PlusExclusief

EU-zilvervloot komt aan bij 21 Italiaanse dorpjes, en dat leidt tot scheve ogen

21 Italiaanse dorpjes krijgen ieder 20 miljoen uit het Coronaherstelfonds van de EU, en dat leidt tot wrevel. Is het kift of terechte kritiek?

Pauline Valkenet
Het dorpje Calascio in de Italiaanse Abruzzen. Dit dorp krijgt 20 miljoen euro uit het EU-Herstelfonds. De burgemeester wil onder meer het kasteel verstevigen en een museumpje inrichten. Ook komt er een camping. Beeld AFP
Het dorpje Calascio in de Italiaanse Abruzzen. Dit dorp krijgt 20 miljoen euro uit het EU-Herstelfonds. De burgemeester wil onder meer het kasteel verstevigen en een museumpje inrichten. Ook komt er een camping.Beeld AFP

Een kraaiende haan in de verte. Een blaffende hond. Ruisende wind. Meer is er in Calascio deze ochtend niet te horen. Dat is ook niet zo vreemd. Dit dorpje had een eeuw geleden ruim tweeduizend inwoners, maar nu zijn dat er nog maar 120. Het overgrote deel van de beige stenen huizen staat leeg. Calascio telt twee barretjes. Er is geen school, geen bakker, geen kruidenier en geen apotheek.

Het plaatsje ligt op 1200 meter hoogte in de ongerepte Apennijnen van Midden-Italië en het uitzicht is spectaculair: rondom blinken de besneeuwde toppen van de grijze bergen in de zon, en er slingeren weggetjes naar een paar dorpjes in de diepte.

Het is dit uitzicht, en vooral ook het vervallen kasteel helemaal bovenop hun berg, waar ze in Calascio vol op inzetten nu de zilvervloot in aantocht is. Dit dorp krijgt 20 miljoen euro uit het EU-Herstelfonds. Dat fonds is bedoeld om Europese economieën na de coronaklap te doen herrijzen; Italië is veruit de grootste begunstigde met 200 miljard aan leningen en subsidies. In Calascio, middenin het dunbevolkte gewest de Abruzzen, moet de zak geld voor levendigheid en bedrijvigheid gaan zorgen.

Tij keren

In het uitgestorven gemeentehuis zit Paolo Baldi (62) met zijn hoofd vol plannen. Deze voormalige berggids uit Rome is hier twintig jaar geleden komen wonen en heeft bij het kasteel een restaurant met hotelletje geopend. Het is aan Baldi, die sinds een half jaar burgemeester is, om die 20 miljoen doeltreffend te besteden.

In de meeste regio’s mochten dorpen projectvoorstellen indienen. De regiobesturen wezen vervolgens de winnaars aan. “Toen ik hoorde dat van de zestien kandidaat-dorpjes in de Abruzzen mijn Calascio had gewonnen, was ik eventjes bang dat ik een hartaanval zou krijgen. Ik dacht: ‘Hoe ga ik dat doen, met drie ambtenaren die maar één ochtend in de week werken?’” Maar nu hij zich heeft herpakt, heeft Baldi er veel zin in. “Dit is dé kans om het tij te keren.”

Calascio maakt een slaperige indruk, maar het uitzicht vanaf de kasteelruïnes is spectaculair. Beeld AFP
Calascio maakt een slaperige indruk, maar het uitzicht vanaf de kasteelruïnes is spectaculair.Beeld AFP

De burgemeester somt op: “We gaan het kasteel verstevigen. Op dat symbool van de Abruzzen komen jaarlijks bijna 100.000 bezoekers af, maar faciliteiten ontbreken. Er komt een museum over de duizendjarige geschiedenis van het kasteel. We willen een handjevol verlaten huizen tot een hotel met 25 kamers ombouwen. Er komt een camping. En omdat Calascio eeuwen geleden welvarend was dankzij de duizenden schapen die hier graasden, willen we jongeren tot schaapherders gaan opleiden.”

Verbitterd en teleurgesteld

Calascio is een van de 21 leeggelopen Italiaanse dorpjes die elk 20 miljoen euro krijgen. In mei maakt het ministerie van Cultuur de bedragen over, er kennelijk van overtuigd dat dit de beste plekken zijn om 420 miljoen euro uit het EU-Herstelfonds in te investeren.

De keuze voor die 21 gelukkige gemeenten zorgt voor wrevel en afgunst bij concurrerende dorpjes die óók mooie plannen bij het ministerie hebben ingediend en die helemaal niets ontvangen.

“Ik ben verbitterd en teleurgesteld,” zegt Luca Profili, de burgemeester van Bagnoregio in de regio Lazio, tegen de krant La Repubblica. “Maar vooral vind ik dat 20 miljoen voor één klein dorpje veel te veel is. Het zou misschien nuttiger zijn geweest om dat geld over de drie beste kandidaten van iedere regio te verdelen.” Profili verwacht dat de piepkleine dorpjes grote moeite zullen hebben om zo’n groot bedrag uit te geven omdat ze daar het personeel niet voor hebben.

Absurde verdeling

Ronduit nijdig is de Landelijke Unie van Berggemeenten over de gang van zaken en de focus op een select groepje – er zijn in Italië immers zoveel verlaten dorpen die de moeite waard zouden kunnen zijn. In een protestbrief aan de minister van Cultuur noemt de voorzitter de verdeling van de miljoenen ‘absurd’ en ‘een loterij’.

En op Sicilië heeft het regiobestuur – tot woede van veel burgemeesters op het eiland – niet eens een selectieprocedure georganiseerd, maar zelf een plaatsje uitgekozen: Vizzini. In een afgelegen deel van die gemeente staan veertig leegstaande huizen rondom een middeleeuws kerkje. Het lijkt het regiobestuur een goed idee om daar 20 miljoen euro in te pompen omdat het geheel ‘een bewonderenswaardig voorbeeld van landelijke Oost-Siciliaanse architectuur’ is.

In het stille Calascio trekt burgemeester Baldi zich van alle kritiek niks aan. Ja, hij krijgt een bedrag dat bijna vijftien keer zo groot is als wat hij normaal in een jaar kan uitgeven, maar dat vindt hij geen probleem. “Het ministerie gaat me helpen bij het aannemen van extra personeel,” zegt hij opgeruimd.

Bodemloze put

Hoeveel de miljoeneninvestering uiteindelijk zal opleveren, weet Baldi niet. Volgens hem is dat ook niet te berekenen: “Het opgeknapte kasteel gaat weer duizend jaar mee. Hoe bepaal je daar de waarde van?” Hij gokt dat er honderd banen worden geschapen.

De vrees dat Calascio een bodemloze put zal blijken waar miljoenen Europese euro’s in verdwijnen, vindt hij ongegrond. “Ons dorp heeft absoluut potentieel. Dat wéét ik gewoon.” Lachend voegt hij er aan toe: “Je zult het zien. Dit project loopt het risico te slagen.”

null Beeld AFP
Beeld AFP
Meer over