PlusExclusief

De liefde voor Rusland is groot in Mali: ‘Dankzij de Russen kunnen we wapens kopen’

Mali isoleert zich steeds verder van zijn westerse bondgenoten, en opent de armen voor een nieuwe partner: Rusland.

Saskia Houttuin
Russische vlaggen, naast de Malinese driekleur, tijdens een protestmars in Bamako, eerder deze maand. Beeld AFP
Russische vlaggen, naast de Malinese driekleur, tijdens een protestmars in Bamako, eerder deze maand.Beeld AFP

Met grove halen knipt Oumar Sidibé het polyester in stukken. Op zijn werkbank rangschikt hij de rafelige repen, van boven naar beneden: wit, blauw, rood. Nog even onder de naaimachine en klaar. Mooi afgewerkt hoeft de vlag niet te zijn, zolang de boodschap maar duidelijk is. “Leve Poetin,” zegt de jonge kleermaker lachend. “Onze belangrijkste bondgenoot.”

Vanuit zijn atelier, een kiosk in een zanderige buitenwijk van de Malinese hoofdstad Bamako, vervaardigde Sidibé de afgelopen jaren de ene na de andere Russische vlag. “Wel duizenden.” Ze gaan de lucht in tijdens protestmarsen, of wapperen naast de Malinese driekleur langs de kant van de weg. “Als Macron dit ziet, dan slaapt hij niet meer. Daar doen we het voor.”

Dat een eenvoudige Malinese kleermaker de Franse president zo publiekelijk op zijn nummer kan zetten was een paar jaar geleden nog ondenkbaar. Maar sinds 2020 heeft een militair regime, aan de macht gekomen middels twee staatsgrepen, het hier voor het zeggen. Hun leider, kolonel Assimi Goïta, stelde aanvankelijk een snelle democratische transitie in het vooruitzicht. Begin dit jaar verbrak hij deze belofte: verkiezingen werden uitgesteld en de junta isoleert zich steeds verder van haar westerse bondgenoten.

 Vlaggenmaker Oumar Sidibé in zijn atelier in Bamako. Beeld Saskia Houttuin
Vlaggenmaker Oumar Sidibé in zijn atelier in Bamako.Beeld Saskia Houttuin

De ene na de andere maatregel tegen Parijs

Vooral de relatie met oud-kolonisator Frankrijk is op een historisch dieptepunt beland. Na de onafhankelijkheid waren er vaker turbulente periodes, maar niet eerder stevenden beide landen af op zo’n harde breuk. Amper tien jaar geleden kon het contrast bijna niet groter zijn: toen werd Frankrijk met open armen onthaald om het Malinese leger te helpen in de strijd tegen terreur.

Hoe anders is het nu. In de afgelopen maanden ondernam Bamako de ene na de andere maatregel tegen Parijs: de ambassadeur het land uit; de omroepen France 24 en Radio France Internationale op zwart; en, recentelijk, een streep door het bilaterale defensieakkoord.

Een symbolische zet, want in februari besloot president Emmanuel Macron al om de Franse militaire missie Barkhane versneld op te doeken: deze zomer worden de laatste twee militaire bases, in Gao en Ménaka, overgedragen. Wat daarvoor in de plaats komt is onduidelijk: de Europese missie Takuba, die Barkhane op den duur moest vervangen, vertrekt eveneens. De EU-trainingsmissie is deels opgeschort en over de toekomst van de VN-missie Minusma wordt eind juni besloten.

In de straten van Bamako zijn de reacties onverschillig. Dat het na een decennium in oorlog nog altijd niet is gelukt om de terroristische opstand te verslaan, ondanks de komst van verschillende internationale missies, heeft veel kwaad bloed gezet. Volgens een plaatselijk statistiekbureau is ruim negentig procent van de inwoners van Bamako ontevreden over de rol van Frankrijk. Wat opvalt: vrijwel hetzelfde percentage respondenten zegt de steun van Rusland juist toe te juichen.

De nieuwe koers van de machthebbers

“We hebben vertrouwen in Rusland,” licht Siriki Kouyaté toe, woordvoerder van de invloedrijke burgerbeweging Yerewolo. De klep van zijn rode pet trekt hij een stukje naar beneden, zodat de opdruk goed zichtbaar is: Mali Koura – het nieuwe Mali. “Onze regering heeft ons doen begrijpen dat wij de strijd niet alleen aankunnen. Daarom reiken Mali en Rusland elkaar de hand. Wat Rusland anders maakt dan de rest, is dat we dankzij hen wapens kunnen kopen.”

Op de luchthaven van Bamako arriveert de ene na de andere levering uit Rusland: vuurwapens, gevechtshelikopters, radarapparatuur – en sinds kort ook manschappen. De Malinese overheid houdt vol dat het gaat om instructeurs. Maar volgens de Verenigde Staten en Europa gaat het om huurlingen van de Wagner Groep, een militair privébedrijf dat op papier niet bestaat, maar dat nauwe banden onderhoudt met het Russische leger en het Kremlin. Momenteel bevinden zich zo’n duizend paramilitairen van de Wagner Groep in Mali.

Wie zij zijn en wat ze precies uitvoeren is lastig na te gaan. Buitenlandse strijdkrachten en waarnemers worden uit delen van het land geweerd. “Het is de strategie van de overheid om niet al te veel los te laten over de aanwezigheid van ‘Russische soldaten’,” zegt Abdoulaye Guindo van journalistencollectief Benbere. Vanachter hun laptops proberen de journalisten vat te krijgen op de nieuwe koers van hun machthebbers. Wat lastig is, nu nepnieuws in toenemende mate op sociale media rondwaart, en, aldus Guindo, ‘men zich laat inpakken door het nationalisme’.

‘Wij kunnen moeilijk over Oekraïne meepraten’

Op een onopvallende binnenplaats opent burgerbeweging Yerewolo elke bijeenkomst met het zingen van het volkslied. Daarna gaan tientallen vuisten de lucht in. “Weg met Frankrijk!,” scanderen ze. “Weg met Minusma!” Als het geklap is verstomd, bespreken ze hoe ze hun beweging kunnen uitbreiden: naar het noorden van Mali, en naar omringende landen.

Volgens tijdschrift The Africa Report ontvangt Yerewolo geld uit Moskou – de beweging ontkent dat stellig. “Wij hebben nog nooit gehoord dat Rusland naar Afrika is gekomen om schade aan te richten,” zegt woordvoerder Kouyaté. “In tegenstelling tot Frankrijk. Wat er gebeurt tussen Rusland en Oekraïne... wij kunnen daar moeilijk over meepraten want voor ons staat Rusland voor een baken van vrede. In tegenstelling tot al die anderen die hier de afgelopen tien jaar waren.”

Vast in een spiraal van geweld

Sinds in 2011 Toeareg-rebellen het noorden van Mali veroverden, zit het land vast in een spiraal van geweld. Het machtsvacuüm dat tien jaar geleden ontstond heeft ertoe geleid dat nu nog altijd grote delen van het noorden en de centrale provincies worden geteisterd door criminele bendes en terreurgroepen. Een aantal daarvan zijn gelieerd aan Al Qaida en Islamitische Staat. Zeker 10.000 mensen zijn door het geweld omgekomen, ruim 30.000 Malinezen zijn hun huizen ontvlucht.

Meer over