PlusNieuws

Eindelijk een rechtszaak voor Surinaamse moordpartijen uit een donker verleden

Ruim drie decennia na de bloederige Binnenlandse Oorlog in Suriname staat er maandag, in Den Haag, voor het eerst een individuele militair terecht voor oorlogsmisdrijven in die periode. ‘Het is heel belangrijk dat dit alsnog gebeurt.’

Cyril Rosman
Slachtoffers van de moordpartij in Moiwana, in 1986, door het Surinaamse leger.  Beeld Karel Bagijn
Slachtoffers van de moordpartij in Moiwana, in 1986, door het Surinaamse leger.Beeld Karel Bagijn

Het leven was zwaar in Suriname in de jaren tachtig van de vorige eeuw. “Er was al een economische malaise, daar kwamen door de oorlog nog meer armoede en wanhoop bij. Er waren aanslagen op elektriciteitsmasten waardoor het soms in heel Paramaribo duister was,” zegt de Surinaamse mensenrechtenactivist Sunil Oemrawsingh. “Vanwege de perscensuur gingen er veel roddels en geruchten rond.”

Hele dorpen platgebrand

Voor Nederlanders klinkt het als een conflict uit een lang vervlogen tijd: de Binnenlandse Oorlog van Suriname. Een bloedige strijd, van 1986 tot 1992, om macht en geld tussen het Junglecommando van Ronnie Brunswijk en het Nationale Leger van Desi Bouterse. Die legerleider kwam in 1980 door een staatsgreep aan de macht.

Onder meer door de economische crisis in het land pakten honderden Marrons (afstammelingen van Afrikaanse tot slaaf gemaakten) in het Surinaamse binnenland de wapens op. Onder leiding van Brunswijk, een ex-lijfwacht van Bouterse, overvielen ze militaire posten. Het regime sloeg hard terug en liet hele dorpen in het binnenland platbranden. In het dorp Moiwana werden 39 inwoners door het leger afgeslacht. Er vielen in de oorlog enkele honderden burgerdoden, duizenden andere binnenlandbewoners slaan op de vlucht.

“Er hebben in die jaren heel veel misdaden plaatsgevonden. Gepleegd door beide kanten: het leger en het junglecommando,” zegt Oemrawsingh, zelf de voorzitter van de stichting ‘8 december 1982’. De datum waarop 15 tegenstanders van Desi Bouterse werden geëxecuteerd in Fort Zeelandia in Paramaribo. Voor zijn betrokkenheid bij die moorden is Bouterse inmiddels veroordeeld. “Maar voor de misdaden tijdens de Binnenlandse Oorlogen heeft nog niemand ooit voor de rechter gestaan. Dat is onacceptabel.”

‘Zuiveringsacties’

Tot maandag. In oktober pakte de Nederlandse politie in Amsterdam de 55-jarige Abdoel L. op. De Surinaamse Amsterdammer zou tijdens de Binnenlandse Oorlog commando zijn geweest bij het Nationale Leger en in 1986 en 1987 meerdere burgers, onder wie kinderen, hebben vermoord. Dat zou zijn gebeurd bij ‘zuiveringsacties’ in de omgeving van Brownsweg in het Brokopondogebied. Het zijn oorlogsmisdrijven, stelt het Nederlandse Openbaar Ministerie.

L. zou zelf aan anderen zijn gaan vertellen over zijn misdrijven, waarna aangifte werd gedaan, zo meldde het OM in oktober. Ook zou L. in 2016 in Amsterdam op straat zijn herkend door een nabestaande van enkele vermoorde burgers. Maandag moet hij in een eerste zitting voorkomen bij de rechtbank in Den Haag. De zaak wordt nog niet inhoudelijk behandeld. De man zit sinds oktober vast. Volgens het OM heeft een eerdere oproep aan getuigen om zich te melden een aantal reacties opgeleverd.

Foto’s van een militair in uniform

Om welke moorden het precies gaat, is niet duidelijk. Moiwana, plek van de slachting in 1986, ligt niet in het Brokopondogebied. Op sociale media postte L. enige tijd geleden oude foto’s van een militair in uniform: poserend met een wapen op een brug. Het lijken foto's van hemzelf uit die tijd. “Zaken worden opgeblazen,” zegt een kennis, die er verder niets over kwijt wil. “Ze zijn in Suriname behoorlijk geschrokken hiervan.”

De advocaat van Abdoel L., Gerald Roethof, zegt dat zijn cliënt stelt ‘geen oorlogsmisdaden te hebben gepleegd’. “Die beschuldiging is pertinent onjuist.” Roethof, die in de jaren tachtig zelf als tiener in Suriname woonde, wil niet zeggen of L. wel in het leger heeft gezeten of dat hij met mensen over die periode heeft gesproken.

Actieve rol in Surinaamse samenleving

Dat de misdaden van een Binnenlandse Oorlog uitgerekend ver in het buitenland voor de rechter komen, is niet zo verrassend. Bouterse en Brunswijk, de leiders van toen, spelen beiden nog een belangrijke rol in de Surinaamse samenleving. Bouterse was tussen 2010 en 2020 president van het land, Brunswijk zit al jaren in het Surinaamse parlement en is sinds 2020 vicepresident.

De misdaden tijdens de oorlog werden nooit echt onderzocht, stelt Oemrawsingh. Ook al ligt er sinds 2005 een veroordeling van het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten waarin Suriname werd opgedragen de nabestaanden van het bloedbad in Moiwana een schadevergoeding te betalen en de daders op te sporen. “Daarom vind ik de zaak van maandag echt een heel belangrijke rechtszaak, voor Suriname en voor Nederland.”

Ook in Amsterdam is er blijdschap over de rechtszaak. “Ik heb ook weleens aan het Nederlandse OM gevraagd of ze mensen konden aanhouden die betrokken waren bij de Decembermoorden in Suriname, maar toen kreeg ik een flutreactie,” zegt Romeo Hoost, voorzitter van de stichting Herdenking Slachtoffers Suriname. “Daarom vind ik deze zaak van belang: elk individu dat betrokken is geweest bij moorden en denkt daarmee weg te komen, maar alsnog wordt berecht, is meegenomen.”

Internationale misdrijven

Een speciaal team bij de Nederlandse politie en het Openbaar Ministerie houdt zich bezig met het opsporen en berechten van internationale misdrijven. Oorlogsmisdrijven worden als de ‘ernstigste schendingen van het internationale recht’ gezien, met de meest verregaande gevolgen voor slachtoffers en de (internationale) rechtsorde. Nederland kan in actie komen als een verdachte de Nederlandse nationaliteit heeft of zich op Nederlands grondgebied bevindt.

Zo zijn de afgelopen jaren meerdere Syrische asielzoekers vervolgd en veroordeeld voor oorlogsmisdrijven tijdens de oorlog in Syrië. In 2017 kreeg een Nederlandse Ethiopiër een levenslange celstraf omdat hij verantwoordelijk werd gesteld voor de dood van 75 mensen tijdens het communistische bewind in Ethiopië in de jaren 70. Binnenkort dient er een zaak tegen een Afghaanse asielzoeker die in de jaren 80 de baas zou zijn geweest van een martelgevangenis in zijn land.

Meer over