PlusReportage

In Gaza kunnen burgers alleen maar wachten op de volgende aanval

In Gaza kan niemand vluchten: het is wachten op de raketten en artillerie en hopen dat je huis niet geraakt wordt. ‘Het is een angst die onmogelijk te beschrijven is.’

Verwoest wooncomplex in Beit Hanun, een stad in het noorden van de Gazastrook.  Beeld EPA
Verwoest wooncomplex in Beit Hanun, een stad in het noorden van de Gazastrook.Beeld EPA

Awad Abu Selmiya had de vorige drie oorlogen in Gaza overleefd – zijn ouders en zijn zeven broers en zussen niet – maar woensdag kwam ook hij om bij een Israëlische luchtaanval. Hij laat een jong gezin na.

De 50-jarige Umm Majed al-Rayyes werd woensdag midden in de nacht uit haar bed geslingerd door een serie bombardementen. Met haar vier kinderen maakte ze dat ze wegkwam, niet veel later werd haar appartement geraakt. Plotseling zijn ze dakloos.

Ook het huis van Rafat Tanani, zijn zwangere vrouw en hun vier kinderen werd geraakt. Het was elf uur ’s avonds, net voor ze naar bed zouden gaan, vertelt Rafats broer Fadi aan journalisten. De familie moest vrijdag onder het puin vandaan getrokken worden; niemand had het overleefd.

Het zijn maar enkelen van de doden en gewonden die zijn gevallen sinds de Israëlische luchtaanvallen maandagnacht begonnen op Gaza. Ondertussen is het dodental opgelopen tot boven de 120 – van wie meer dan 30 kinderen en 20 vrouwen – volgens de cijfers van het ministerie van Volksgezondheid in de enclave. Niet alle slachtoffers zijn burgers die niets met het conflict te maken hebben – onder de doden zijn ook leden van de extremistische groepen Hamas en Islamitische Jihad.

Inslaande artillerie

Maar dat al meer dan een kwart van de slachtoffers bestaat uit kinderen, onderstreept de tol die de burgers van Gaza moeten betalen voor de wens van de Israëlische regering om de terreurgroepen zo hard te raken. Tor Wennesland, de VN-gezant voor het Midden-Oosten, roept ­Israël nu op om ‘het gebruik van geweld aan te passen om burgers en civiele doelen te sparen in het uitoefenen van militaire operaties’.

Het gedreun van de luchtaanvallen en de inslaande artillerie is geen onbekend geluid voor wie in Gaza woont: om de zoveel jaar is de enclave het doelwit van aanvallen van het Israëlische leger wanneer er weer oorlog uitbreekt tussen Israël en Hamas. Israël beschuldigt de groepering van het gebruiken van onschuldige burgers als menselijk schild, door bijvoorbeeld wapenarsenalen te midden van de bevolking op te slaan. Maar ondanks de erkenning dat Hamas zich tussen de burgers van de enclave beweegt, weerhoudt het Israël niet om over te gaan tot de aanval. Bij elke oorlog is het aantal burgerdoden dan ook hoog.

Dichtbevolkt

Gaza is een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld. Twee miljoen mensen wonen op een strook van 41 kilometer lang en (op het breedste punt) 12 kilometer breed. Ze kunnen nergens heen. Nadat Hamas in 2007 aan de macht kwam, sloten Israël en Egypte alle grensovergangen, en creëerden hiermee in de woorden van critici ’s werelds grootste openluchtgevangenis.

Het is een gevangenis waar armoede en hopeloosheid sterk aanwezig zijn, ook als er geen bommen vallen. De helft van de bevolking is werkloos, tachtig procent is afhankelijk van voedselhulp. Iets meer dan de helft leeft onder de armoedegrens.

De luchtaanvallen en het artillerievuur zorgen dezer dagen voor een stroom aan gewonden naar de ziekenhuizen van Gaza.

Het zijn patiënten die het zorgpersoneel er eigenlijk niet bij kan hebben; de enclave zit middenin een tweede golf van het coronavirus. “Voordat de aanvallen begonnen, hadden we al gigantische tekorten en konden we de tweede golf amper aan,” vertelt een medewerker van het ministerie van Volksgezondheid. “Ik ben bang voor een totale ineenstorting.”

En in de tijden dat de projectielen wel vallen, is het afwachten en hopen dat je niet geraakt wordt. “Je kan nergens naartoe vluchten, je kan je nergens verstoppen,” vertelt bewoner Zeyad Khattab aan persbureau AP. “Het is een angst die onmogelijk te beschrijven is.”