PlusAchtergrond

Fysicus Jan Pieter van der Schaar tien jaar drijvende kracht achter samenwerking tussen universiteiten van Amsterdam, Leiden en Utrecht

Delta ITP, de samenwerking tussen de theoretische natuurkunde onderzoeksgroepen van de Universiteiten van Amsterdam, Leiden en Utrecht bestaat op de kop af tien jaar en Jan Pieter van der Schaar is bijna even zolang de drijvende kracht achter het initiatief. ‘Vergis je niet, theoretische fysica is een teamsport.’

Jim Jansen
Foto van een deel van de Carinanevel, gemaakt door de James Webb ruimtetelescoop. Beeld NASA/ES/CSA/STScI/AP
Foto van een deel van de Carinanevel, gemaakt door de James Webb ruimtetelescoop.Beeld NASA/ES/CSA/STScI/AP

Hij werd geboren in Heerenveen, volgens hem ‘een Fries dorp dat men graag een stad noemt’ en vond alles maar klein en saai. “Dat begon al snel vervelend worden,” zegt hij vele jaren later bij cafe Polder op het Science Park terwijl hij een glimlach niet kan onderdrukken. “Al van kinds af aan was ik geïnteresseerd in sterrenkunde en dan met name het heelal. Dat was zo oneindig en ongeveer het tegenovergestelde van Heerenveen. Daar wilde ik veel meer van weten.”

Om dat te bewerkstelligen vertrok u naar Groningen.

“Hoewel ik niet meer precies weet waar het over ging, raakte ik geïnteresseerd in astronomie en een paar jaar later bouwde ik mijn eigen telescoop. Dat wilde ik ook gaan studeren en in Groningen is dat een opleiding samen met natuurkunde. Uiteindelijk vond ik dat laatste vak veel leuker, ook omdat ik geïnteresseerd was in het theoretische. Ik ben gepromoveerd in de snaartheorie, heel abstract en formeel. Toen ik na mijn promotie naar het buitenland ging, ben ik kosmologie gaan doen en zo was ik een beetje terug bij de astronomie.”

U reisde de wereld over, werkte onder meer in Amerika en bij de deeltjesversneller Cern om zeventien jaar geleden terug te keren naar Amsterdam.

“Ik heb een vreemde loopbaan achter de rug en ben een beetje van alle markten thuis. Dat vond ik een tijdje lang belemmerend, maar dingen gaan zoals ze gaan. In 2005 ben ik in Amsterdam gekomen en werd destijds door Robbert Dijkgraaf, nu onze minister, aangenomen. Ik kwam bij wiskunde terecht waar ik eigenlijk niks te zoeken had. Vervolgens accepteerde ik op het Amsterdam University College een onderwijsbaan. Een jaar later begon Delta ITP en Jan de Boer, hoogleraar theoretische natuurkunde, belde met de vraag of ik er belangstelling voor had. In het begin was het pionieren en het hielp dus wel dat ik me goed kon inleven in de wereld van de onderzoekers; iets wat een ‘gewone’ manager zeker niet had. Doordat we best veel geld beschikbaar hadden voelde ik me af en toe wel een beetje sinterklaas.”

Waarom is Delta ITP in het leven geroepen?

“Wij bewaken de eenheid van de theoretische fysica. In Nederland hebben we een lange traditie in deze tak van wetenschap en we zijn er ook nog heel goed in. We zijn creatief en solide. Al veel langer bestond het idee dat de universiteiten van Leiden, Utrecht en Amsterdam op dit gebied veel meer zouden moeten samenwerken. Theoretische fysica lijkt een eenzaam beroep omdat het vaak in het nieuws komt als een persoon een belangrijke prijs heeft gewonnen. Maar vergis je niet. Het is een teamsport en je kan alleen vooruitgang boeken als er een collectief fundament is gezet. Uitwisseling en samenwerking is superbelangrijk.”

Als je Amsterdam vergelijkt met Leiden en Utrecht dan legt elke universiteit op gebied van onderzoek haar eigen accenten.

“Amsterdam is een vrij nieuwe speler en Sander Bais en Robbert Dijkgraaf hebben een periode van groei ingeluid. In twintig jaar is het uitgegroeid tot de grootste en wellicht ook de beste groep van Europa. Hier zijn we goed in de snaartheorie en quantummaterie. Utrecht kan je zien als het huis van Nobelprijswinnaar Gerard ‘t Hooft, echt een historische plek, geïnteresseerd in de fundamentele vragen die er zijn. Utrecht was van oudsher een beetje formeel georiënteerd qua theoretische fysica, maar inmiddels zijn ze ook actief op het gebied van de kosmologie, gravitatiegolven en duurzame materialen. Leiden heeft het Instituut-Lorentz voor Theoretische Fysica waar Albert Einstein regelmatig te gast was als bijzonder hoogleraar. Moet ik nog meer zeggen? Leiden is anders dan de andere steden en daar is er een natuurlijke samenwerking van de theoretische fysica met de astronomie en de experimentele natuurkunde.”

Als je het hebt over theoretische natuurkunde, dan is het onmogelijk om de naam Albert Einstein niet te noemen.

“Elke theoretische natuurkundige refereert vroeg of laat aan Einstein. Bij Delta ITP hebben we de nadruk gelegd op onderwerpen die passen bij de drie instituten. Een voorbeeld. Hier in Amsterdam doen we veel met de snaartheorie en dat gaat in de kern om een ding: we willen weten wat de quantumversie van de algemene relativiteitstheorie is. Dat is een directe erfenis van Einstein.”

Er wordt op de kop af tien jaar samengewerkt, waar bent u het meest trots op?

“Dat vind ik moeilijk te zeggen. Delta ITP kan je zien als een manier om ons als collectief sterker te profileren en ik denk dat het ons gelukt is. Het is meer dan zomaar een samenwerking tussen drie steden. Internationaal hebben we onszelf op de kaart gezet mede omdat we uitzonderlijke fellowships in het leven hebben geroepen. Dat zijn driejarige projecten voor hele goede mensen; postdocs die we extra geld hebben gegeven waarmee ze mochten doen wat ze wilden. Je kon niet solliciteren, wij selecteerden de mensen. Uiteindelijk hebben we twaalf mensen aan ons verbonden en die dragen de naam Delta Fellows. Terugkijkend blijken ze allemaal heel succesvol te zijn. Dat is niet alleen leuk, daar ben ik inderdaad oprecht trots op.”

U bent manager en geeft onderwijs. Heeft u ook nog tijd om onderzoek te doen?

“Gelukkig wel. Als kosmoloog doe ik nog onderzoek en ik heb nog twee promovendi en een aantal masterstudenten. Mijn onderzoek richt zich op de vraag hoe het heelal is ontstaan en de relatie met snaartheorie. Als theorie van quantum zwaartekracht zou snaartheorie een belangrijke rol moeten spelen in het extreem vroege heelal. Ontwikkelingen op het gebied van zwarte gaten hou ik ook scherp in de gaten omdat ze een brug kunnen slaan naar het ontstaan van het heelal. In zekere zin in de voetsporen van Stephen Hawking.”

Heeft dat ook praktisch nut?

“Ik doe geen onderzoek omdat het nuttige toepassingen heeft, maar louter om mijn eigen nieuwsgierigheid te bevredigen. Dezelfde nieuwsgierigheid dreef mensen als Einstein en Newton. Van hun toepassingen maken we anno 2022 gretig gebruik. Misschien doen we dat over honderd jaar ook met mijn bevindingen.”

Wat hoopt u op onderzoeksgebied nog te ontdekken?

“Ik zou heel graag de De Sitter-ruimtetijd beter willen begrijpen. Willem de Sitter was een Nederlandse astronoom/wiskundige die in Groningen en Leiden heeft gewerkt. Hij was de eerste die een oplossing vond in de algemene relativiteitstheorie met een positieve kosmologische constante. Deze De Sitter-oplossing beschrijft een versneld uitdijend heelal, zoals waarschijnlijk gerealiseerd in het vroege heelal, en heeft eigenschappen die lijken op die van een zwart gat, met een kosmologische horizon die Hawkingstraling uitzendt. Als we begrijpen hoe dit in snaartheorie werkt, dan verwacht ik veel te leren over het ontstaan van het heelal.”

Jan Pieter van der Schaar is samen met Ionica Smeets en Marcel Levi de eerste sprekers van het Gala van de wetenschap dat op 22 november plaatsvindt in het International Theater Amsterdam, waarvan de voorverkoop vandaag is begonnen. Zie ook galavandewetenschap.nl

Jan Pieter van der Schaar: ‘Mijn onderzoek richt zich op de vraag hoe het heelal is ontstaan en de relatie met snaartheorie. Beeld
Jan Pieter van der Schaar: ‘Mijn onderzoek richt zich op de vraag hoe het heelal is ontstaan en de relatie met snaartheorie.

Jan Pieter van der Schaar

Heerenveen, 28 december 1972

Jan Pieter van der Schaar studeerde theoretische natuurkunde in Groningen in 1996 en promoveerde in 2000 aan dezelfde Universiteit van Groningen. Na een postdoc aan de Universiteit van Michigan, een fellowship op CERN en een jaar als postdoc aan Columbia University, maakt hij sinds 2005 deel uit van de Theoretische Fysica groep aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2013 coördineert hij het Delta Institute for Theoretical Physics. Zijn onderzoek richt zich op het grensvlak tussen kosmologie en snaartheorie. Hij is een van de leidende wetenschappers van het nationale kosmologieprogramma.

Meer over