PlusExclusief

De kolenmijn van Toretsk loopt vol water na de Russische beschietingen: ‘Ze verwoesten de economie’

In Toretsk is de kolenmijn de enige bron van inkomsten, maar die is nu beschadigd door beschietingen. De mijnwerkers doen wat ze kunnen om de waterpompen op te starten. ‘Wat we nu doen is eigenlijk heel, heel, heel moeilijk.’

Michiel Driebergen
Een reddingswerker loopt door een door de Russen kapot gebombardeerde woonwijk in Toretsk, in de provincie Donetsk.  Beeld via REUTERS
Een reddingswerker loopt door een door de Russen kapot gebombardeerde woonwijk in Toretsk, in de provincie Donetsk.Beeld via REUTERS

De verbinding met Toretsk hapert, maar een gesprek is mogelijk. Hij belt vanuit de auto, vertelt Andriej Gloesjko (41), die geparkeerd staat naast de kolenmijn Tsentralnaja. Samen met de reparatieploeg heeft hij er opnieuw een lange werkdag doorgebracht, waarin ze probeerden de stroomtoevoer te herstellen. De trossen elektriciteitskabels zijn beschadigd door granaatscherven. “Het is als toekomstplannen maken met iemand die op zijn sterfbed ligt,” zo omschrijft de mijnwerker zijn poging om het bedrijf van de ondergang te redden. “Maar hoop sterft als laatste.”

Toretsk is de ‘stad van de mijnwerkers’, zoals Hollywoodachtige letters op de ‘terrikon’ – de bult van mijngruis naast Tsentralnaja – aangeven. De in beton gegoten tekst is blauw-geel geverfd, alsof de bewoners zo hun positie als frontstadje willen benadrukken.

Recordopbrengsten

Eind negentiende eeuw werd de mijnbouw hier al opgestart; in de late Sovjettijd behaalde Tsentralnaja recordopbrengsten. En hoewel de kolenindustrie in de Donbas op haar laatste benen loopt en Toretsk al acht jaar in oorlogsgebied ligt, ging ondergronds de noeste arbeid door.

Mijnwerkers in Toretsk. Beeld Adriaan Backer
Mijnwerkers in Toretsk.Beeld Adriaan Backer

De stad bezoeken blijkt inmiddels onmogelijk. De wegen naar Toretsk liggen binnen bereik van de Russische artillerie; er overheen rijden is levensgevaarlijk. En nu bombarderen de Russen de stad ook nog vanuit vliegtuigen, vertelt Gloesjko. “Bij artillerie weet je dat je een aantal seconden de tijd hebt om je op de grond te laten vallen,” zegt hij. “Bij vliegtuigen hoor je eerst een explosie, dan pas het geluid van het toestel.”

De eerste vliegtuigbom verwoestte eerder op de dag een aantal huizen, zegt Gloesjko, de tweede beschadigde een schoolgebouw. Op sociale media gaan beelden rond van metersdiepe kraters.

Tot 1 juni, de dag dat de mijn stilviel, was Gloesjko verantwoordelijk voor de kwaliteitscontrole van de steenkool. In Toretsk is het ‘zwarte goud’ al anderhalve eeuw van goede kwaliteit, hoewel het steeds dieper uit de bodem moet worden gehaald. De afgelopen jaren werkten de mijnwerkers alleen nog kruipend; de diepst gelegen voorraden bestonden uit een laag steenkool van slechts zeventig centimeter.

En er moest voortdurend worden gepompt, omdat mijngangen de neiging hebben vol te lopen met grondwater. “Als er stroom is, kunnen we tenminste weer pompen,” aldus Gloesjko. De gangen waarin de laatste tijd is gewerkt zijn inmiddels ‘verdronken’, zoals de mijnwerker het uitdrukt.

Verwoeste economie

Toen de Russen de mijn half juni voor het eerst beschoten, slaagden de mijnwerkers er nog in de schade te repareren. Twee dagen later werd de stroomvoorziening geraakt. Ze doen het expres, denkt Gloesjko. “Ze verwoesten de economie. Mensen zonder werk zijn boos, en dus makkelijker te manipuleren.”

Sinds 1 juli staan de meeste mijnwerkers feitelijk op straat. Ze zijn formeel niet ontslagen, maar krijgen wegens de noodsituatie niet betaald. “Als hier alleen nog een woestenij resteert, maakt dat Rusland niet uit,” zegt de mijnwerker. “Het gaat hen puur om ons grondgebied.”

Mijnwerkers in Toretsk wachten bij de liftschacht op het begin van hun dienst, augustus 2021. Beeld Adriaan Backer
Mijnwerkers in Toretsk wachten bij de liftschacht op het begin van hun dienst, augustus 2021.Beeld Adriaan Backer

Stilstaande pompen zijn ook voor het milieu een gevaar. Als de chemicaliën die in de mijn worden gebruikt in het grondwater terechtkomen, kunnen ook rivieren en uiteindelijk het drinkwater worden vergiftigd. De stad kan zelfs overstromen en aardlagen kunnen gaan schuiven, waardoor de stad in de bodem zinkt. Rond Toretsk is het water al jaren flink vervuild. Omdat Tsentralnaja een ruim duizend meter diepe mijn is met een uitgebreid gangenstelsel, is er op korte termijn geen groot risico op overstroming, denkt Gloesjko. “Voordat het water boven de grond komt, zijn we jaren verder.”

Ondanks het gebrek aan werk blijven de meeste mijnwerkers in Toretsk. Net als Andriej Gloesjko brachten ze hun gezin elders in Oekraïne in veiligheid, om vervolgens terug te keren naar huis. “Een aantal van hen wacht op de Russen,” zegt Gloesjko. “Het is jammer, maar het is een feit.”

President Volodimir Zelenski riep zaterdagavond op tot een volledige evacuatie van de Donbas. De enkele honderdduizenden achtergebleven bewoners van het door Kiev gecontroleerde deel van de Oost-Oekraïense regio zouden om veiligheidsredenen weg moeten. “Velen weigeren te vertrekken, maar het is echt nodig. Hoe sneller het gebeurt, hoe minder mensen het Russische leger zal doden,” aldus de president.

De afgelopen maanden riepen de autoriteiten regelmatig op tot evacuatie. Velen gaven daaraan gehoor: in steden als Kramatorsk en Slavjansk resteert naar schatting nog zo’n vijftien procent van de bewoners. De evacuatie zou verplicht worden gesteld, maar de vraag is hoe: de afgelopen maanden kwam evacuatie neer op de schouders van humanitaire organisaties en activisten.

Evacuatie

Andriej Gloesjko noemt het evacuatieplan ‘onzin’. “Niemand dwingt ons te vertrekken,” zegt de mijnwerker. “Ik zal zeker weg gaan, maar dat doe ik pas als de Russen Toretsk bezetten. Ik wil niet onder de Russen leven.”

Ondertussen vestigt hij zijn hoop op het Oekraïense leger, dat de afgelopen jaren een robuuste verdedigingslinie rond de stad aanlegde. “Voor de Russen is Toretsk van geen belang; wíj weten wel waarvoor we vechten.”

Bij veel mijnwerkers sluimert de hoop dat Tsentralnaja uiteindelijk toch weer opengaat – zoals de kolenwinning hier al anderhalve eeuw functioneert, oorlog of niet. Het water op een bepaald niveau houden, moet nog lukken, denkt Gloesjko, maar het werk hervatten in de mijn is niet reëel. “Wat we nu doen is eigenlijk heel, heel, heel moeilijk.”

Dan moet hij ophangen: de artilleriebeschietingen beginnen weer. Hij moet huiswaarts.