PlusAchtergrond

Hoe het kabinet tóch ineens bereid bleek wapens naar Oekraïne te sturen

Vorig jaar wilde het kabinet nog geen wapens leveren aan Oekraïne, nu is die bereidheid er opeens wel. Toenemende Russische dreiging en profileringsdrang van de nieuwe minister spelen een rol.

Hanneke Keultjes
Premier Mark Rutte en minister Wopke Hoekstra (Buitenlandse Zaken) worden ontvangen door president Volodymyr Zelensky tijdens een werkbezoek in Oekraïne.  Beeld ANP/Remko de Waal
Premier Mark Rutte en minister Wopke Hoekstra (Buitenlandse Zaken) worden ontvangen door president Volodymyr Zelensky tijdens een werkbezoek in Oekraïne.Beeld ANP/Remko de Waal

Bij zijn allereerste debat als minister van Buitenlandse Zaken deed Wopke Hoekstra meteen stof opwaaien. Op een donderdagavond, eind vorige maand, zei hij in een commissiedebat plots dat het kabinet welwillend wil kijken naar wapenlevering aan Oekraïne.

Dat wil zeggen: als er een verzoek zou komen, benadrukte Hoekstra, en dat ‘ligt er nu niet’. Maar daar moest de CDA-bewindsman in de tweede termijn van het debat al op terugkomen. Diezelfde dag was er een verzoek van Oekraïne binnengekomen.

PvdA-Kamerlid Kati Piri zat even verbaasd te kijken. Niet om het Oekraïense verzoek, maar om de ‘welwillendheid’ – Hoekstra nam het woord acht keer in de mond – van de buitenlandminister. “Het was nogal een verschil met wat ik in eerdere debatten hoorde.” Eerder was het kabinet nog tegen bewapening voor Oekraïne. Toen een verzoek via de Navo in maart 2021 door Duitsland werd geblokkeerd, steunde Nederland dat.

Opgelopen spanning

Op dat moment, zeggen bronnen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, wilde Nederland ‘niet bijdragen aan verdere spanningen’ en was het kabinet geen voorstander van bewapening voor Oekraïne. Maar inmiddels is de context anders. “De spanning is nu al zo ver opgelopen.” Wanneer het kabinet precies van gedachten veranderde, is volgens de bronnen moeilijk te pinpointen.

Maar er speelden ook andere zaken mee: profileringsdrang van de nieuwe, trans-Atlantisch gerichte minister, bijvoorbeeld. Al op zijn eerste volle werkdag kreeg Hoekstra de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken aan de telefoon.

De twee wisselden niet alleen beleefdheden uit, blijkt uit een verklaring van een woordvoerder van Blinken. De Amerikaanse ambtsgenoot van Hoekstra stelde dat ‘verdere Russische agressie’ het land wat de Amerikanen betreft op hoge kosten zou komen te staan.

Grote kans dat de CDA’er instemmend reageerde, denkt Bob Deen van instituut Clingendael. Voor Hoekstra, zegt de Rusland- en Oost-Europadeskundige, is het immers belangrijk om direct goede banden met de VS op te bouwen. “En voor de Amerikanen is het belangrijk dat de rangen binnen de Navo gesloten blijven.”

Hoge kosten

In elk geval veranderde de Nederlandse koers, zegt Deen, van ‘de Duitse lijn’ richting de hardere trans-Atlantische lijn. “Nederland plaatst zich tussen de twee uitersten. Dat er ter afschrikking meer nodig is dan een stevig economisch sanctiepakket.” Met wapens, zegt Deen, worden de kosten voor Rusland om Oekraïne binnen te vallen hoger. “Dan is een dreiging mogelijk af te wenden.”

Belangrijk is dan wel, zegt hij, dat Rusland niet het idee krijgt dat Oekraïne wordt bewapend voor het terugpakken van Donbas, de regio in Oost-Oekraïne die door de Russen wordt bezet. En Deen ziet ook een verandering in perceptie bij Oekraïne. Het land probeert nu juist uit alle macht te voorkomen dat het beeld ontstaat dat een oorlog ophanden is. “Men is bang dat de interne economie ontregeld raakt door angst.”

Toch besloten andere Navo-bondgenoten soms al eerder om Oekraïne niet alleen in woord te steunen, maar ook in daad. Pallets vol wapens werden met name door de Amerikanen en Britten al naar Kiev gestuurd. “En Nederland is een land dat ook om zich heen kijkt,” zegt VVD-Kamerlid Ruben Brekelmans, die in het debat de reactie van Hoekstra uitlokte door hem te vragen wat Nederland zou doen met een verzoek om wapens. De Nederlandse ‘draai’ kan volgens hem niet los worden gezien van wat andere landen deden.

MH17

Daarbij, zegt hij, is het dreigingsbeeld sinds eind vorig jaar veranderd door “de massale troepenopbouw aan de grens, de toenemende dreigende taal uit Moskou, en de onmogelijke eisen van Poetin.” Als Nederland spullen op voorraad heeft en Oekraïne die kan gebruiken, moet Nederland die dus leveren, vindt de VVD’er.

Nederland – en met name Rutte – heeft door het noodlot een speciale band met Oekraïne. De MH17 werd in 2014 boven Oost-Oekraïne neergeschoten, tijdens de Russische-Oekraïense oorlog. “En Rutte kampt ook nog met wat schuldgevoel over het Oekraïnereferendum”, vermoedt Piri. Hoewel de opkomst in 2016 laag was, stemde 60 procent tegen het associatieverdrag tussen het land en de EU. Uiteindelijk kwam het verdrag er met een ‘inlegvel’ alsnog.

Ook is de Russische dreiging voor Nederland concreter geworden, nu Nederland al sinds 2017 met 250 militairen actief is in Litouwen. Die Navo-missie vloeit voort uit de Russische invasie van de Krim, in 2014. In de drie Baltische staten zijn Navo-militairen gestationeerd die in het geval van een Russische inval moeten fungeren ‘als struikeldraad’. Piri: “Door zo’n missie ga je toch anders naar Rusland kijken.”

Meer over