PlusExclusief

Hulpgeld komt in Syrië vaak in verkeerde handen terecht

Hulpmiljarden komen steeds vaker terecht bij het regime. Vooral met de ‘wederopbouw’ van het land valt veel geld te verdienen.

Isabel Bolle
Een Syrische vrouw en haar kinderen in een vluchtelingenkamp. Beeld AP
Een Syrische vrouw en haar kinderen in een vluchtelingenkamp.Beeld AP

De internationale hulporganisaties die actief zijn in Syrië lopen steeds meer het gevaar ingezet te worden als politiek instrument van het Syrische regime, zo waarschuwt het Centre for Strategic and International Studies (CSIS), een denktank, in een deze week verschenen rapport. Het onderzoek is gebaseerd op interne rapporten van hulporganisaties en ruim 130 interviews met VN-medewerkers, medewerkers van ngo’s, diplomaten en onderzoekers.

Veel Syriërs die in het door de regering gecontroleerd gebied wonen, hebben een dringende behoefte aan noodhulp; miljoenen van hen leven in extreme armoede. Een economische crisis, de pandemie en een streng Amerikaans sanctiepakket hebben de financiële situatie voor veel burgers de laatste jaren ernstig verslechterd; volgens de VN zijn er sinds het begin van de oorlog nog nooit zoveel Syriërs geweest die behoefte hebben aan humanitaire hulp.

Maar de miljarden dollars die elk jaar via internationale hulporganisaties aan Syrië worden uitgegeven, komen steeds vaker terecht bij het Syrische regime, stelt het CSIS. Vooral met de ‘wederopbouw’ van het land valt veel geld te verdienen, en internationale hulporganisaties – met name de VN – zouden niet de nodige zorgvuldigheid toepassen om ervoor te zorgen dat het hulpgeld niet bij individuen of groepen terecht komt die mensenrechtenschendingen hebben begaan of banden hebben met het bewind.

Getrouwe van regime

Zo is er door UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de VN, een opdracht verleend aan een pro-Assad-militie in Aleppo voor het puinruimen in bepaalde wijken in de stad – dezelfde wijken die jaren geleden door dezelfde militie zijn verwoest.

Ook zou de UNDP een winstgevende opdracht hebben gegeven aan Mohammed Hamsho, een prominent zakenman en getrouwe van het regime, voor het verzamelen en recyclen van metaal afkomstig uit gebieden verwoest en heroverd door datzelfde regime. ‘Zij die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen kunnen nu profiteren van de verwoesting die ze hebben aangericht,’ concludeert het CSIS-rapport.

Volgens de onderzoekers heeft de Syrische regering veel grip op de hulporganisaties die actief zijn in Syrië; alleen met toestemming van de regering mogen ze er opereren. Dat leidt tot een precaire situatie – de organisaties kunnen het regime niet te veel voor het hoofd stoten, willen ze toegang tot het land blijven krijgen.

Volgens verschillende VN-medewerkers die zijn geïnterviewd door het CSIS werd door de regering al snel duidelijk gemaakt dat openlijk kritische hulpverleners niet op prijs werden gesteld – zo werd er gedreigd hun visa niet te verlengen. Door de jaren heen zijn veel van hen vertrokken. “In sommige organisaties hebben we nu een leiderschapsteam dat bijna bewonderend doet over de regering,” vertelt een VN-medewerker.

Wisselkoersen

Het binnenhalen van lucratieve aanbestedingen voor de wederopbouw van het land is overigens niet de enige manier waarop het regime geld verdient aan hulporganisaties. Eind vorig jaar werd bekend dat VN-organisaties van de Syrische regering de officiële wisselkoersen moeten aanhouden – waardoor 0,51 cent van elke dollar aan hulpgeld naar de Syrische Centrale Bank gaat; in 2020 haalde de regering op deze manier 60 miljoen dollar binnen.