PlusReportage

Limiet Poolse opvang Oekraïense vluchtelingen in zicht: ‘Het is een marathon geworden’

Nog steeds delen Nederlandse vrijwilligers in Polen friet uit aan vluchtelingen. Maar aan de Poolse solidariteit zelf blijken nu wel grenzen te zitten. ‘We kunnen ze niet allemaal op een vlucht zetten.’

Guy Hoeks
Polen heeft tussen de 1,4 en 1,5 miljoen Oekraïners opgevangen sinds Rusland het land aanviel. Beeld AP
Polen heeft tussen de 1,4 en 1,5 miljoen Oekraïners opgevangen sinds Rusland het land aanviel.Beeld AP

Je verwacht niet direct de penetrante geur van verse Nederlandse friet rond een paar grauwe loodsen ergens in Polen. Toch staat er, zo’n 17 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Warschau, een Hollandse frietkraam op Centrum Pomocy Humanitarnej PTAK, een troosteloos terrein met vijf grote expositiehallen dat sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne dienst doet als opvanglocatie voor 10.000 vluchtelingen uit het Oost-Europese land.

De nichten Amanda en Joanne Brouwer uit het Overijsselse Genemuiden staan hier al een week lang fanatiek patat te scheppen. “Mensen zijn hier gek op Hollandse snacks. Er gaan per dag vijfentwintig dozen van 12,5 kilo doorheen en vandaag zelfs al achthonderd frikandellen,” vertelt Amanda Brouwer glimlachend. Dankzij de vele donaties aan de stichting die haar familie opzette, krijgen de duizenden ontheemde mensen in dit kamp gratis gefrituurde lekkernijen voorgeschoteld. Wekelijks rijdt een grote koelwagen op en neer vanuit Nederland vol met diepvriesproducten.

Tussen de loodsen C en D staat vanaf ’s ochtends vroeg al een lange rij met hongerige mensen voor de frietkraam. Af en toe moeten de Nederlanders opletten dat spullen niet uit het zicht verdwijnen. “Een bak mandarijnen kan zomaar weg zijn. De militairen houden alles gelukkig goed in de gaten,” weet Amanda inmiddels.

Een jongetje met donkere ogen staart Joanne Brouwer indringend aan en vraagt om een zak friet. “Jij hebt al gehad, wegwezen,” zegt de jongste vrouw van de Nederlandse delegatie, terwijl ze een doorgang naast de frietkraam probeert af te sluiten met een witte ton frituurvet. “Soms word je er moe van. Toch zijn de meeste mensen heel dankbaar, al blijven de echt tragische verhalen onbesproken.”

De vluchtelingen, die Oekraïens, Russisch of gebrekkig Engels spreken, verblijven hier maximaal enkele weken. Het zijn vooral vrouwen, kinderen en oudere mannen. Een meisje van niet ouder dan 10 jaar rent richting de bushalte. Twee weken, gebaart ze. Zo lang zit ze hier. Een oudere vrouw op roze Crocs wuift boos een vraag weg.

1,5 miljoen

Na de inval van de Russen in Oekraïne op 24 februari zijn volgens de Verenigde Naties ongeveer 5,7 miljoen Oekraïners naar het buitenland gevlucht. Polen (ruim 38 miljoen inwoners) ving veruit de meeste mensen uit het buurland op, tussen de 1,4 en 1,5 miljoen mensen, blijkt uit cijfers van het Centrum voor Migratieonderzoek aan de Universiteit van Warschau. Bijna twee miljoen Oekraïners verbleven al in Polen als gastarbeider, deels als gevolg van de annexatie van de Krim in 2014. Een groot verschil met de vluchtelingenstroom van dit jaar: de meeste mannen blijven achter om tegen de Russen te vechten.

In hal D2 scrollen twee jonge Poolse vrouwen achter een aanmeldbalie verveeld op hun telefoons. Bergen met kussens, dekens en luiers steken boven de receptie uit. Aan de muur hangen kindertekeningen waarop met potlood veel blauw-gele hartjes te zien zijn. Witte expositiewanden scheiden de balie van een slaapzaal. Bij ingang van de zaal inspecteert een Poolse militair de spullen van een moeder en dochter. ‘Toon respect voor de privacy van de personen, die in deze tijdelijke accommodaties verblijven,’ valt te lezen op een zwart plakkaat gericht aan de media. Dat houdt in: meld je vooraf aan voor persaccreditatie, vraag toestemming voor foto’s en val mensen na 17.00 uur niet meer lastig.

De slaapzaal van hal D1 is zichtbaar minder goed afgeschermd van pottenkijkers. Door een verplaatste expositiewand krijg je een vrije inkijk in de zaal: tientallen zwarte veldbedjes op een rij, soms met meerdere kussens en geblokte fleecedekens en duidelijke gangpaden. Een oudere vrouw ligt op een bedje in een verder lege hal. Naast de mensen vallen vooral de huisdieren op. “Ik heb honden en katten gezien, en zelfs kikkers,” vertelt Amanda Brouwer, die toegang kreeg tot de hal om speelgoed naar de kinderen te brengen. “Een vrouw had zelfs haar tondeuse meegenomen om katten te verzorgen. Ongelooflijk dat je dat nog bedenkt, terwijl er bommen naast je neervallen.”

Uitgeput

Op Warszawa Zentrala, het centrale treinstation van Warschau, is Rostyslav Muretov zichtbaar opgelucht de opvanglocatie te hebben verlaten. Rostyslav, ‘Ross’ voor intimi, had naar eigen zeggen twee weken lang geen enkele privacy. “Je zit op elkaars lip in een hal met honderden mensen.” Veel Oekraïners kunnen geen kant op, omdat ze geen geld hebben om verder te reizen of compleet uitgeput zijn. “Ik kon gelukkig wel door,” vertelt Ross, die jarenlang als gids in Mexico werkte, en vanwege corona weer in Oekraïne verbleef toen de oorlog uitbrak.

Sara Bojarczuk, onderzoeker aan het Centrum voor Migratieonderzoek van de Universiteit van Warschau, ziet dat de energie na een bevlogen begin aan Poolse zijde ook enigszins wegebt. “Zoals bij iedere crisis schoten we uit de startblokken, namen we mensen massaal in huis en ontstonden er veel burgerinitiatieven. Maar we komen er nu achter dat we nog een hele marathon moeten lopen.”

Volgens Bojarczuk zijn veel Polen inmiddels bang dat Oekraïners binnenkort hun werk, woning en ziekenhuisbed inpikken. De Oekraïense ‘Ross’ bekruipt dat gevoel niet. “We zijn ontzettend dankbaar voor de Poolse gastvrijheid.”

Overigens krijgt niet iedere vluchteling dezelfde behandeling. Aan de grens met Belarus zouden Poolse grensbewakers vluchtelingen uit Syrië, Irak en Afghanistan de laatste tijd vaak hebben teruggestuurd. Mensenrechtenorganisaties melden gevallen waarbij Belarussische bewakers migranten gewelddadig te lijf gaan.

Visa

Veel Oekraïners die Polen hebben bereikt, hopen zo snel mogelijk door te reizen naar West-Europa of Amerika. “We helpen ze met het papierwerk voor een visum en de reis naar het land,” vertelt Lars Whelan achter een informatiebalie op het treinstation in Warschau, waar het een komen en gaan is van vrijwilligers. De Amerikaanse scheepskapitein uit Los Angeles werkt sinds een aantal weken als vrijwilliger voor een stichting die helpt Oekraïners Europa te verlaten. Deze Liszewska-Bowen Foundation heeft naar verluidt vijfhonderd visa weten te regelen voor Oekraïners. “Maar we kunnen ze niet allemaal op een vlucht zetten, dus het duurt langer voordat ze weg kunnen. Daarnaast is het wachten op donaties voor vliegtickets.”

‘Ross’ hoopt snel naar Canada te vertrekken. “Ik wil het liefst weg uit Polen. Wanneer ik vertrek is onduidelijk, maar ik weet wel dat ik er klaar voor ben.” Ook Maria Doronina heeft haar zinnen gezet op een nieuw leven in Noord-Amerika. Na het uitbreken van de oorlog reisde ze van Lviv, via Warschau, naar Berlijn. Maar in de Duitse hoofdstad bleken de opvanglocaties bomvol te zitten. “We hebben ons hotel daar zelf moeten betalen.” Dus keerde ze terug naar Warschau en hoopt ze binnenkort met haar zoons van 5 en 16 naar Toronto te reizen. “Mijn oudste zoon spreekt al goed Engels en het was altijd mijn droom om naar Canada te gaan.”

Niet alle Oekraïners in Polen hebben zoveel geluk dat ze met hun familie ergens anders heen kunnen. Taxichauffeur Oleg uit Marioepol vertelt, zodra hij wegrijdt van de opvanglocatie PTAK richting het centrum van Warschau, dat hij het liefst onmiddellijk vertrekt uit Polen en terugkeert naar Duitsland. In de jaren tachtig woonde hij al eens tien jaar in de Oost-Duitse stad Cottbus. “Maar mijn zes kinderen zitten allemaal nog in Oekraïne. Laat ze in godsnaam eerst veilig aankomen in Polen.”