PlusInterview

In de 17de eeuw was de straat één grote, levende telefoonkabel

Gezicht op de Houtmarkt te Amsterdam (dat nu het Jonas Daniël Meijerplein heet) van Hendrik Keun 1760 - 1787

 Beeld Rijksstudio
Gezicht op de Houtmarkt te Amsterdam (dat nu het Jonas Daniël Meijerplein heet) van Hendrik Keun 1760 - 1787Beeld Rijksstudio

Het Amsterdamse centrum staat vol monumenten. Maar al die stenen herinneringen aan een rijk verleden zeggen niets over hoe de 17de en 18de-eeuwse Amsterdammers de openbare ruimte gebruikten. Bob Pierik zocht dat uit voor zijn proefschrift.

Peter de Brock

Dit interview was bijna gestrand in goede bedoelingen. De kersverse doctor bleek op het afgesproken tijdstip te wachten voor de Oude Lutherse Kerk aan het Singel, de interviewer verderop aan de gracht voor de Ronde Lutherse Kerk. Een misverstand dat snel wordt rechtgezet, met dank aan de mobiele telefoon. Maar wat als het in de 17de eeuw was voorgevallen? “Dan hadden we waarschijnlijk allebei een kind of een kruier met een boodschap richting de andere kerk gestuurd,” veronderstelt Bob Pierik (Zwolle, 1994), die afgelopen maand promoveerde op de mobiliteit van de Amsterdammers tussen 1656 en 1791.

De keuze van Pierik voor de Oude Lutherse Kerk, op doordeweekse dagen in gebruik als aula van de Universiteit van Amsterdam, blijkt niets te maken te hebben met zijn recente succesvolle verdediging van zijn proefschrift aldaar, maar alles met het straatbeeld buiten. “Een plek waar de grenzen van de oude middeleeuwse stad en de stadsuitbreidingen met de grachtengordel elkaar raken. Met monumenten als de Oude Lutherse Kerk, het Begijnhof en de grachtenpanden aan de overzijde van het water, maar zonder de mensen uit die tijd. Ik wilde uitzoeken hoe de Amsterdammers destijds hun stad ervaarden, de openbare ruimte gebruikten. Of wel: van wie was de straat?”

Voor zijn onderzoek dook hij in de notariële akten, een immense papierberg die de laatste jaren in het Stadsarchief beetje bij beetje wordt ontsloten door een groot leger aan vrijwilligers. “Ik was niet de eerste die op dat idee kwam. Maar mijn voorgangers hadden de pech dat het archief lang zeer ontoegankelijk was. Ik wilde niet alleen weten hoe mensen leefden rondom het Spui, maar hoe de bewoners daar zich door de hele stad bewogen. Die informatie vond ik in de door notarissen opgestelde getuigenissen voor de hoofdofficier, over alledaagse conflicten tussen stadsbewoners.”

De rijdende rechter

Pierik stortte zich op de voor de justitie opgestelde verklaringen. De opgetekende ordinaire burenruzies deden hem vaak denken aan 17de of 18de-eeuwse versies van items uit televisieprogramma’s als De rijdende rechter. “Het zijn zaken vol stemmen en acties van Amsterdammers.” De woonadressen van de getuigen boden hem een inkijkje in de mobiliteit van de Amsterdammers. “Opeens kon ik punten op de kaart zetten. Zag ik mensen uit de Jordaan opduiken in de Jodenbuurt.” Daarbij plaatst hij wel de kanttekening dat de hogere klassen, de regenten, vaak ontbreken in de proces-verbalen. “Die bleven vaker gevrijwaard van alledaagse burentwisten, of wisten die conflicten zo te regelen dat ze amper tussen deze akten terechtkwamen.”

In zijn proefschrift maakt Pierik ook duidelijk onderscheid tussen districten, wijken, buurten en straten. “De Jordaan beschouwen we nu als een identiteit. Maar in feite is het een district met een verzameling aan buurtjes. In een van de door mij aangevoerde zaken getuigt een man dat zijn vrouw ‘het hardst kan werken van iedereen in de buurt, al was het twintig huizen ver’. Daar stond opeens het buurtgevoel informeel beschreven, met een definitie van de buurt in aantal huizen.” Vrouwen bleken vaak meer buurtgebonden. “Niet omdat ze niet de straat op mochten, want je ziet ze alsnog onderweg door de hele stad, maar ze waren gemiddeld toch vaker thuis en in hun buurt te zien dan mannen.”

Levende telefoonkabel

Burenruzies geven een inkijkje in het delen van schaarse ruimte. Het privéleven en het leven op straat liepen vaak in elkaar over. “In de akten lees je vaak hoe makkelijk de mensen bij elkaar naar binnen liepen. Bewoners dreven vaak in hun voorhuizen een bierhuis, winkel of voerden daar met open deuren een ambacht uit. In veel huizen woonden meerdere gezinnen, dat leidde soms tot irritaties en erger. De straat was een groot, open communicatienetwerk. Het lijkt soms een grote, levende telefoonkabel, waarbij berichten door de stad werden gelopen, bijvoorbeeld als een man werd gewaarschuwd als zijn vrouw aan het vechten was met de buurvrouw.”

Hoe levendig het straatbeeld was in het middeleeuwse centrum en volkswijken als de Jordaan, zo anders werd het in de grachtengordel. Daar in de 17de-eeuwse stadsuitbreiding trok de elite zich terug achter imposante maar gesloten gevels. “Hun werk was meestal niet alleen aan huis gebonden, en vaak meer over de stad verspreid. Waardoor ze ook de luxe kregen om zich terug te trekken in hun onderkomens aan de nieuwe grachten.”

Het was ook de stedelijke Amsterdamse elite die met de komst van het rijtuig zorgde voor een revolutie in het straatbeeld, of co-evolutie eerder corrigeert Pierik. “De opkomst van de koets baarde het stadsbestuur zorgen. Niet alleen legden koetsen een enorme claim op het gebruik van de openbare ruimte, ze leidden ook tot ongelukken.” Rijtuigen op wielen werden jarenlang verboden. Verplaatsingen in toesleden, een kleine koets op ingevette ijzers, mochten wel mits niet harder dan stapvoets. “De sleper die zo’n slede bestuurde, mocht er niet op gaan zitten, maar moest naast het enkele paard lopen.”

Dat alle oude Amsterdammers moesten wennen aan de verschillende snelheden van de weggebruikers kan Bob Pierik wel begrijpen. “Wij zijn er nu misschien aan gewend geraakt. Maar toen ik net vanuit Zwolle in Amsterdam kwam, bewoog ik me heel anders door de stad. Al snel begon ik te bellen naar toeristen op het fietspad me te ergeren aan te langzaam voortbewegende dagjesmensen in mijn straat. Toen ik de kans kreeg om Amsterdam voor het UvA-project Freedom of the Streets te onderzoeken, over gender en stedelijke ruimte in Europa en Azië tussen 1600 en 1850, wist ik daardoor dat zoiets vluchtigs als een interactie op straat om veel meer ging.”

Bob Pierik, Urban Lives on the Move, is beschikbaar via open access: https://pure.uva.nl/ws/files/67637667/Thesis.pdf

Meer over