” zegt Gerrit Noordam, die als Nederlandse diplomaat en ontwikkelingswerker van de hulporganisatie Zoa vele jaren in het land vertoefde.

Noordam is positiever over het land dan menigeen. Hij noemt Rwanda een lichtend voorbeeld voor Afrika. Na de genocide in 1994, waarbij in korte tijd 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s werden vermoord, is het land in nog geen dertig jaar uit de as herrezen en tot bloei gekomen.

Jaloezie van buurlanden

Buurlanden zijn volgens Noordam jaloers op de financiële steun die Rwanda krijgt van donorlanden en op de investeringen van buitenlandse bedrijven. “Rwanda is goed georganiseerd, veilig en de regering heeft een visie waar ze heen wil. Dat ontbreekt in chaotische landen als Congo,” zegt Noordam, die nu werkt voor Zoa in de Congolese provincie Zuid-Kivu, grenzend aan Rwanda. Hij komt nog steeds graag in Rwanda. Als hij gasten uit het Westen of Afrika meeneemt, zijn ze verbaasd over het hoge ontwikkelingsniveau.

Lewis Mudge woonde eveneens in Rwanda, tot hij in 2018 het land werd uitgezet. “Ik was de derde directeur Centraal-Afrika van Human Rights Watch (HRW) die het land gedwongen moest verlaten.” Hij werkt nu vanuit Kenia, want Rwanda duldt geen kritische opstelling. “Rwanda respecteert mensenrechten niet en er is geen onafhankelijke rechtspraak,” zegt hij. “Waarom zou het Verenigd Koninkrijk daar asielzoekers heen willen sturen? Nog geen anderhalf jaar geleden bekritiseerde Londen Rwanda stevig. En nu?”

Rwanda staat open voor vluchtelingen, maar dan moeten ze wel hun mond houden. Kritiek wordt niet geaccepteerd, hoe terecht ook. “De autoriteiten in Rwanda hebben een kort lontje. Regels zijn regels. Als een politieman zegt dat een protest verboden is, dan wordt er ingegrepen als er toch wordt gedemonstreerd, vaak met een sterke overreactie,” zegt Noordam.

Zeven euro per maand

Mudge heeft dat ervaren. Toen in 2018 de VN-voedselorganisatie WFP en de vluchtelingenorganisatie UNHCR de maandbedragen voor vluchtelingen om eten te kopen omlaag brachten omdat er te weinig geld beschikbaar was, leidde dit tot protesten bij het kamp Kiziba. “De politie greep onmiddellijk in. Aan het eind van de dag waren twaalf vluchtelingen doodgeschoten, twee vrouwen kregen een miskraam en daarna zijn circa zestig mensen gearresteerd, waarbij sommigen tot vijftien jaar gevangenisstraf kregen,” vertelt Mudge om aan te tonen dat dát het andere gezicht van Rwanda is.

In een van de vluchtelingenkampen in Rwanda leeft Uwimana. Het is niet zijn echte naam, anders komt hij in grote problemen. Hij is zeven jaar geleden bij de volksopstand uit Burundi gevlucht. Onlangs bemoeide hij zich met problemen in een ander kamp. Zijn uitspraken lokten onmiddellijk een reactie van de politie uit, vertelt hij aan de telefoon. Sindsdien wordt hij geïntimideerd, om het zacht uit te drukken.

“Voedsel is een probleem voor ons vluchtelingen. Ik krijg per maand het maximale bedrag van 7500 Rwandese francs (Rwf), zo’n 7 euro, om met mijn gezin met twee kleine kinderen van te leven. Mijn vrouw heeft gelukkig werk,” vertelt Uwimana. Daardoor kan hij de eindjes enigszins aan elkaar knopen.

Van 7500 Rwf kan je haast niets kopen, zegt hij. “Een kilo rijst kost bijna 2000 Rwf. Een kilo suiker 1500 Rwf. Een kilo bonen zo’n 800 Rwf. Als je niet werkt, en werk is lastig te vinden hier, dan lijd je honger. Of je ziet je gedwongen terug te keren naar het land waaruit je bent gevlucht.”

Veel Rwandezen gevlucht

De repressie in Rwanda zorgt er ook voor dat veel Rwandezen vluchten voor het regime van Kagame. “Maar zelfs in het buitenland zijn ze niet veilig voor de veiligheidsdiensten van hun moederland. Ook daar kunnen ze verdwijnen of ontvoerd worden,” zegt Mudge. “Londen heeft die wanpraktijken witgewassen met de migratieovereenkomst met Rwanda, dat komt Kagame goed uit. En het levert Kigali veel geld op.”

Ook de leiders van de Commonwealth zullen niks merken van die repressie. Die zien alleen een jaloersmakende en florerende hoofdstad.

Meer over