PlusAchtergrond

Heel Polen helpt Oekraïne, maar hoe lang houdt het dat nog vol?

Oekraïense vluchtelingen in de gymzaal van een basisschool in het Poolse Lublin, vlak bij de grens met Oekraïne.   Beeld EPA
Oekraïense vluchtelingen in de gymzaal van een basisschool in het Poolse Lublin, vlak bij de grens met Oekraïne.Beeld EPA

De stroom vluchtelingen uit Oekraïne blijft onverminderd aanhouden. In de Poolse stad Lublin, vlak bij de grens, zet iedereen alle zeilen bij om te helpen.

Mark van Assen

De vraag is: hoelang nog? Hoelang kan Polen de vluchtelingen uit Oekraïne nog blijven helpen, onderbrengen, verder begeleiden? Het zijn maar kale cijfers die nu volgen, maar ze spreken boekdelen. Sinds het begin van de Russische invasie in buurland Oekraïne, een kleine anderhalve week geleden, zijn er ‘ongeveer 922.400' mensen de grens met Polen overgestoken, zo meldt de douane. Volgens haar ging het deze zaterdag alleen al om 129.000 vluchtelingen, en zondag halverwege de ochtend waren alweer 40.000 bijgekomen. Waar gaan al die mensen heen? Wie vangt ze op? Wie begeleidt ze verder?

Voormalig klooster

Maar de mensen in het Centrum Kultury w Lublinie, het cultureel centrum van de oost-Poolse stad Lublin, stellen zichzelf al die vragen niet. Zij doen gewoon. Dit voormalige klooster, in normale tijden het decor van voorstellingen en exposities, is nu het brandpunt van de hulp in deze regio. De vluchtelingen zijn op verschillende plekken de grens overgestoken (Berdyscze, Hrebenne, Budomierz) en kunnen hier even op adem komen na een vaak dagenlange reis vol ontberingen.

Krzysztof Stanowski laat graag zien hoe de inwoners van Lublin in het geweer komen voor hun arme buren. Hij werkt op het gemeentehuis als directeur van het Centrum voor Internationale Samenwerking, was in een ver verleden staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken en nog langer geleden een van de leiders van de ondergrondse vakbond Solidariteit (waarvoor hij zelfs in de gevangenis zat). “Maar dat was toen,” zegt hij. “Dit is nu.” Op zijn telefoon laat hij foto’s van zien van een lokale sporthal waar mensen worden opgevangen. “Maar ze kunnen ook terecht bij mensen thuis of op de campus van de universiteit. Het is vaak maar voor één of twee nachten, en dan gaan ze weer door, naar familie elders in Polen of Europa.”

Vrij genomen

In de kelder van het cultureel centrum wordt alle hulp gecontroleerd. “Er hebben zich tot nu bijna 4000 vrijwilligers aangemeld,” zegt Stanowski. Een van hen is Agnieszka. Zij kijkt wat de vrijwilligers te bieden hebben en verdeelt ze dan in groepen. “We hebben vertalers nodig, mensen die de telefoon kunnen opnemen bij de infolijn, mensen die hulpgoederen kunnen uitladen en inladen, chauffeurs enzovoort.” Zelf werkt ze bij een marketingbureau hier in de stad, maar heeft een paar dagen vrij genomen. “Waarom? Gewoon, omdat het moet.” Er zijn zelfs bedrijven die hun personeel vrij geven om te gaan helpen.

In een andere ruimte (in vrolijke kleuren, vol speelgoed en knutselspulletjes) is Emilia in de weer met een paar kleine kinderen. Oekraïense ouders kunnen hier hun kroost even stallen, zodat ze tijd hebben om zaken te regelen. “Het gaat redelijk met de kleintjes,” zegt ze. “Ik heb er nu zes, een uur geleden waren het er tien. Zo gaat het de hele dag door. Ze praten niet over wat ze hebben meegemaakt, ze willen alleen maar spelen. Maar er moet van alles in hun hoofd zitten.”

1500 adressen

Weer twee deuren verder is een ruimte met vijf grote tafels. Hier helpt Jaroslawa gezinnen met het zoeken naar woonruimte. ,,We zijn hier op de derde dag van de oorlog mee begonnen,” zegt ze. Aan haar vermoeide ogen is te zien dat ze sindsdien niet al te vaak pauze heeft genomen. “Het is belangrijk dat mensen niet te lang in de noodopvang blijven. Ze hebben rust en begeleiding nodig op dit pijnlijke pad. We nemen even de tijd om ze zo goed mogelijk te helpen. Hoe is het met hun gezondheid? Hebben ze allergieën? Met hoeveel zijn ze? Kinderen? Ouderen?”

Het wordt steeds moeilijker om ruimte te vinden voor deze mensen, zegt Jaroslawa, simpelweg omdat er steeds meer vluchtelingen komen. “En lang niet iedereen wil verder reizen. Lublin ligt dicht bij de grens, dus als de oorlog stopt, wanneer dat ook is, dan zouden ze snel weer terug kunnen. Niemand wil hier langer blijven dan nodig is.” Er is inmiddels een databank met zo’n 1500 adressen, hier in de buurt, maar ook in de rest van Polen. Jaroslawa en haar collega’s hebben de afgelopen dagen al meer dan tweehonderd gezinnen op weg geholpen.

Nu wel hartelijk en onbaatzuchtig

Krzysztof Stanowski neemt ons ook mee naar de bibliotheek. Hier worden boeken in het Oekraïens naartoe gebracht. Er liggen kinderboeken (‘Het kleine Oekraïense Engeltje’), een vuistdik heldendicht van de beroemde schrijver Taras Shevchenko en een fotoboek van de natuur, kerken en parken in de oostelijke stad Charkov, die nu zo zwaar bestookt wordt door de Russen. “Het kan de mensen zomaar troost bieden.”

En dan is er ook nog die ene vraag die links en rechts ongemak oproept. Hoe kan het dat de Polen nu zo hartelijk en onbaatzuchtig hun Oekraïense buren opvangen, maar letterlijk een groot hek hebben opgetrokken om vluchtelingen uit landen als Syrië en Afghanistan buiten de deur te houden? Stanowksi haalt machteloos zijn schouders op. “Dat is het beleid van de regering,” zegt hij ongelukkig. “Er zijn zo veel Polen die bereid zijn iedereen te helpen. In de jaren 90 hebben we hier bijvoorbeeld 120.000 Tsjetsjeense vluchtelingen opgevangen. Dat was ook toen geen enkel probleem.”

Meer over