PlusReportage

Militairen prikken kwetsbare Italianen thuis: ‘Buongiorno, hier is het leger weer met uw prik’

Een ‘mobiel team’ van het Italiaanse leger reist al sinds maart afgelegen Italiaanse plekken af om ouderen en kwetsbaren te vaccineren. ‘Alle mensen bij wie we langskomen – bijna allemaal tachtigplussers – zijn ons heel dankbaar.’

Het mobiele team onder leiding van Costanzo Di Iorio in Pizzone. Beeld Pauline Valkenet
Het mobiele team onder leiding van Costanzo Di Iorio in Pizzone.Beeld Pauline Valkenet

‘Ik vind het eng,” zegt Teodora Di Cristofano. De vrouw zit met rode pantoffels in een fauteuil in haar kleine woonkamertje. Opstaan vindt de 99-jarige lastig en dus haalt militair verpleegkundige Maria Cristina Marotta er een stoel bij, gaat naast haar zitten en brengt een injectiespuit naar de gerimpelde rechterarm van de hoogbejaarde vrouw. Di Cristofano draait haar hoofd gauw weg. “Hopla,” zegt Marotta opgeruimd en trekt de naald uit de arm. “Signora, het is klaar.” Mevrouw Di Cristofano glimlacht opgelucht. “Niks van gevoeld. Dank u wel,” zegt ze.

Di Cristofano is een van de bejaarden die in erg afgelegen dorpjes wonen en door een ‘mobiel team’ van het Italiaanse leger tegen Covid-19 worden gevaccineerd. De 36 driekoppige teams gaan naar hun woningen omdat de ouderen zelf niet in staat zijn naar een vaccinatiepunt te reizen. De militairen zijn hier eind maart mee begonnen en hebben inmiddels ruim honderdduizend prikken gezet.

Teodora Di Cristofano is een van de bejaarden die door een ‘mobiel team’ van het Italiaanse leger tegen Covid-19 is gevaccineerd. Beeld Pauline Valkenet
Teodora Di Cristofano is een van de bejaarden die door een ‘mobiel team’ van het Italiaanse leger tegen Covid-19 is gevaccineerd.Beeld Pauline Valkenet

Onderofficier Marotta, collegaverpleger Matteo Bartoloni en legerarts Costanzo Di Iorio zijn deze heldere zomerochtend in hun Fiat Brava vanuit de stad Isernia naar het gehucht Pizzone gereden, waar Di Cristofano in haar middeleeuwse huisje woont. Pizzone heeft 307 inwoners en is gedrapeerd op een rotsheuvel in de zuidelijke regio Molise. De dertig kilometer lange weg ernaar toe zit vol scheuren en haarspeldbochten en gaat langs uitgestrekte olijfgaarden.

Wanneer de drie militairen buiten een kwartiertje staan te wachten om er zeker van te zijn dat de bejaarde vrouw goed op de vaccinatie reageert, vertelt dochter Lucia in het woonkamertje hoe blij ze met hun komst is. “Mijn moeder komt haar huis niet meer uit. Als ik haar voor de vaccinatie met de auto naar Isernia had moeten brengen, zou dat zo stressvol voor haar zijn geweest. De rit, de drukte, het wachten in de rij. Dit is geweldig geregeld zo.”

Een mooie klus

Een tel later stappen de militairen weer in hun Fiat Brava en scheuren weg. “Vandaag hebben we 420 doses van het Pfizervaccin in onze koelbox. Ons team heeft ruim vijfduizend prikken gezet, in 121 dorpjes. Wij worden ingezet om de civiele gezondheidszorg te ontlasten,” vertelt legerarts Di Iorio op de achterbank. Hij vindt het een mooie klus: “Alle mensen bij wie we langskomen – bijna allemaal tachtigplussers – zijn ons heel dankbaar.”

Ze slingeren verder omhoog, richting het dorpje Scapoli. Onderweg stoppen ze bij een afgelegen boerderij om een man met een verstandelijke beperking zijn tweede prik te geven. Hij zit met zijn mouw opgestroopt al klaar op het bankje voor het huis. Verpleegster Marotta prikt hem zonder omhaal van woorden in zijn arm en de militairen rijden snel weer door.

Fluitend naar buiten

In het piepkleine Scapoli, zeshonderd meter boven zeeniveau, stopt de auto bij een klooster dat voor de gelegenheid in een vaccinatiecentrum wordt omgetoverd. Een groep jonge en op het oog gezonde mensen staat al bij de ingang te wachten. “Buongiorno, daar zijn we weer,” roept verpleegster Marotta opgewekt. Nadat de drie militairen binnen in een zaaltje de spuiten hebben klaargelegd en de lijst met te vaccineren dorpsbewoners hebben doorgenomen, vertelt luitenant-kolonel Di Iorio: “Hier vaccineren we zieke mensen, want ook die zijn fragiel. Er is een vrouw die net haar baarmoeder heeft moeten laten verwijderen, een jonge vrouw met borstkanker, een demente man.”

Ook Renato Ricci (60) met lang grijs haar komt hier zijn vaccinatie voltooien. Hij heeft de ziekte van Parkinson. “Dit is zo fijn,” vertelt Ricci na de prik terwijl hij een watje op zijn bovenarm gedrukt houdt. “Ik mag niet meer autorijden. Naar Isernia gaan is voor mij erg ingewikkeld.” Wanneer zijn kwartier wachten erop zit, bedankt hij de drie militairen hartelijk en loopt fluitend naar buiten, de zon in.

‘Draghi-effect’: de vaccinaties zijn omhooggeschoten

In Italië is de krijgsmacht van begin af aan bij de vaccinatiecampagne ingezet. De vaccins die worden ingevlogen, komen op een militair vliegveld bij Rome terecht. Het leger verzorgt de opslag en distributie ervan. Het heeft ook drive-throughprikcentra opgezet. In maart heeft premier Mario Draghi generaal Francesco Figliuolo verantwoordelijk voor de vaccinatiecampagne gemaakt.

Er worden dagelijks zo’n half miljoen prikken gezet en de helft van de zestig miljoen Italianen is nu volledig gevaccineerd. Zo’n vijf miljoen vijftigers en zestigers blijken de corona-inenting te mijden.

Draghi heeft vorige week besloten dat de Italianen vanaf 6 augustus alleen nog met een ‘groene pas’ (tenminste één prik, een negatieve test of recente genezing van Covid-19) restaurants, café’s, zwembaden, sportscholen, bioscopen, concertzalen en musea binnenkomen. De premier wil het aantal besmettingen indammen en vaccintwijfelaars aanzetten de prik te halen. De media zien onmiddellijk een ‘Draghi-effect’: de vaccinatieverzoeken zijn ineens omhooggeschoten.

Meer over