Plus

Mondiale voedselcrisis op komst? ‘Oorlog in Oekraïne zorgt voor schok in systeem’

Door de oorlog in Oekraïne groeit de angst voor een wereldwijde voedselcrisis. De prijs voor tarwe ligt op het hoogste niveau sinds 2008, en het einde is nog niet in zicht.

Natasja de Groot
Vooral voor landen in het Midden-Oosten dreigt gevaar: zij zijn sterk afhankelijk van tarwe uit Oekraïne. Beeld Robin van Lonkhuijsen/ANP
Vooral voor landen in het Midden-Oosten dreigt gevaar: zij zijn sterk afhankelijk van tarwe uit Oekraïne.Beeld Robin van Lonkhuijsen/ANP

Is de wereldwijde voedselzekerheid in gevaar? Komt er een nieuw voedseloproer, zoals met de Arabische Lente in 2011? Het zijn vragen die landbouwexpert Nout van der Vaart van hulporganisatie Oxfam Novib en zijn collega’s erg bezighouden. Sinds de uitbraak van de oorlog in Oekraïne praten ze elkaar dagelijks bij over de actuele stand van zaken. Hoewel de klap naar verwachting voorlopig kan worden opgevangen, groeien hun zorgen met de dag.

“Vrij snel na de invasie in Oekraïne werd al gewaarschuwd dat dit impact zou hebben op de voedselprijzen en op de voedselzekerheid voor landen die sterk afhankelijk zijn van import. We zien nu dat dit realiteit dreigt te worden,” vertelt Van der Vaart.

De reden: de export begint nu echt af te nemen. In Oekraïne zijn belangrijke havens geblokkeerd en Rusland heeft te maken met sancties, waardoor ook vanuit dat land steeds minder naar afzetmarkten kan worden uitgevoerd.

Recordprijzen

De ontwikkeling baart meer experts zorgen: de twee landen zijn samen goed voor een derde van de export van tarwe én zijn belangrijke exporteurs van gerst, maïs en zonnebloemolie. De (dreigende) leveringsproblemen hebben intussen al gezorgd voor recordprijzen op de internationale markten. De prijs voor tarwe ligt op het hoogste niveau sinds 2008. En het eind is nog niet in zicht.

De oorlog in Oekraïne gaat een schok teweegbrengen in het mondiale aanbod en de kosten van voedsel, zei directeur Svein Tore Holsether van Yara International onlangs tegen de BBC. Yara International is één van ’s werelds grootste meststoffenbedrijven en is actief in meer dan zestig landen. Het bedrijf betrekt grote hoeveelheden grondstoffen uit Rusland.

Tore Holsether zegt dat de helft van de wereldbevolking gevoed wordt dankzij meststoffen. Het is voor hem evident dat er een voedselcrisis aanbreekt. Het is alleen de vraag hoe lang die zal duren.

Afhankelijk

Vooral voor landen als Libanon, Egypte, Jemen en Libië dreigt gevaar: zij zijn vooral afhankelijk van tarwe uit Oekraïne. “Libanon haalt 50 procent van zijn tarwe uit Oekraïne en 35 procent van de calorie-inname bestaat er uit graanproducten. Dus je kunt wel op je vingers nagaan wat dat betekent als de import stokt,” reageert Van der Vaart.

“De oorlog in Oekraïne zorgt voor een grote schok in het systeem,” beaamt voedselexpert Roel Jongeneel van Wageningen Universiteit. Volgens hem is het vooral een risico voor landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika die sterk afhankelijk zijn van import. “Je ziet dat in die landen mensen vaak al een groter deel van hun inkomen uitgeven aan voedsel,” voegt hij eraan toe.

In die landen wordt voedsel wel vaak gesubsidieerd om het betaalbaar te houden, weet Van der Vaart. Dit is ook om te voorkomen dat er opnieuw een Arabische lente uitbreekt, zoals in 2011, toen er rellen uitbraken door stijgende voedselprijzen.

Voorraad

Ondanks de hard stijgende prijzen verwachten Jongeneel en Van der Vaart dat het dit keer zo’n vaart niet zal lopen. Beide experts wijzen erop dat er wereldwijd nog een tarwe-voorraad is van 30 tot 40 procent van de totale jaarproductie. “De situatie is gelukkig nu vrij gunstig. Er is een aantal jaren achtereen een goede oogst geweest,” aldus Jongeneel.

Volgens Van der Vaart is het wél zaak dat de voedselvoorraden op tijd richting de landen gaan die het echt nodig hebben. “Als dat goed geregeld is, dan is er geen enkele reden voor paniek,” klinkt het.

Mocht de oorlog in Oekraïne langere tijd aanhouden, dan hoeft dat volgens de twee deskundigen ook niet tot een voedselcrisis in Afrika te leiden. Allebei gaan ze er vanuit dat andere landen meer gaan produceren en een groter deel van de markt willen bedienen. “Vaak zie je dan verschuivingen ontstaan. Het zou kunnen dat er straks meer tarwe uit Brazilië en meer maïs en oliezaden uit Noord- en Zuid-Amerika naar het Midden-Oosten of Noord-Afrika gaan,” voorspelt Jongeneel.

Van der Vaart hoopt vooral dat landen die nu sterk afhankelijk zijn van de import van voedsel meer zelfvoorzienend kunnen worden. “Wat ons betreft zou de Nederlandse overheid geld moeten investeren in lokale boeren, zodat zij de middelen hebben om lokale voedselmarkten te voorzien. Dan hoeven dit soort landen ook niet meer van crisis naar crisis te gaan.”

Meer over