PlusReportage

Elk woord kan één te veel zijn: Britten ‘cancelen’ steeds vaker

Na een rel rond een Adolf Hitler-imitatie, staat de universiteit van Cambridge symbool voor de Britse cancelcultuur. Zelfs Sir Winston Churchill wordt afgerekend op zijn vroegere denkbeelden over rassen en zijn koloniale verleden.

Geert Langendorff
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Portretten van de Dalai Lama, actrice Dame Judi Dench (M in James Bond-films) en miljardair Bill Gates hangen in het zicht. Oud-voetballer Sol Campbell kijkt voorbijgangers door het raam schalks aan. Brasserie The Orator, onderdeel van het debatgenootschap Cambridge Union, pronkt met een selectie foto’s van de beroemdste sprekers. Maar na een rel rond een imitatie van Adolf Hitler van een recente gast tijdens een debatavond lijkt niemands plek aan de wand nog zeker.

Cambridge University staat bekend als een verzamelplaats van de knappe koppen in de meest uiteenlopende disciplines. In deze wereld van kennis geldt de Cambridge Union als de ‘verdediger van het vrije woord sinds 1815’. Morrende studenten brachten dit motto vorige week aan het wankelen. Voorzitter Keir Bradwell zette kunsthistoricus Andrew Graham-Dixon na ophef over diens bijdrage op een zwarte lijst.

Hitler

Slechte smaak, zo stelde Graham-Dixon, gaat samen met perverse en fascistische ideeën. Om dit tastbaar te maken parafraseerde hij uitspraken van Hitler over kunst. Niet zozeer de imitatie van de nazileider kwetste zijn toehoorders, maar het gebruik van de termen ‘neger’ en ‘Jood’ in een grimmige context. Bradwell greep niet in tijdens het debat, maar ‘cancelde’ de spreker later onder druk.

Komiek John Cleese, die in de series Monty Python en Fawlty Towers zelf Hitler nadeed, trok zijn belofte om naar de ‘Union’ te komen vervolgens in. Oud-preses Andrew Lownie noemde het besluit ‘stalinistisch’. De ophef leidde tot een optische knieval. Bradwell beloofde sprekers niet te weren, maar in de stegen en op de pleinen van Cambridge gelooft niemand dat. De Britse ‘cancelcultuur’ verspreidt zich al een tijd door de academische hoofdader.

Op een muurtje voor de poorten van het majestueuze King’s College haalt Charlie (21) haar schouders op. “Cambridge Union vormt al meer dan tweehonderd jaar lang een bastion van rabiaat conservatisme,” zegt de student Engelse literatuur. “Nu komt toevallig een snipper naar buiten van wat daarbinnen wordt gezegd. Van mij mag die club in zijn geheel vandaag nog verdwijnen.”

Uitgummen

Op Churchill College, één van de vele campussen in Cambridge, gebeurde dit uitgummen letterlijk. De president proostte dit jaar tijdens het Scholar’s Feast voor het eerst niet op naamgever Sir Winston, maar alleen nog op de ‘Queen’. Het gedachtegoed van de Britse leider was door academici kritisch tegen het licht gehouden. Door zijn denkbeelden over rassen en zijn koloniale verleden verdiende Churchill volgens hen geen prominente plek meer.

Een 26-jarige promovendus in de rechten schudt zijn hoofd over deze in zijn ogen zorgelijke trend. Zijn ‘zeer onderscheidende’ voornaam houdt hij liever geheim, uit vrees zelf te worden gecanceld. “Een reëel gevaar voor mijn loopbaan,” zo verklaart hij zijn voorzichtigheid. “Wat ik wel kwijt wil, is dit: de vergiftiging van de universiteit door mensen die overal aanstoot aan nemen, wordt steeds erger.”

De man vindt Graham-Dixon ‘smakeloos’, maar hekelt de controverse. De heksenjacht op ‘Terfs’, een benaming voor vrouwen die het geslacht van een persoon zien als een biologisch kenmerk en niet als een identiteit, in Cambridge vindt de onderzoeker gevaarlijker. In de studiegids staat een pagina met ‘kenmerken van een Terf’. “Ze hebben iemand op de korrel om te cancelen,” zegt hij. “De hel kan hier elk moment losbreken.”

Aan de universiteit van Sussex merkte filosoof Kathleen Stock hoe dat voelt. Op posters, spandoeken en sociale media werd ze net zolang geïntimideerd tot ze uit eigen beweging ontslag nam. Gaat deze golf van verontwaardiging over schurende ideologieën de Cambridge Union beknotten? Canberk (22), een Britse Turk, denkt van niet. “Ik ben geboren in Duitsland. Daar zijn imitaties van Hitler uit den boze. Nu hier dus ook.”

De masterstudent in economische geschiedenis gelooft dat het verder wel meevalt met het schrappen van controversiële personen. “In de jaren 60 sprak politicus Enoch Powell hier nog, nu algemeen gezien als een racist. Percepties en normen veranderen nu eenmaal.”

Zijn relativeringsvermogen wordt in Cambridge niet overal gedeeld. De ‘cancelcultuur’ voelt als drijfzand rondom de debatclub, waar de leden angstvallig zwijgen. Elk woord kan er één te veel zijn.

Meer over