Plus

Explosies op de Krim: een Oekraïense klap die nog steeds nagalmt

De explosies op de Krim blijven nagalmen. Militaire experts zijn het erover eens dat Oekraïne een huzarenstukje heeft uitgehaald met de aanval op de Russische luchtmachtbasis bij Saki, aan de westkant van het sinds 2014 bezette schiereiland.

Het Parool
Satellietbeelden van de schade op het Russische vliegveld. Beeld via REUTERS
Satellietbeelden van de schade op het Russische vliegveld.Beeld via REUTERS

Hoe de Oekraïense strijdkrachten het flikten, is nog steeds niet duidelijk. Maar de impact van de explosies zijn vooral aan Russische zijde enorm, want dit was duidelijk niet voorzien. Russische generaals zullen opnieuw moeten nadenken over de veiligheid van hun aanvoerlijnen en over de bescherming van al hun militaire faciliteiten op de Krim, denkt Frans Osinga, bijzonder hoogleraar oorlogsstudies van de Universiteit Leiden.

De uitleg van Moskou dat het allemaal een ‘ongeluk’ was en dat er geen Russische gevechtsvliegtuigen zijn vernietigd, wordt door satellietbeelden tegengesproken. Vier verschillende explosiekraters en ten minste negen vliegtuigwrakken getuigen van iets groters dan een onvoorzichtigheid van iemand op de basis. Volgens onbevestigde berichten zou bij de aanval ook een aantal Russische piloten zijn gesneuveld.

Beschadigd wapentuig

Defensie- en wapendeskundige Danny Pronk van Instituut Clingendael hinkt nog steeds op twee gedachten over de stunt. Een plausibele verklaring lijkt een gecombineerde operatie op de grond met Oekraïense commando’s. “Maar ik sluit niet uit dat Oekraïne deze keer een ballistische raket heeft ingezet, de Hrim-2, die ze al bijna twintig jaar in ontwikkeling hebben. Dat is de tegenhanger van de Russische Iskanderraket, met een bereik van tussen 300 en 500 kilometer. Daar zijn een aantal prototypes van vervaardigd. Qua afstand, lading en geleidingsmethodiek kunnen die inderdaad vanuit Odessa zijn afgeschoten. Sommige Oekraïense woordvoerders zeggen zelf dat de aanval is aangevoerd met door Oekraïne zelf ontwikkelde middelen.”

Rusland kan makkelijk de vernietigde gevechtsvliegtuigen en ander ­beschadigd wapentuig vervangen en het zal misschien even duren voordat het 43ste regiment van de marineluchtvaartdienst weer volledig operationeel is voor aanvallen op het Oekraïense vasteland, denken beide experts. Maar de beelden van huilende Russische vakantiegangers die in paniek de Krim ontvluchtten, hebben een veel groter effect. Want het schiereiland is met name voor Vladimir Poetin persoonlijk een heel belangrijk gebied. In zijn toespraken heeft de Russische president meermaals onderstreept dat hij de Krim beschouwt als de bakermat van de Russische beschaving, naast het strategische belang van Sebastopol en de toegang tot de Zwarte Zee.


Offensief

Of deze spectaculaire aanval past in de opmaat naar dat grote, al weken aangekondigde, Oekraïense offensief in het zuiden, weet niemand. De gedachte is dat de Oekraïners in ieder geval druk bezig zijn de Russische legermacht uit elkaar te spelen en de Russische focus van de Donbasregio in het oosten te halen zodat de druk minder wordt op de laatste Oekraïense verdedigers daar. Of dat grote tegenoffensief binnenkort echt wordt ingezet blijft de vraag. Pronk: “Ik denk dat de Oekraïners ook wel beseffen dat een daadwerkelijk succesvol tegenoffensief moeilijk zal zijn. Sinds 2014 is Oekraïne zich aan het voorbereiden op een verdedigingsoorlog, een aanvallend gevecht vraagt een hele omschakeling in strategie en middelen. Ik vraag me af of ze daar klaar voor zijn en ooit wel klaar voor zullen zijn.”

Maar dat Oekraïne met deze week een belangrijke slag heeft geslagen in de voortgaande informatieoorlog is wel duidelijk. In de Oekraïense sociale media worden de Russen al dagen bespot. Zonder in details te treden wordt het succes ook gevierd door de Oekraïense autoriteiten die enerzijds de eigen bevolking een hart onder de riem willen steken en anderzijds graag aan het Westen willen laten zien dat ze de Russen hard kunnen treffen en dat de wapenleveranties dus moeten doorgaan. Osinga: “Je moet dit vergelijken met de vijftig recente aanvallen op Russische opslagfaciliteiten en commandocentra. Elke aanval op zich heeft een gering tactisch effect. Maar gecombineerd heeft dat Rusland er wel toe gedwongen de militaire faciliteiten nog verder van het front te brengen waardoor hun logistieke en aansturingsproblemen nog groter worden.”