PlusAchtergrond

Een opmerkelijk verbond vecht in Myanmar tegen het leger: ‘We willen vrijheid’

Leden van de People’s Defence Force, de gewapende tak van de schaduwregering, rusten uit.  Beeld ANP/AFP
Leden van de People’s Defence Force, de gewapende tak van de schaduwregering, rusten uit.Beeld ANP/AFP

Jongeren spelen in Myanmar een centrale rol in de strijd tegen het leger. Ze hebben geproefd van de vrijheid en willen niet terug naar vroeger. Daarvoor gaan ze opmerkelijke allianties aan met etnische minderheden. ‘Zij vechten al sinds 1948. Na al de jaren hebben ze ervaring en wapens.’

Sam de Graaff

Yangon was Lilly’s thuis. Ze is er opgegroeid, het is de plek waar ze studeerde en werkte. En toch heeft ze de bruisende miljoenenstad moeten inruilen voor een dorpje op het platteland. “Fysiek voel ik me prima,” zegt Lilly. “Mentaal gaat het minder.” Een zucht. “Hiervoor zaten we in de jungle, dat was zwaarder. In dit dorpje zijn we veilig. De mensen staan aan onze kant.”

Met ‘onze kant’ bedoelt ze het verzet. Lilly, een twintiger, is een van de Myanmarese jongeren die het opnemen tegen het machtige leger. Ze willen niet terug naar het geïsoleerde Myanmar dat tot 2010 bestond. Dat daarna voorzichtig de deuren naar de buitenwereld opende, waar de bevolking langzaam meer vrijheden verwierf.

In november, precies een jaar geleden, gingen de Myanmarezen naar de stembus. Het waren pas de derde (relatief) vrije verkiezingen in de geschiedenis van het land. De National League for Democracy (NLD) van Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi behaalde een absolute meerderheid. Andere partijen, waaronder die van het leger, werden weggevaagd.

Schaduwstaat

In een land waar het leger sinds de onafhankelijkheid in 1948 geldt als het machtigste instituut, betekende dat nogal wat. De Tatmadaw, zoals het leger heet, is meer dan een verzameling militairen: het fungeert als een soort schaduwstaat, sterk vertakt in het bedrijfsleven.

De afgelopen elf jaar werden meer vrijheden toegestaan, maar nooit zonder de bevoorrechte positie van het leger op te geven. De verkiezingsuitslag bracht die positie in gevaar. In de vroege ochtend van 1 februari kwam de reactie. Suu Kyi en andere belangrijke politici werden opgepakt, militairen namen de macht over.

Direct ging de bevolking de straat op. “We deden alles om de coup af te wijzen,” zegt Lilly. Het verzet was vreedzaam. Er werd gestaakt, op potten en pannen geslagen en aan het leger gelieerde bedrijven werden geboycot. Naarmate de betogingen aanhielden, nam de repressie toe. Er vielen doden. “Ik realiseerde me dat het leger niks om ons geeft.”

‘Ergens een grens trekken’

Lilly trok de jungle in. “Ik ben niet voor gewelddadig verzet, maar ik moest ergens een grens trekken.” Ze sloot zich aan bij de People’s Defence Force (PDF), de gewapende tak van de schaduwregering. Daar begeeft ze zich niet aan het front, maar vlak erachter. Ze zou nooit iemand kunnen doden, dat valt niet te rijmen met haar medische opleiding. Dus helpt ze in de logistiek. Ze regelt medicijnen, brengt spullen rond. Dat soort dingen.

De PDF werkt samen met verzetsbewegingen van minderheden – daarom is Lilly’s groep relatief veilig in het dorp. Het is een opmerkelijke ontwikkeling, vindt Zuidoost-Azië-kenner Marco Mezzera. Aanvankelijk waren die lokale bewegingen terughoudend, ze mengden zich niet zomaar in het conflict. Dat heeft alles te maken met de demografie van Myanmar: veel jonge opstandelingen behoren tot de Bamar, de dominante bevolkingsgroep. In tegenstelling tot de minderheden – Myanmar telt er 135, onder wie de islamitische Rohingya – hadden zij nooit de toorn van het leger gevoeld. Niet echt.

“Veel verzetsgroepen vechten al sinds 1948 met de Tatmadaw,” zegt Mezzera. “Ze dachten: we gaan niet jullie strijd voeren, om daarna opnieuw gemarginaliseerd te worden.” Inmiddels is het vertrouwen gegroeid. Mocht het leger worden verslagen, dan krijgen de minderheden een plekje aan tafel in een federaal Myanmar. Iets wat tot voor kort geen optie was, ook niet voor Suu Kyi. “De PDF krijgt training van de minderheden. Na decennia strijd hebben zij de ervaring én de wapens.”

Aanvallen op legerkonvooien

De aanpak van de PDF is erdoor veranderd, geprofessionaliseerd. Zo worden er aanvallen gemeld op legerkonvooien van honderden soldaten. Zoiets vergt planning, mankracht en materieel. Ook de minderheidsgroepen worden actiever. Het leger reageert zoals het gewend is: nietsontziend. De arrestatie van één verzetsstrijder kan reden zijn om een dorp plat te branden.

Mezzera vreest een spiraal van geweld. “De PDF is militair tot steeds meer in staat. Als de minderheidsbewegingen zich volop in het conflict mengen, krijgt het leger het zwaar.” Dat betekent niet dat de Tatmadaw – 350.000 man sterk – is uitgeschakeld, verre van zelfs. “Van grootschalige desertie is geen sprake. De soldaten zijn loyaal, ze krijgen relatief goed betaald. De armoede in Myanmar groeit snel, dus dat is ontzettend belangrijk.”

Lilly heeft geen idee hoelang de strijd nog duurt. Jaren, denkt ze. Ze is moe, maar strijdbaar. “Ik hoop snel terug te gaan naar de jungle, daar kan ik meer betekenen.” Dat het leger steeds harder optreedt, geeft haar hoop: de generaals worden wanhopig. “Zij zullen niet zomaar opgeven, maar wij ook niet. We willen niet in een kooi wonen. We willen vrijheid.”

De achternaam en verblijfplaats van Lilly zijn bekend bij de redactie.

Amerikaanse journalist de cel in

De Amerikaanse journalist Danny Fenster (37) is door een rechtbank in Myanmar veroordeeld tot elf jaar cel. Hij zou zich schuldig hebben gemaakt aan het verspreiden van nepnieuws, schending van het verblijfsrecht en deelname aan een illegale organisatie.

Mogelijk zit Fenster zelfs langer vast: deze week werd hem ook terrorisme en opruiing ten laste gelegd. Daarop staat levenslang.

Fenster, die werkte voor de onafhankelijke nieuwssite Frontier Myanmar, is de eerste westerse journalist die een gevangenisstraf krijgt opgelegd sinds de militaire coup in februari. Volgens lokale waarnemers heeft de junta meer dan 7000 activisten opgepakt, onder wie lokale journalisten.

Meer over