PlusExclusief

Peking zet territoriale claim Zuid-Chinese Zee op onorthodoxe wijze kracht bij

China investeert in een maritieme militie die het geclaimde gebied in de Zuid-Chinese Zee moet verdedigen. Vissersschepen worden uitgerust met stalen rompen. Alles om de Chinese greep op de regio te versterken.

Eva Rammeloo
Chinees machtsvertoon in de Zuid-Chinese Zee: twee nucleair aangedreven onderzeeërs met ballistische raketten. In strijd met het internationaal zeerecht claimt China vrijwel de hele Zuid-Chinese Zee. Beeld Reuters
Chinees machtsvertoon in de Zuid-Chinese Zee: twee nucleair aangedreven onderzeeërs met ballistische raketten. In strijd met het internationaal zeerecht claimt China vrijwel de hele Zuid-Chinese Zee.Beeld Reuters

Het water klotst over de slippers van Ma Long. In de glazen bakken van zijn viskraam spetteren garnalen en slaan vissen met hun staarten op het water. De vangst van vandaag komt uit de diepzee, vertelt Ma. Daar moet je wel heen voor goede vis, want de kust is wel zo’n beetje leeggevist. “Vroeger was het heel gevaarlijk om zo dicht bij de grens te komen, want Vietnamezen hebben wapens. Het was er heel chaotisch. Nu is de lijn duidelijker.”

De tegelvloer van de vismarkt in Yazhou is spekglad. Af en toe kletst er een klodder rood spuug op de grond van een pruimtabak kauwende visser. In de kakofonie van spetterende vissen, afdingende kopers en kletsende vissersvrouwen, rusten de mannen op klapstoeltjes tegen de muur uit van een vroege vaart.

De 30-jarige Ma vist al sinds zijn tiende en zag het de afgelopen jaren steeds drukker worden op zee. Gewone vissers kunnen subsidies krijgen om in de Zuid-Chinese Zee te komen vissen en richting de grens te varen. “Niet om te vissen, maar om het Chinese gebied te beschermen,” vertelt hij. “Ons land is nu sterker, en als buitenlandse schepen te ver gaan, dan waarschuwt onze regering ze, en als dat nodig is vecht ze terug.”

Maritieme militie

De vissers zijn de officieuze bewakers van het Chinese territorium in de Zuid-Chinese Zee. Hoe meer boten op zee, hoe duidelijker het voor de wereld is dat het gebied aan China behoort. Sinds 2012 wemelt het van de vissersboten in het water dat China claimt. Naast kleine vissers zoals Ma zijn er ook boten die écht bij de zogenoemde maritieme militie horen. En die is de laatste jaren flink geprofessionaliseerd.

Toen Xi Jinping net een maand president was, sprak hij de vissers van het vissersplaatsje Tanmen, aan de oostkust van Hainan, toe. Hij roemde hun rol bij de verdediging van het ‘voorouderlijk gebied’, het U-vormige gebied binnen de grenslijn die vrijwel de hele Zuid-Chinese Zee bij China trekt en daarbij grote happen neemt uit de exclusieve economische zones van Vietnam, Maleisië en de Filipijnen.

De drukbevaren Zuid-Chinese Zee werd een kruitvat dat maar een vonkje nodig heeft om te ontploffen. Daar is China op voorbereid, want na het bezoekje aan Tanmen begon het geld te stromen. Met brandstofsubsidies en een eenmalige uitkering van 35.000 yuan (5000 euro) voor schepen die bij de Spratly-eilanden of het Scarborough-rif gaan liggen, verleidt de overheid vissers om zich aan te sluiten bij de militie.

Stalen romp op het schip

Een onbekend aantal vissers liet hun boot verstevigen met een stalen romp. Als het tot een conflict komt, kunnen ze de marine bijstaan, maar in principe mogen ze niet zelf optreden. Ze liggen er maar, zegt Greg Poling aan de telefoon. De Amerikaanse wetenschapper deed onderzoek naar China’s maritieme militie. “Er zijn te weinig mensen aan boord om überhaupt te kunnen vissen. Om hun uitkering te krijgen hoeven ze alleen maar het anker te laten zakken, en 280 dagen stil te blijven liggen.”

Poling deed zijn onderzoek op basis van satellietbeelden en openbare documenten. Zijn vorig jaar gepubliceerde rapport laat zien hoe de geldstromen niet per se uit militaire bronnen komen, maar dat lokale en provinciale overheden meebetalen aan het verstevigen van de Chinese greep op het territorium. Dat maakt de structuur van de militie ondoorzichtig, maar dát vissers er een rol in spelen, is geen geheim. Het past bij de Chinese strategie om iedereen verantwoordelijk te maken voor een hoger doel van de staat.

In het water bij de vismarkt liggen honderden blauwe en groene schepen naast elkaar, de Chinese vlag in top. Pruttelend legt een boot aan, de rook drijft een dieselgeur door de haven. De vissers komen op zee regelmatig Vietnamese vissers tegen, vertellen ze. Allemaal benadrukken ze dat ze conflicten willen voorkomen.

De tengere Qing San, een dertiger met tanden rood van de pruimtabak, zegt dat hij graag richting de Vietnamese grens gaat. “Ze zijn met minder mensen daar, dus er zit meer vis. Maar volgens de regels mag ik de grens niet over, als ik Vietnamezen tegenkom dan maak ik dat ik wegkom.”

Schending internationaal recht

Regelmatig zijn er schermutselingen tussen schepen van beide kampen. Een nieuwe, vorig jaar aangenomen wet geeft de Chinese kustwacht het recht om wapens te gebruiken tegen alle schepen die het geclaimde gebied binnenvaren. Waarnemers zeggen dat de wet niet alleen internationaal recht schendt, maar ze vrezen ook dat dit incidenten kan uitlokken.

Ondertussen houdt China militaire oefeningen in het gebied en gaat het onverstoorbaar door met het opspuiten van eilandjes. Peking trekt zich niets aan van de uitspraak van het internationaal hof dat in 2016 de ‘historische claim’ op het water van de hand wees. De opgespoten eilandjes liggen bovendien binnen 200 kilometer van de Filipijnse kust, waarin Manila het volgens het internationaal zeerecht voor het zeggen heeft.

China blijft zijn maritieme militie richting de grenzen van het geclaimde gebied sturen. Thitu-eiland is een goed voorbeeld, vindt Poling. Zo’n honderd militieboten legden aan bij het eilandje, dat deel uitmaakt van de Spratly-eilanden. “Gigantische stalen boten, die hun best doen om er gevaarlijk uit te zien. Nu durven de Filipijnen er niet meer te vissen, en kunnen de Chinezen dus zeggen dat er ‘historische visserijrechten’ gelden, want er vist toch niemand meer.”

Meer over