PlusAchtergrond

Jatten en knokken voor gratis jenever: zo werden de Wallen de beroemdste rosse buurt ter wereld

Met de verkoop van negen prostitutiepanden door de families Joinking en Pot aan Stadsgoed NV, verdwijnen de laatste peeskamers uit het Sint Annenkwartier. Het buurtje wordt getransformeerd tot woon- en winkelgebied.

Eric Slot
Twee prostituees bij hun raam in Amsterdam, 1929. Beeld Getty
Twee prostituees bij hun raam in Amsterdam, 1929.Beeld Getty

Prostitutie was in de negentiende eeuw in Nederland legaal, en Amsterdam was één groot bordeel. Publieke vrouwen – zoals sekswerkers toen weren genoemd – zaten en liepen overal in de stad, maar vooral in nieuwbouwwijk De Pijp. In de Govert Flinckstraat kon je op 47 adressen terecht – en dan tellen we huisnummers, niet het aantal prostituees per huisnummer. Alleen in de Jordaan waren geen bordelen, maar die wijk leverde wel weer de meeste prostituees en souteneurs.

Ook op de Wallen waren toen bordelen, maar dat deel van de stad was toch eerder het afvoerputje dan een prostitutiegebied. Daar woonde wie elders was uitgekotst: dieven, inbrekers, helers en brandkastkrakers – en kon het gespuis vanaf middernacht terecht in illegale nachthuizen. De aanwezige vrouwen waren weliswaar vaak prostituee, maar zij werkten elders.

Het Sint Annenkwartier daarentegen, was bijna een oase van deugd en vlijt te noemen. In 1895 brachten de Middernachtzendelingen, die een algeheel prostitutieverbod wilden, alle verdachte panden in Amsterdam in kaart, maar ze telden er in het Sint Annenkwartier slechts één: Sint Annenstraat 14. Terwijl ze toch echt beter telden dan de politie.

Lammertje Zondag

De komst van Lammertje Zondag naar het Sint Annenkwartier in 1900 was al een teken aan de wand. Lammertje was een van de beruchtste criminelen van Amsterdam, en zeker de beruchtste vrouwelijke crimineel. Dat jaar opende ze in de Sint Annenstraat 24 een logement, en ze nam haar vaste gasten mee: Magere Bertus, Suikerjas, Mottige Toon en tal van andere bijnamen.

Een toename van berovingen was het gevolg. Zwarte Door, ook zij woonde bij Lammertje, lokte mannen achter schuttingen en liet ze door haar huisgenoten beroven. Het netwerk van stegen bood later sekswerkers een soort van veiligheid en hoerenlopers een zekere anonimiteit.

Toen de bezetter in 1940 de politie opdroeg een lijst met de namen en adressen van alle Amsterdamse prostituees op te stellen (aan soldaten met geslachtsziekten heb je weinig), woonden er nog steeds nauwelijks prostituees. Een paar in de Annendwarsstraat, nul in de andere straten. Het bruggenhoofd was toen echter al geslagen: Oudezijds Voorburgwal 92. Dat pand werd in 1933 gekocht door Jan Rademaker, een souteneur afkomstig van de Oudezijds Achterburgwal. De ene na de andere prostituee nam haar intrek bij Jan en zijn vrouw.

Rademaker zag ook de mogelijkheden die de Dollebegijnensteeg en Trompettersteeg boden. De panden daar waren in 1929 al onbewoonbaar verklaard, maar nog in gebruik bij bonafide bedrijven, waaronder enkele sigarenfabrieken. Nadat de laatste bedrijven en de weinige bewoners waren vertrokken, werden de panden omgebouwd tot peeskamers. De prostituees die zich voor de oorlog bij Rademaker hadden ingeschreven, schreven zich er na de oorlog een voor een in. Beide stegen werden prostitutiestraten.

Tekst loop door onder de foto

De Sint Annendwarsstraat, gezien vanaf de kruising met de Sint Annenstraat, met op de achtergrond de de Oudekerk.  Beeld Stadsarchief Amsterdam
De Sint Annendwarsstraat, gezien vanaf de kruising met de Sint Annenstraat, met op de achtergrond de de Oudekerk.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Aanvankelijk werden de panden gehuurd, in de jaren vijftig gekocht. Projectontwikkelaar van het Sint Annenkwartier werd de familie De Vries. Spil was Mien Veth, getrouwd met Jouke de Vries. De moeder van Mien was eind negentiende eeuw al door de Middernachtzendelingen geïdentificeerd als ‘baanrijdster’ oftewel tippelaarster.

Mien Veth zelf zat ook in het leven. Kort voor de Tweede Wereldoorlog kwam ze in de Warmoesstraat te wonen, later verhuisde ze naar Oudekerksplein 16; een bergplaats die ze kort na de oorlog liet ombouwen tot bordeel. De zaken gingen kennelijk goed, al snel kocht Veth haar eerste panden, onder meer Dollebegijnensteeg 9 in het Annenkwartier.

Vechtersbaas van de Wallen

Een van haar zoons was Rinus, die zou uitgroeien tot vechtersbaas van de Wallen. De politie vermoedde dat hij en medebenenbrekers Haring Arie, Buck Jones, Vette Lap, Jopie Doppie, Utrechtse Jantje, Gerritje Ketting en Wimpie W. in cafés vechtpartijen uitlokten met als direct doel gratis jenever en als indirect doel deze cafés voor een zacht prijsje over te kunnen nemen.

Tijdens een van die vechtpartijen, in 1953, viel een dode. De definitieve klap was uitgedeeld door Arnoldus Veldhoven. Toen deze Nol in 1955 weer vrijkwam, bood Veth hem huisvesting aan: Dollebegijnensteeg 9, eigendom van zijn moeder Mien Veth. Tegenprestatie: een oogje in het zeil houden.

Rinus zelf investeerde zijn geld ook in deze steeg. Zo kocht hij de nummers 3-5 en 7. Omdat 1 na samenvoeging niet meer bestond en zijn moeder 9 al bezat, was daarmee de gehele oneven zijde van die steeg in handen van de familie De Vries-Veth gekomen. In 1957 kocht hij ook Oudezijds Voorburgwal 90, naast Rademaker.

In 1971 moest Nol Veldhoven verhuizen, want de nieuwe eigenaar van Dollegegijnensteeg 9 wilde er zelf wonen: glazenwasser Joop Joinking. Hij kocht verder onder meer Oudezijds Voorburgwal 92 en 94, tot dan toe geen prostitutiepanden. Ook Joinking en zijn zoon werden kastenbaas in het groot. In de Bethlehemsteeg en Goldbergersteeg verliep het proces eender, alleen iets later.

De hele oneven zijde van de Sint Annendwarsstraat inclusief beide stegen was in gebruik bij twee bedrijven aan de Warmoesstraat: hotel Fleissig en lingeriefabrikant S.J. de Vries (geen familie). Toen die verhuisden, begon het getimmer opnieuw. Geen wonder dat de enige ‘normale’ zaak die uiteindelijk op de Wallen overbleef, een houthandel was. Achtereenvolgens de crisis, oorlog, wederopbouw en de seksuele revolutie gaven de pooiers net iets te veel ruimte.

Project 1012

De recente overname van de laatste 37 bordeelramen in het Sint Annenkwartier vormt het sluitstuk van het in 2009 door de gemeente gestarte Project 1012. Doel was het verminderen van de overlast door de concentratie aan bordelen, sekswinkels en coffeeshops in het Wallengebied. Het opkoopproject door Stadsgoed NV werd in 2015 versoberd, met uitzondering van het Sint Annenkwartier.

Meer over