PlusVoorpublicatie

Een potje kosmisch biljarten: hoe voorkomen we een meteorietinslag op aarde?

De Nasa-ruimtesonde Dart (Double Asteroid Redirection Test), hier tijdens de lancering, moet dit najaar het 160 meter grote kosmische rotsblok Dimorphos te pletter slaan. Beeld Bill Ingalls/Nasa
De Nasa-ruimtesonde Dart (Double Asteroid Redirection Test), hier tijdens de lancering, moet dit najaar het 160 meter grote kosmische rotsblok Dimorphos te pletter slaan.Beeld Bill Ingalls/Nasa

Een inslag van een meteoriet of ander kosmisch projectiel kan desastreuze gevolgen hebben. In deze voorpublicatie uit Doelwit aarde beschrijft wetenschapsjournalist Govert Schilling hoe we een kosmische botsing zouden kunnen voorkomen.

Govert Schilling

Opblazen met een atoombom, zoals in de rampenfilm Armageddon, is niet zo slim. De talloze fragmenten die bij zo’n explosie ontstaan, blijven toch in min of meer dezelfde richting en met de oorspronkelijke hoge snelheid door het zonnestelsel bewegen. Het gevolg is dat de aarde dan niet één grote inslag te verduren krijgt, maar een hele reeks kleinere, met alle gevolgen van dien. Het is handiger om het aanstormende hemellichaam een beetje af te buigen, zodat het de aarde rakelings zal passeren. Zeker als je de inslag al vele jaren van tevoren ziet aankomen, kan een klein zetje al genoeg zijn. Toen sterrenkundigen in december 2004 de aardscheerder Apophis ontdekten, en het er even op leek dat die in 2029 dood en verderf zou komen zaaien, rekenden astronomen al voor dat een minieme snelheidsverandering van slechts een paar micrometer per seconde zou volstaan om die catastrofe te voorkomen.

Zo’n kleine snelheidsverandering kun je bijvoorbeeld realiseren door een projectiel met een enorme vaart op een kleine planetoïde te laten botsen. Dat is precies wat er in het najaar van 2022 gaat gebeuren: dan zal de Nasa-ruimtesonde Dart (Double Asteroid Redirection Test), die op 24 november 2021 is gelanceerd, op het 160 meter grote kosmische rotsblok Dimorphos te pletter slaan. Door de resulterende baanverandering nauwkeurig te meten, krijgen ruimtewetenschappers een goed beeld van de effecten van zo’n geplande inslag.

Hemelse stormram

Voor een groter hemellichaam heb je zwaarder geschut nodig. Zo ligt bij het Lawrence Livermore National Laboratory het Hammer-project op de tekentafel. Hammer is een hemelse stormram van negen meter lang en met een gewicht van bijna negen ton, die met hoge snelheid op een kleine aardscheerder afgevuurd kan worden. Als je tien jaar waarschuwingstijd hebt, kun je daarmee een object van 90 meter in doorsnee voldoende afbuigen om een inslag te voorkomen. Komt er een groter exemplaar op de aarde af, dan stuur je gewoon tien of twintig Hammers op pad. Of vijftig, of honderd. Ja, dat kost enorm veel geld, maar als je er honderd miljoen mensenlevens mee kunt redden, spelen de kosten natuurlijk een ondergeschikte rol.

Er bestaat trouwens wel een goedkopere manier om een kleine planetoïde uit zijn baan te duwen. Plaats gewoon een gigantische raketmotor op het oppervlak. Als een kleine raketmotor een draagraket de ruimte in kan brengen, moet je met een groot exemplaar een complete aardscheerder een piepklein beetje kunnen versnellen of vertragen. Als grondstof voor de raketbrandstof gebruik je dan bij voorkeur het materiaal van de planetoïde zelf: waterstof kan gewonnen worden uit ijs, en zuurstof uit gesteenten. Of je katapulteert gewoon materiaal van het object met hoge snelheid de ruimte in: dat heeft ook een soort raketeffect in de tegenovergestelde richting tot gevolg.

Vloot laserkanonnen

Wat ook werkt: een klein gebiedje aan één kant van de planetoïde zo sterk verhitten dat het oppervlaktemateriaal verdampt en de ruimte in vliegt. Het effect is hetzelfde als van een raketmotor op het oppervlak: gas wordt in één richting weggeblazen, waardoor het hemellichaam een heel klein beetje in de andere richting wordt geduwd. Als je met een vergrootglas een stukje papier of een schoenveter in brand kunt steken, kun je ook zonlicht focussen op het oppervlak van een planetoïde met behulp van een grote zwerm satellieten die zijn uitgerust met gigantische lenzen. Een complete vloot laserkanonnen is natuurlijk ook een optie. Of een kernexplosie op kleine afstand van het hemelse projectiel.

Naast deze technieken liggen er nog meer opties op tafel, zoals het inpakken van een aanstormende aardscheerder in reflecterend folie, zodat hij door opvallend zonlicht uit koers wordt gebracht, of een potje kosmisch biljart, waarbij een kleine planetoïde wordt ingezet om een veel groter exemplaar af te buigen. Eén ding is duidelijk: als je in de vuurlinie ligt, moet je jezelf zo goed mogelijk verdedigen, anders is je doodvonnis bij voorbaat al getekend. Niets doen is eenvoudigweg geen optie.

Tekst gaat verder onder foto

Govert Schilling: ‘De inslag van een meteoriet van 25 meter is voldoende om Amsterdam met de grond gelijk te maken’

Wetenschapsjournalist Govert Schilling (65), schreef een boek over het puin dat op onze planeet neerdaalt, of er langs schiet. Hoe groot, waar en wanneer. Doelwit aarde, over meteorieten, kometen en near misses. De aarde als kosmische schietschijf, met af en toe een treffer.

“Van alles. Van stofdeeltjes tot rotsblokken en planeten. De bewegingen van al die stukken steen worden veroorzaakt door de zwaartekracht die ze op elkaar uitoefenen. Puin dat op aarde neervalt noemen we meteorieten. Een komeet, ook wel staartster genoemd, is een klein hemellichaam dat voor een groot gedeelte uit ijs bestaat. De staart die je erachter ziet, ontstaat doordat de zon het ijs laat verdampen en de zonnewind een mengsel van gruis achter de komeet wegblaast.”

“Die beschermt ons tegen inslagen van klein ruimtepuin. Kleine steentjes verdampen wanneer ze de dampkring binnendringen. Het licht wat je aan de hemel ziet zijn de door de botsing heet geworden luchtmoleculen. Dat noemt men een vallende ster, maar er komt geen ster aan te pas, het is een meteoor. Onze maan heeft geen beschermende dampkring en dat zie je terug aan de vele kraters op het oppervlak.”

“Ongeveer honderd ton per dag. Het meeste betreft stofdeeltjes die door de dampkring worden gestuit. Grotere stenen komen vaak neer in de oceaan, bossen of woestijnen, die vind je nooit. Om je een beeld te vormen over de impact van meteorieten, een exemplaar van 25 meter is voldoende om Amsterdam met de grond gelijk te maken. Door de inslag en de schokgolf die alles wegvaagt. Een steen van 1 kilometer verandert een heel continent tot rampgebied en een blok ter grootte van 10 kilometer heeft wereldwijd desastreuze gevolgen. Ter geruststelling: in de recente geschiedenis zijn er geen stenen van die omvang op aarde gevallen. De laatste inslag in de buurt van Amsterdam was in Broek in Waterland, in 2017. Die steen van een halve kilo kwam op een schuurdak terecht. Het is pas de zesde meteoriet die in Nederland werd gevonden.”

“Een goede methode is zo’n steen uit zijn baan te tikken, zodat hij de aarde mist. In het najaar vliegt een ruimtesonde naar een kosmisch rotsblok van 160 meter lang, Dimorphos, voor een flinke tik. Zuiver voor de ervaring, als er later wel een keer een flink brok op aarde afkoerst.”

“Uit het verleden zijn er wel verhalen, maar die zijn moeilijk te verifiëren. In de jaren vijftig trof een meteoriet mevrouw Ann Hodges uit Alabama in haar zij. De steen was door het dak van het huis gevallen op de slapende vrouw. Ze heeft het overleefd.”

“Ja hoor. Maar gebruik ook eens een heldere nacht om naar de sterrenhemel te kijken. Elke nacht is er wel een vallende ster te zien, een prachtig gezicht.”

Peter de Jong

Govert Schilling  Beeld ANP /  ANP Kippa
Govert SchillingBeeld ANP / ANP Kippa
Technici bereiden de ruimtesonde Dart voor op de  lancering op 24 november 2021. Beeld USSF 30th Space Wing/Aaron Taubm
Technici bereiden de ruimtesonde Dart voor op de lancering op 24 november 2021.Beeld USSF 30th Space Wing/Aaron Taubm
null Beeld
Meer over