PlusExclusief

Olie raakt op in Oekraïne. Het gevolg? Ruzie aan de pomp – en nog veel erger

Oekraïense automobilisten duwen hun auto. Noodgedwongen: hun tank is leeg. Beeld ANP/EPA
Oekraïense automobilisten duwen hun auto. Noodgedwongen: hun tank is leeg.Beeld ANP/EPA

Lange rijen voor de tankstations, en benzine op de bon. De brandstof in Oekraïne is bijna op, en eenvoudige alternatieven zijn er niet. ‘Dit is een economische blokkade.’

Michiel Driebergen

Het is het meest gevreesde gebaar in Oekraïne: je heft je vuisten gekruist boven je hoofd. ‘Op’, betekent het: de benzine is op, er is geen diesel meer. Nul, niks, nietsjoho — in het Oekraïens. Zodra ze het gebaar zien, slaken chauffeurs een diepe zucht, starten ze de motor en werpen een radeloze blik op de navigatie... bij welk tankstation maak ik nog kans?

Nu de Russen de havens aan de Zwarte Zee blokkeren, en de Belarussen de grens met Oekraïne hebben gesloten, stokt de aanvoer van brandstof. De reserves slinken hard, nu het ene oliedepot na het andere doelwit is van Russische kruisraketten. Bij de weinige bevoorrade tankstations staan lange rijen auto’s en vrachtwagens opgesteld. De wachttijden worden langer, en de wegen raken leeg.

Ook bij een tankstation in het West-Oekraïense stadje Stryj is het beruchte gebaar gemaakt: van Euro 95 kun je nog een tiental liter per klant krijgen, aldus een medewerker van het oliebedrijf, maar de diesel is op. Bij de pomp, helemaal vooraan, beginnen twee truckchauffeurs luidkeels op elkaar te foeteren. “Maak dat je wegkomt”, roept de oudste van de twee. “Geen sprake van. Ik heb al betaald,” roept de jongste, terwijl hij het tankpistool in de opening van zijn vrachtwagen duwt.

Drie uur staan wachten

De vraag is of de resterende 600 liter genoeg is voor de handvol vrachtwagens die onder de overkapping geparkeerd staat. Niet, zo blijkt: als de jongeman is uitgetankt, is de diesel op. “Als je hier nog langer staat, gaat je band aan gort,” dreigt de oudste, meteen de daad bij het woord voegend. Hij draait het ventiel van de wagen open, en een sissend geluid is te horen. De jongste scheurt weg, en dan is het aan de oudste zijn armen te kruisen. “Ook hier is niks meer,” roept hij.

Hij had drie uur staan wachten, vertelt de man, die zich voorstelt als Roeslan Sevroek. De jongeman had zijn truck brutaalweg tegen het verkeer in bij de pomp geparkeerd. “De mensen denken onvoldoende na,” zegt hij, terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd veegt en een sigaret opsteekt. “We moeten brandstof alleen voor echt noodzakelijke dingen gebruiken.” Zelf vervoert hij medicijnen, in een speciaal daarvoor gekoelde wagen.

Tot voor kort kwam veruit de meeste Oekraïense benzine uit Belarus, waar Russische ruwe olie wordt geraffineerd. “Vraag het Poetin,” zegt Roeslan Sevroek, als hem gevraagd wordt naar de oorzaak van het brandstofprobleem. “Dit is een economische blokkade.” Die blokkade omzeilen gaat tijd kosten. Het alternatief, levering vanuit Europa, is namelijk een groot probleem.

Andere spoorbreedte

Allereerst is er een gebrek aan verzekeringen, zegt Tatjana Kolesnikova, consultant bij het oliebedrijf Zakarpatnaftoprodukt. “De Europese logistieke branche durft de risico’s van de oorlog niet aan,” verklaart ze. Slechts drie grote Oekraïense oliebedrijven — waar het tankstation in Lviv ook toe behoort — kregen Europese financiële steun voor het transport. Een firma als Zakarpatnaftoprodukt, dat met zestig tankstations een kleintje in de markt is, functioneert al drie maanden niet. “De salarissen van het personeel betalen we op krediet. Het is de vraag hoe we dat terugbetalen.”

Er is ook een logistiek probleem. De spoorbreedte in de EU verschilt namelijk met die van voormalige Sovjetstaten als Oekraïne. Olie vervoeren vanuit naburige havens aan de Zwarte Zee, zoals Constanta in Roemenië, is daarom gecompliceerd: de brandstof moet van schip naar trein, en vervolgens bij de grens naar een andere trein. Ook de olieraffinaderij in Litouwen, uitgebaat door het Poolse energiebedrijf Orlen, zou als alternatieve brandstofbron kunnen gelden. Maar ook dan moet je twee keer overpompen: van wagons op Baltisch breedspoor naar die op Europees smalspoor en weer terug.

Het is een harde les voor Europa, vindt Tatjana Kolesnikova. “Ik was geschokt toen ik me realiseerde dat de Baltische landen na dertig jaar onafhankelijkheid nog steeds niet zijn aangesloten op het Europese spoorwegnetwerk. Op deze manier bleven de Baltische landen in de Russische invloedssfeer.” Met de bouw van olieterminals en overslagstations bij de verschillende grenzen gaat veel tijd verloren, benadrukt ze.

Bom op brandstofdepot

Om de markt een duwtje in de rug te geven, besloot de Oekraïense regering afgelopen week de brandstofprijs vrij te geven. Benzine bij de pomp in Stryj kost nu 51 grivna (1,63 euro), een prijsstijging van 25 procent ten opzichte van een week ervoor. Zo wordt het voor bedrijven als Zakarpatnaftoprodukt aantrekkelijker te handelen in olie en het transport ervan, legt Tatjana Kolesnikova uit. “We kunnen in elk geval olie kopen in Oekraïne zelf.”

De consultant schat in dat de benzineprijs de 2 euro snel zal overstijgen: Europa zal namelijk niet aan de vraag kunnen voldoen, ook al gebruikt Oekraïne drie keer minder brandstof dan voor de oorlog.

Hoe de reis van Roeslan Sevroek verdergaat? “Geen idee,” verzucht de vrachtwagenchauffeur. De stad Lviv, 70 kilometer verderop, haalt hij wel. Maar daarna moet hij nog met een omweg naar Odessa toe. “Een avontuur, en ik word ervoor betaald,” zo omschrijft hij zijn werk, dat hij al achttien jaar met plezier doet. Dan klinkt plots het luchtalarm, en legt het tankstation ook de verkoop van Euro 95 stil. “Als eerst de oorlog maar stopt,” concludeert Sevroek.

Dat is ook de wens van Tatjana Kolesnikova, die kantoor houdt bij het brandstofdepot van haar bedrijf in het West-Oekraïense stadje Moekatsjevo. “Als het luchtalarm klinkt, terwijl je je naast een reservoir met 40.000 kuub olie bevindt, is dat heel eng,” zegt ze.

Meer over