PlusAchtergrond

Russen hebben wapens achter de hand, maar Oekraïne krijgt materieel van Westen: wie kan het langst door?

De verliezen lopen gestaag op voor de legers van Rusland en Oekraïne, en wapenvoorraden zijn niet oneindig. Hoe lang kan deze oorlog nog duren? En wie heeft uiteindelijk de meeste kogels en granaten op zak?

Raymond Boere en Chris van Mersbergen
Russische militairen repareren een tank nabij Charkov. Aan Oekraïense zijde zijn er in totaal een kleine duizend stuks materieel vernietigd.  Beeld REUTERS
Russische militairen repareren een tank nabij Charkov. Aan Oekraïense zijde zijn er in totaal een kleine duizend stuks materieel vernietigd.Beeld REUTERS

Een Oekraïense militair adviseur was vorige week bijzonder stellig. Half mei moet Rusland door zijn voorraden heen zijn, voorspelde hij. Of het propaganda is of op feiten gebaseerd, is moeilijk vast te stellen. Vaststaat dat de schade aan beide zijden flink is, zowel qua mensen als materieel.

De cijfers die Oekraïne en Rusland zelf geven, lopen sterk uiteen en worden door experts alleen al daarom gewantrouwd. Onderzoekscollectief Oryx probeert aan de hand van de foto’s een onafhankelijk beeld te schetsen van al het kapotgeschoten materieel. Daaruit blijkt dat de Russen meer verliezen lijden dan de Oekraïners.

Het Russische leger is al 3321 stuks militair materieel kwijtgeraakt. Het gaat om onder andere tanks (597), gepantserde voertuigen (322), artillerie (162), commandoposten (71) en vrachtwagens, jeeps en andere voertuigen (878). De luchtmacht verloor 26 straaljagers, 39 helikopters en 49 drones. Ter illustratie: het op papier oppermachtige Rusland kan in potentie beschikken over 13.367 tanks, 1328 vliegtuigen en 478 gevechtshelikopters.

Aan Oekraïense zijde zijn er in totaal een kleine duizend stuks materieel vernietigd. Het verdedigende leger verloor onder meer de meeste logistieke voertuigen (269), maar ook veel tanks (145), gepantserde wagens (88), artillerie (53), plus 20 straaljagers, 5 helikopters en 21 drones.

Vertekend beeld

Het overzicht geeft geen compleet beeld en is vertekend. Niet elk verwoest object kan door de vijand worden vastgelegd, en voor de Oekraïners is dat makkelijker dan voor de Russen, stellen militair experts.

De Russen hebben sowieso nog steeds veel meer wapens achter de hand dan hun vijand. Maar veel staat in het immense thuisland opgeslagen in afgelegen gebieden. Een groot probleem, zegt veiligheidsexpert Peter Wijninga van het Haags Centrum voor Strategische Studies. “Ze kunnen dat op de trein zetten en vervoeren naar Oekraïne. Maar hun grootste zorg is dat ze niet zo zijn georganiseerd dat ze die wapens tijdig en in grote aantallen aan het front krijgen.”

Dat er nu geen grootschalig offensief is te zien in Oost-Oekraïne legt volgens Wijninga precies het probleem bloot. “We zien wel kleine aanvallen die een beetje terreinwinst opleveren, maar ze worden ook weer teruggeslagen. Als ze al hun artillerie nu zouden willen inzetten, hebben ze per dag 600 ton aan nieuwe granaten nodig, waarmee ze dan een uur per dag kunnen schieten. Een enorme logistieke operatie.”

Rusland schiet tekort

Bovendien, stellen militair deskundigen, is het materieel dat Rusland nog achter de hand heeft waarschijnlijk in minder goede staat dan wat al is ingezet. Hetzelfde geldt voor de soldaten die het moeten bedienen.

De verrassend roestige staat van Poetins leger leidt in het Westen sowieso tot steeds opgewektere gezichten. The Economist publiceerde afgelopen weekeinde een tamelijk vernietigend artikel, waarin werd vastgesteld dat de Russen in zo’n beetje alle facetten van oorlog voeren tekortschieten. De voorbereiding was niet goed, het materieel is niet in orde, de aansturing deugt niet en veel militairen lijken matig getraind en ongemotiveerd.

En de Oekraïners? Ook het leger van president Zelenski ondervindt grote problemen. Niet voor niets vraagt hij westerse landen dag in dag uit om nieuw wapentuig. Een geluk voor de Oekraïners: veel voormalige Oostbloklanden beschikken over hetzelfde oude Sovjet-materieel als zij. Zo kan vernietigd materiaal worden vervangen. Polen levert bijvoorbeeld ruim tweehonderd tanks die voor Oekraïense militairen weinig geheimen kennen.

Patstelling dreigt

De laatste weken krijgen de Oekraïners bovendien steeds zwaardere en geavanceerdere wapens toegestuurd. Het kleine buurland doet daardoor materieel gezien steeds minder onder voor zijn grote agressor.

Dat wil niet zeggen dat de Oekraïners de Russen het land uit kunnen jagen. Ze moeten het namelijk met hun eigen, niet al te grote leger doen. Volgens Wijninga kan dit tot een patstelling leiden. Met een Rusland dat niet sterk genoeg is om de oostelijke Donbas te veroveren. En tegelijkertijd met een Oekraïne dat niet de mankracht heeft om de Russen te verdrijven. “Een militaire vuistregel is dat je als aanvaller drie keer zo sterk moet zijn als je tegenstander. Dat zijn de Oekraïners niet. Al levert het Westen nog zoveel wapens.”

Wijninga verwacht op korte termijn geen vrede, maar ook geen strijd die jaren duurt. “Wanneer het eindigt, hangt ervan af of Poetin tevreden is met de terreinwinst en of Zelenski dat verlies wil accepteren.” Anders dreigt een sluimerend conflict, met over en weer beschietingen en blijvend gedoe over de betwiste gebieden.

Westen traint Oekraïners

En dan is er nog het gevaar van verdere escalatie. De Russen laten keer op keer merken niet blij te zijn met de westerse wapenleveranties. Nu Oekraïne over steeds geavanceerder materieel beschikt, neemt ook de noodzaak toe om militairen op te leiden om ermee om te gaan. Dat gebeurt dan ook, door de Amerikanen bijvoorbeeld, op geheime locaties.

Volhouden dat de Navo geen partij is in deze oorlog, wordt steeds moeilijker. Wanneer dat punt bereikt wordt, is lastig te bepalen, zei de Duitse bondskanselier Olaf Scholz vorige week in een interview. “Daar bestaat geen leerboek voor. Daarom moeten we heel voorzichtig zijn.”

Overschatten doet het Westen het Russische leger dan misschien niet meer. Maar voor dromen van een Oekraïense overwinning zonder zelf écht in de strijd betrokken te raken, is het ook nog véél te vroeg.

Meer over