PlusExclusief

Geen natie, wel een nationaal museum – Bosnië is tot op het bot verdeeld

In het verdeelde Bosnië gaat het Nationaal Museum een onzekere toekomst tegemoet.  Beeld EPA
In het verdeelde Bosnië gaat het Nationaal Museum een onzekere toekomst tegemoet.Beeld EPA

Het oudste museum van Bosnië kan weer even vooruit, nu een samenwerking met de universiteit van Sarajevo geld in het laatje brengt. Maar wat is de toekomst van een Nationaal Museum in een land dat geen natie is?

Thijs Kettenis

Directielid Ana Maric ontvangt haar bezoek in haar statige werkkamer met de jas aan. Echt behaaglijk wil het ’s winters niet worden in het Nationaal Museum van Bosnië-Herzegovina in Sarajevo. Weliswaar krijgt het statige historische pand uit 1913 gratis verwarming van nabijgelegen regeringsgebouwen, maar om drie uur ’s middags gaat die uit. In het weekend, als het museum ook open is, zijn de regeringsgebouwen dicht en de radiatoren koud.

Dat staf en bezoekers zich hier een groot deel van de tijd zelf warm moeten houden, komt door het chronische geldgebrek waaraan de oudste op westerse leest geschoeide culturele instelling van het land lijdt. En dat is weer het gevolg van het feit dat het museum geen juridische status heeft. “In naam zijn we een nationaal museum, maar wettelijk gezien zijn we dat niet,” zegt Maric.

Directielid Ana Maric houdt haar jas aan.  Beeld Thijs Kettenis
Directielid Ana Maric houdt haar jas aan.Beeld Thijs Kettenis

De staatsinrichting in het vredesakkoord uit 1995, dat een eind maakte aan bijna vier jaar oorlog in Bosnië, voorzag geen landelijk ministerie voor culturele zaken. Die werden overgelaten aan de twee deelrepublieken: Republika Srpska, overwegend bewoond en bestuurd door Bosnische Serviërs, en de Federatie, waarin Bosniakken en Bosnische Kroaten de dienst uitmaken. Instellingen als het Nationaal Museum vielen tussen de wal en het schip en hadden het nakijken.

Enorme collectie

Aan geschiedenis, aanzien en objecten geen gebrek. Sinds de opening onder Oostenrijks-Hongaarse heerschappij verzamelde het museum in zijn vier paviljoens onder meer een archeologische, etnologische en natuurhistorische collectie, en meer dan 300.000 boeken.

Topstuk is de Haggada van Sarajevo, een van de oudste Sefardisch-Joodse geschriften ter wereld, waarschijnlijk vervaardigd in Barcelona rond 1350. Honderdtweeënveertig handgeschreven en geïllustreerde pagina’s van gebleekt kalfsleer, ingelegd met koper en goud. Net als andere Haggada’s verhaalt het over onder meer de Joodse uittocht uit Egypte; religieuze joden lezen eruit voor op de sederavond van het Pesachfeest. Het boek is miljoenen waard.

Het op de juiste manier conserveren, tentoonstellen en beveiligen ervan kost een hoop geld. Net als de maandelijkse elektriciteitsrekeningen, en de salarissen van de vijftig personeelsleden. En dat terwijl het vaste budget van het museum, omdat het nergens onder valt, precies nul Bosnische marken bedraagt.

Het leidt tot een jaarlijkse bedeltocht langs de verschillende regeringslagen die Bosnië rijk is. “Meestal krijgen we wel iets van de Federatie, en van het kanton Sarajevo,” zegt Maric. Verreweg het meeste komt van buitenlandse donoren, VN-cultuurorganisatie Unesco en ambassades. “Al is het soms niet eenvoudig om in te schrijven op projecten. Op pagina 1 moet je al invullen wat de juridische status van het museum is. Nou, die hebben we dus niet.”

Het Nationaal Museum huisvest een grote collectie.  Beeld Thijs Kettenis
Het Nationaal Museum huisvest een grote collectie.Beeld Thijs Kettenis

Het geldgebrek leidde ertoe dat het museum in 2012 voor drie jaar zijn deuren sloot, nadat de medewerkers al jaren geen salaris hadden ontvangen. Dat was zelfs niet gebeurd tijdens het beleg van Sarajevo in de jaren negentig, toen het gebouw zwaar getroffen werd. Daarna kwam er weer wat geld via de regeringen, maar de situatie blijft penibel. “Het enige wat we doen is onderhouden en conserveren. Uitbreiden of werken aan de collectie is er niet bij. Ik ben archeoloog, we zijn met onze afdeling al jaren niet naar opgravingen geweest.”

Houtje-touwtje

Afgelopen week was er echter goed nieuws voor het museum: het wordt een wetenschappelijk centrum voor de universiteit van Sarajevo. Studenten krijgen de mogelijkheid er onderzoek te doen, en in de toekomst wellicht ook colleges te volgen. Omgekeerd zijn medewerkers van het museum van plan af en toe les te geven aan de universiteit.

Het belangrijkste: via de universiteit dekt het kanton Sarajevo vanaf nu veertig procent van het jaarlijkse budget van ongeveer 1,2 miljoen mark (ruim 600.000 euro). “Dat betekent dat medewerkers niet meer elke maand hoeven afwachten of hun salaris wel komt. En we kunnen bijvoorbeeld onze nieuwsbrieven ermee uitgeven.” Het museum en de universiteit hopen dat er na verloop van tijd meer kantons over de brug komen.

Een permanente oplossing is dit model niet, erkent ook Maric, het blijft houtje-touwtje. Het beste zou zijn als de staat het Nationaal Museum onder haar hoede zou nemen. Maar hoe dat voor elkaar te krijgen in een land waar de verschillende bevolkingsgroepen zichzelf beschouwen als naties, die liever hun eigen culturele instellingen willen?

Kroaten en Serviërs zien het museum vooral als dat van Bosniakken. Republika Srpska gaf enkele jaren terug informeel te kennen wel mee te willen werken, maar op voorwaarde dat alle stukken die afkomstig zijn van wat nu Bosnisch-Servisch grondgebied is, dáár tentoon zouden worden gesteld. Dat vond het museum onbespreekbaar.

Nu de politieke spanningen weer oplopen, en de Bosnisch-Servische machthebbers openlijk aansturen op afscheiding, lijkt een nationale oplossing verder dan ooit. “Over onze status ben ik niet optimistisch. Daarover komt de komende tijd geen duidelijkheid,” zegt Maric. “Laten we zien wat er gebeurt met het land. Op dit moment is niet eens duidelijk hoe de situatie er over een paar maanden uitziet.”

Meer over