PlusAchtergrond

Op een blind paard in Volendammer kledingdracht de wereld rond

Rond de Eerste Wereldoorlog raakte het zogenoemde wereldwandelen in zwang. Ook opvallend veel Amsterdammers trokken in wonderlijke kostuums of met merkwaardige attributen de wijde wereld in, op zoek naar vrijheid, verbroedering of het avontuur. ‘Er lopen meer gekken los dan er opgesloten zitten.’

Jaco Berveling
Amsterdammer Jan Willem Greeff en zijn neef Willem Johan Weiss reisden op een driewieler en een blind paard de wereld rond. Beeld
Amsterdammer Jan Willem Greeff en zijn neef Willem Johan Weiss reisden op een driewieler en een blind paard de wereld rond.

De twee Italianen die de Nederlandse grens over kwamen rollen met een ton, waren voorjaar 1910 het gesprek van de dag. Een groepje Amsterdammers vroeg zich af waarom Nederlanders niet zo’n ‘excentriek stukje’ konden uithalen. Al pratend werd het idee geboren om Roode Karel uit de Eerste Goudsbloemdwarsstraat van Amsterdam naar Parijs te laten lopen, met een blok aan zijn been.

Karel Cornelis Johannes Pieters, die zijn bijnaam in de Jordaan dankte aan zijn rode haar, was meteen voor het idee te porren. Vooral door de 300 gulden die hij zou ontvangen als hij de tocht wist te volbrengen.

Met strooibiljetten werd promotie gemaakt voor de wandeltocht van Roode Karel ‘met een blok aan zijn been, gelijk reeds in Frankrijk is geschied met een persoon met een ton aan zijn been’. Op 13 februari 1910 vertrok Karel met een houten rol van 12 kilo, met een ketting geklonken aan zijn rechterenkel. De ketting bleek al op de eerste etappe naar Haarlem van inferieure kwaliteit, en moest in Halfweg al worden vervangen. Het blok begaf het in Dordrecht. Maar op 9 mei bereikte hij Parijs, waar hij welgeteld één dag bleef.

Ook Bram Mossel, Frans van der Hoorn en Gerard Perfors trokken op 16 juli 1911 op de Amsterdamse Dam veel bekijks. Ze werden uitgemaakt voor padvinders, carnavalsgasten of wat de toekijkende Amsterdammers nog meer inviel. Maar op hun sandalen zetten ze koers naar buurgemeente Watergraafsmeer en verder, op zoek naar vrijheid, sociale gelijkheid en verbroedering tussen de volken. Ze waren nog aan het wandelen toen de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog abrupt een einde maakte aan hun hoop op wereldvrede.

Cowboypak

Na de oorlog nam het aantal globetrotters sterk toe. ‘Ze vermenigvuldigen zich als de muizen,’ constateerde een krantenredactie. Aangezien de wereldwandelaars op reis bijna allemaal leefden van de verkoop van portretkaarten, waren ze gebaat bij publiciteit. Ze probeerden dan ook zoveel mogelijk op te vallen. Populair onder de wereldwandelaars waren ansichtkaarten in Volendammerklederdracht, compleet met klompen. Gerbrand en Adriana Wijdenes wilden zich onderscheiden en begonnen in 1922 aan een reis om de wereld in een cowboypak.

De in 1899 geboren Amsterdammer Jan Willem Greeff koos uit pure noodzaak voor een bijzonder vervoermiddel. Hij had in 1917 bij een ontploffing zijn beide benen verloren. De avontuurlijke Greeff ging met zijn neef Willem Johan Weiss op reis in een kaki kostuum. Greef verplaatste zich in een driewieler met handbediening en Weiss reisde op een blind paard dat nog in de Eerste Wereldoorlog dienst had gedaan.

Eenmaal in Parijs stortte het paard dood neer. Greeff beweerde later dat ze de tegenslag te boven waren gekomen: ze zouden zijn doorgereisd en met Greeffs driewieler en een nieuw paard de woestijn doorgezworven zijn.

De Amsterdammers Dolstra en Heijm vertrokken in 1924 vanaf het Haarlemmerplein naar Parijs, op stelten. Voor ze naar het zuiden afzakten maakten ze eerst een rondwandeling door Nederland om kaarten te verkopen. Een journalist verzuchtte ‘… nu zijn er weer twee die zich hoogergeplaatst voelen en het op stelten zullen probeeren om Parijs te bereiken. Waarmee opnieuw is bewezen dat er meer gekken losloopen dan er opgesloten zitten.’

Koprollend naar Marseille

Ook Jan Vet had door dat je moest opvallen en besloot al wandelend een ton voort te rollen. Hij vertrok vanaf de Nieuwmarkt voor een reis van vier jaar en verwachtte 40.000 kilometer af te leggen. Vet trok een witte trui aan met een met rood-wit-blauw lint en was bij zijn vertrek omringd door honderden Amsterdammers.

Over ‘den koenen globetrotter’ werden de meest spectaculaire verhalen verteld. Zo was Jan in zijn jonge jaren ook al een reiziger geweest. Zijn moeder stuurde hem er ooit met een dubbeltje op uit om brood te halen. Hij kwam pas na anderhalf jaar terug, zonder brood.

Globetrotters in een invalidenwagentje, op stelten of met een ton, Amsterdammers keken nergens meer van op. Toch moest ze even in hun ogen wrijven toen de acrobaat Charles Takkenberg in november 1923 besloot vanuit de Jordaan te gaan koprollen naar Marseille. Hij trok een leren pak aan met een gevoerde capuchon, kniebeschermers en een paar enorme wanten en begon te duikelen.

De kranten schreven dat hij rijp was voor het gekkenhuis. Takkenberg trok veel bekijks en verkocht veel briefkaarten. En niet alleen in Amsterdam. Ook in België en Frankrijk liepen steden en dorpen uit om de ‘plongeur’ te bekijken.

Op 11 februari 1925 duikelde Takkenberg onder grote publieke belangstelling Marseille binnen. Het is de vraag of Takkenberg werkelijk de hele afstand duikelend heeft afgelegd. Onmogelijk is het niet, maar het meest waarschijnlijke is dat hij zich pas bij het naderen van een stad of dorp in de duikelstand zette. Je moet wel heel fanatiek zijn wanneer je op het zonovergoten Franse platteland in een leren pak met gevoerde capuchon blijft koppeltjeduiken.

Jaco Berveling is socioloog en wetenschapsjournalist.

Jordanees Roode Karel ondernam letterlijk met een blok aan zijn been een wandeltocht naar Parijs. Beeld
Jordanees Roode Karel ondernam letterlijk met een blok aan zijn been een wandeltocht naar Parijs.

Buitengewone wondermensen

Onze fascinatie voor mensen met een afwijkend uiterlijk is van alle tijden. De freakshows op kermissen en circussen waren rond 1900 eeuw razend populair. In het boek De man met de ijzeren schedel beschrijft Jaco Berveling vijf buitengewone Nederlanders die met hun fysieke afwijking soms een stevige boterham wisten te verdienen. Van de reus Jan van Albert uit de Amsterdamse Pijp, die met zijn 2 meter en 42 centimeter wereldberoemd werd, tot Willem ‘Billy’ Wells die twintig jaar lang forse stenen kapot liet slaan op zijn ongewoon dikke schedel.

De man met de ijzeren schedel, Jaco Berveling, Uitgeverij De Republiek, €17,50, 168 blz.

Meer over