PlusExclusief

In Groot-Brittannië dreigt een zomer van ontevredenheid door inflatie en armoede

Premier Johnson probeert zich op te werpen op als wereldleider, maar de economie in zijn land draait beroerd en de onvrede groeit.

Niels Posthumus
Staking van spoorwegpersoneel in Glasgow.  Beeld Getty Images
Staking van spoorwegpersoneel in Glasgow.Beeld Getty Images

Het is stil op Piccadilly Station in het hart van Manchester tijdens de grootste treinstaking in dertig jaar. Op de perrons staan meer journalisten dan reizigers te wachten op die enkele trein die nog wél vertrekt. Als om half elf ’s ochtends ergens een fluitje klinkt, zwenken een stuk of zes camera’s in de richting van dat geluid. Verder hangen er alleen wat vertwijfelde toeristen rond, druk zoekend op hun telefoon naar alternatief vervoer. De Britten zelf zijn thuisgebleven.

Afgelopen dinsdag en donderdag reden er nauwelijks treinen. Ook zaterdag was dat het geval. “We verdedigen onze banen, inkomens en werkomstandigheden,” legt vakbondsman Clayton Clive uit voor de ingang van het station. Door zijn ruige, volle baard ontkomt hij niet aan een vergelijking met Karl Marx. “Met meer dan 10 procent inflatie is er absoluut een loonsverhoging nodig,” zegt hij. “Bij de spoorwegen verdienen sommige werknemers maar 20.000 pond (23.000 euro, red.) per jaar. Haal daar nog eens 10 procent vanaf: 2000 pond... Nee, mensen kunnen dat niet missen.”

De economie piept en kraakt

Het gaat economisch slecht met het Verenigd Koninkrijk. Premier Boris Johnson ziet zichzelf graag als wereldleider. Hij was zondag aanwezig bij de G7-top in Duitsland als leider van de vijfde economie ter wereld – achter die van de Verenigde Staten, China, Japan en Duitsland. Hij probeert een leidende rol in de Oekraïnecrisis op te eisen, heeft het graag over de kansen die het Britse Gemenebest biedt en hamert voortdurend over het naar een hoger plan tillen van de Britse economie.

Maar van dat opschalen komt weinig terecht. De Britse economie piept en kraakt juist aan alle kanten. Een recessie dreigt. Terwijl de inflatie – naar schatting 11 procent dit jaar – nóg hoger is dan in de rest van Europa. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) blijft de economie van het VK momenteel sowieso ver achter bij die van alle andere G7-landen. Zelfs binnen de G20 doet alleen het onder sancties lijdende Rusland het slechter.

Het veroorzaakt onvrede, niet alleen onder spoorwegwerkers. Want ook voor de inflatie, zelfs al voor de coronapandemie, kampte het VK met een opvallend groot armoedeprobleem. In 2020 leefde 22 procent van de Britten in armoede – tegen 6 procent van de Nederlanders dat jaar. Volgens een peiling van Bloomberg ziet bijna driekwart van de Britten de toekomst van het land niet rooskleurig in.

Startschot voor een hele serie protestacties

De vrees bestaat dat de spoorwegstaking het startschot vormt voor een hele serie protestacties: in de zorg, het onderwijs, de postbezorging. Bovendien bestaan er ook in het VK personeelstekorten in sectoren als de luchtvaart, waardoor de chaos op veel vliegvelden minstens zo groot is als op Schiphol. En in Engelse ziekenhuizen staan maar liefst 6,5 miljoen mensen op een wachtlijst: 12 procent van de totale Engelse bevolking. Van hen wacht 1 op de 20 al langer dan een jaar op een operatie.

Deze stapeling van problemen kan volgens experts een ‘zomer van ontevredenheid’ tot gevolg hebben. Het is een verwijzing naar de ‘winter van ontevredenheid’ in 1978-1979, toen ook de ene staking na de andere door het VK raasde. Onder meer het vuilnis hoopte zich toen op langs de straten.

Want voorlopig zal de situatie niet verbeteren. Alex Veitch, beleidsdirecteur bij de Britse Kamer van Koophandel, stelt dat ‘er weinig tekenen zijn dat de tegenwind die de economie van het VK ondervindt snel zal afnemen’. De oorlog in Oekraïne houdt de prijzen hoog. Het aantal covidbesmettingen, en dus het ziekteverzuim, stijgt weer. De Britse centrale bank laat de basisrente oplopen, wat de inflatie volgend jaar moet drukken, maar mensen met hypotheken en leningen juist extra in de problemen brengt. Bovendien verhoogt de regering al tijden de belastingen, wat de koopkracht schaadt.

In hoeverre de brexit een rol speelt bij het slechte presteren van de Britse economie, is moeilijk exact vast te stellen. Maar de Britse versie van het Centraal Planbureau bevestigde eind mei nog maar eens dat het verlaten van de Europese Unie het VK op lange termijn 4 procent aan productiviteit kost. Dit betekent een verlies van vele tientallen miljarden euro’s. Daarbij verloor de Britse munt ruim 10 procent van zijn waarde ten opzicht van de dollar en de euro sinds het VK in 2016 aankondigde de EU te zullen verlaten. Dat maakt de import van goederen, zoals olie en gas, nu extra duur voor het land.

Niet zo heel gek dus dat vakbondsman Clive het volledig gehad heeft met de politiek. “Geen enkele partij komt nog op voor de gewone man,” foetert hij bij Piccadilly Station in Manchester. “De enige manier om ons te verdedigen is door zelf de straat op te gaan. Als de regering onze eisen na deze driedaagse staking niet inwilligt, leggen wij deze zomer nog veel vaker het werk neer.”

Meer over