PlusAchtergrond

Maatschappijleer? Een jaar na ‘het Capitool’ is het in de VS een heikel thema: ‘Het zijn vooral de ouders’

Leden van het Congres slaan op de vlucht. Beeld AP
Leden van het Congres slaan op de vlucht.Beeld AP

Na de bestorming van het Amerikaanse Capitool klonk overal de roep om meer maatschappijleer op school. Maar een jaar later durven sommige leraren zo’n politiek gevoelig onderwerp niet meer te bespreken in hun klas.

Karlijn van Houwelingen

Joe Harmon moet op zijn hoede zijn, als hij vandaag maatschappijleer geeft aan een groep pubers in de mijnregio in het westen van Pennsylvania. Hij wil het hebben over wat een jaar geleden gebeurde in en rond het Capitool in Washington: een woedende menigte drong met geweld de vergaderzalen van het Amerikaanse Congres binnen.

Zijn leerlingen moeten leren hoe dat Congres werkt, dus Harmon wil bespreken hoe de bestorming kon gebeuren, wie erbij betrokken waren en waarom. Het is onvermijdelijk daarbij ook in te gaan op de rol van Donald Trump, de man die de meute had opgejut met de mythe dat geknoeid was met de stemmen. In zijn naam probeerden aanhangers te voorkomen dat de uitslag van de verloren presidentsverkiezingen werd bekrachtigd.

Maar Harmon zegt dat hij ‘heel voorzichtig’ is om de naam van Trump te verbinden aan ‘6 januari’, zoals de Capitoolbestorming is gaan heten. In zijn regio zijn de meeste ouders en leerlingen groot fan van Trump. “Helaas is er altijd de zorg dat ouders proberen te claimen dat ik een agenda heb, Trump de schuld geef of zwartmaak.”

Bang voor boze ouders

Het is niet makkelijk, om vandaag de dag in de VS maatschappijleer te geven en scholieren de basisbeginselen van de democratie bij te brengen. Felle politieke en culturele oorlogen worden uitgevochten op school. Wie niet oppast, belandt er als leraar middenin. Sommige leraren durven moeilijke onderwerpen als de Capitoolbestorming niet meer ter sprake te brengen, merkt Anton Schulzki, leraar maatschappijleer in Colorado Springs, die zijn collega’s vertegenwoordigt als voorzitter van de National Council for the Social Studies. “Ze zijn bang dat ouders en de gemeenschap boos worden.”

Het is iets waar Amerikaanse leraren in de afgelopen maanden meer en meer mee te maken kregen. Behalve Trump en zijn verzinsels over gestolen verkiezingen leveren lhbtq-rechten en racisme vaak bestuursvergaderingen op vol furieuze ouders. Hun woede wordt soms aangewakkerd door extremistische en rechts-nationalistische groepen die zich nadrukkelijk zijn gaan richten op schoolraden en lokale politiek. Schoolbestuurders hebben beveiliging ingeschakeld en leraren kregen doodsbedreigingen.

“De meesten van ons lopen op eieren,” zegt lerares Amy Gallaway uit Alaska. Gallaway geeft maatschappijleer in Fairbanks, de koudste stad van de VS, bijna 7000 kilometer van Washington, vier tijdzones verderop. Maar de politieke spanningen dringen ook door tot net onder de poolcirkel.

Gallaway snikt even, als ze aan de telefoon vertelt over ouders die naar het schoolbestuur stapten en online campagnes tegen haar begonnen. “Ze hadden iets gezien van een les over systematisch racisme, en waren ervan overtuigd dat ik critical race theory onderwees.” Dat is oorspronkelijk een academische term voor het idee dat racisme niet alleen bestaat uit vooroordelen van individuele mensen, maar ook ingebakken zit in veel systemen, zoals het onderwijs of de rechtspraak.

Aanhangers van toenmalig president Trump bestormen het Capitool. Beeld AP
Aanhangers van toenmalig president Trump bestormen het Capitool.Beeld AP

Witte superioriteit

Inmiddels staat het voor bijna alles wat met antiracismelessen te maken heeft. Sommige Amerikaanse scholen willen zo graag ongelijkheid tussen etnische groepen corrigeren dat een instructiegids voor wiskundeleraren zelfs ‘objectiviteit’ en ‘het geschreven woord’ aanmerkt als uitdrukkingen van witte superioriteit. Het is olie op het vuur voor conservatieve ouders die vinden dat ze voor racisten worden uitgemaakt in onderwijs over rassenongelijkheid in de VS.

In een reeks conservatieve staten als Texas maakten politici wetten om te voorkomen dat leraren met hun leerlingen praten over wat ze critical race theory noemen. Een project over slavernij van The New York Times, het zogeheten ‘1619 project’, is zelfs tot verboden lesmateriaal verklaard. De gouverneur van Texas wil schoolbibliotheken gaan ontdoen van ‘obsceen’ materiaal.

Amy Gallaway kreeg nare berichten op sociale media. Ze zou haar baan kwijt gaan raken, want ze indoctrineerde kinderen en dat zouden deze ouders niet over hun kant laten gaan. Ze wisten haar wel te vinden. “In het begin nam ik dan contact op en bood ik aan om over het curriculum te praten, maar de meesten willen helemaal niet praten, ze willen gewoon van me af. Ik begeleid de lhbtq-club op school en ze willen me weg hebben.”

Fundament onder democratie

Ze heeft nog een paar jaar te gaan tot haar pensioen. “Maar als het zo blijft, stop ik ermee,” verzucht ze. “Het maakt mijn werk zoveel moeilijker. Terwijl ik naar school kom tijdens een pandemie, oefeningen doe om mezelf en mijn leerlingen te kunnen beschermen bij een schietpartij – ik geef hart en ziel aan het onderwijs. Want ik weet dat het een fundament van een democratische samenleving is. Om er dan van beschuldigd te worden dat ik snode plannen heb met leerlingen – het is ontmoedigend.”

Anton Schulzki vraagt zich af of het wel mogelijk blijft moeilijke maatschappelijke onderwerpen met zijn leerlingen te bespreken, zoals de onderwijswet in Colorado van hem vraagt. “We zijn bang dat onze leerlingen straks goed onderwijs wordt onthouden, dat ze dingen missen. Dan doen wij ons werk niet goed als leraren maatschappijleer, bereiden we hen niet voor op goed burgerschap.”

En laat dat nu nog een tikje extra belangrijk zijn, in zijn ogen, nu de Amerikaanse democratie met flinke tegenwind te maken heeft. Na de aanval op het Capitool en de rappe verspreiding van verzinsels over (nooit gevonden) fraude in de presidentsverkiezingen, klonk overal de roep om meer burgerschapsonderwijs. President Biden wil het stimuleren, en in maar liefst 34 staten werden wetten bedacht die lessen over democratie moeten verstevigen.

In Colorado Springs doen jongeren bijvoorbeeld een wekenlang project waarin ze het Congres naspelen – maar dan zonder geweld en geveinsde verkiezingsfraude. “We proberen hen in ieder geval de theorie te laten zien, hoe het Congres zóu moeten werken,” zegt leraar Schulzki.

Betogers zijn het Capitool binnengedrongen.   Beeld EPA
Betogers zijn het Capitool binnengedrongen.Beeld EPA

Pubers overtuigd Republikein

Joe Harmon hamert in zijn klas in Pennsylvania vooral op goede onderbouwing van argumenten. “Dit jaar zei een leerling dat hij had gehoord dat het eigenlijk Democraten waren die het Capitool aanvielen. Ik let er goed op misvattingen te corrigeren.” Hij grijpt zo’n moment aan om te wijzen op het belang van goede, betrouwbare bronnen. “Ze zeggen dingen als: de benzine wordt duurder, dat is de schuld van Biden. Dan zeg ik: jongens, benzine wordt in de hele wereld duurder, is dat overal Bidens schuld?”

Harmon heeft het gevoel dat hij na jaren op dezelfde school gerespecteerd wordt in de gemeenschap, en maakt zich niet al te veel zorgen over het verwijt dat hij met zo’n opmerking politiek bedrijft. Maar hij blijft alert, houdt zijn eigen mening voor zich, en doet uitdrukkelijk zijn best altijd bij de feiten te blijven. “Als ze thuis vertellen wat ik in de klas heb gezegd wil ik er zeker van zijn dat het klopt.”

Affiniteit met een van de twee grote Amerikaanse partijen zit zo diep, dat een kritische noot al snel als persoonlijke aanval wordt gezien. Zelfs zijn pubers zien zichzelf heel sterk als Republikein. “Dat is iets van de laatste vijf jaar,” constateert Harmon. “Alsof ze een sportteam aanhangen.”

In de klas doen ze een kieswijzer, en meermaals waren er geschokte reacties toen bleek dat hun voorkeuren in werkelijkheid overeenkomen met die van de Democratische partij. “‘Maar dat kan helemaal niet, ik ben een Republikein,’ zei een leerlinge.”

Leerlingen of de ouders?

Met hun klassen hebben ze daar eigenlijk heel goede gesprekken over, zeggen de leraren. “Maar ouders doen niet wat we van onze leerlingen vragen: goed opletten waar je informatie vandaan komt, argumenten baseren op feiten. Helaas is ons publieke debat niet wat het zou moeten zijn,” zegt Anton Schulzki.

Amy Gallaway, de lerares in Alaska die het plezier in haar werk verloren is, houdt om één reden hoop dat het politieke klimaat atmosfeer in de VS weer zal afkoelen: haar leerlingen. “Ze zijn krachtig, betrokken, nieuwsgierig, bereid om te leren, beleefd,” beschrijft ze. “Mijn leerlingen redden de republiek. En dat begrijpen ze – ze zijn geschokt dat volwassenen zo zijn. Als we onze democratie lang genoeg intact kunnen houden, tot hun generatie het overneemt, komt het wel goed met ons.”

Anton Schulzki, Joe Harmon en Amy Gallaway. Beeld Privébeeld
Anton Schulzki, Joe Harmon en Amy Gallaway.Beeld Privébeeld
Meer over