PlusReportage

Aanspoelend zeewier stille ramp in Caraïben: ‘Gassen ook voor mensen gevaarlijk’

Grote hoeveelheden van het zeewier sargassum worden weggehaald uit Lac Bay op Bonaire. Het aanspoelende zeewier is slecht voor de natuur en verjaagt toeristen.
 Beeld STINAPA
Grote hoeveelheden van het zeewier sargassum worden weggehaald uit Lac Bay op Bonaire. Het aanspoelende zeewier is slecht voor de natuur en verjaagt toeristen.Beeld STINAPA

Nooit eerder spoelde er zoveel zeewier aan op de stranden van het Caribisch gebied. De gevolgen zijn dramatisch: het verstikkende wier verwoest het kustleven en toeristen kunnen fluiten naar hagelwitte stranden en azuurblauw water. ‘Volgend jaar gaan we naar Thailand.’

Sanne Schelfaut

Na bijna vijf maanden zeewier scheppen is het voor Jan van der Ploeg duidelijk: de uitdijende bruine algenmat, ook bekend als sargassum, veroorzaakt een regelrechte milieuramp op Bonaire. Het eiland in de Caribische Zee staat bekend om de prachtige baaien, koraalriffen en mangrovebossen. “Maar zo prachtig is het nu niet meer,” zegt Van der Ploeg. “Het zeewier verstikt het leven in deze gebieden.”

“Door de dikke laag onttrekt het alle zuurstof uit het water,” vervolgt hij. “Vissen, zeeschildpadden, kreeften, garnalen, zeekomkommers en zee-egels sterven. En er gaat een groot deel van het zeldzame zeegras dood. Als het sargassum aanspoelt, hebben we drie dagen de tijd om die bruine drek op te ruimen. Anders gaat het rotten en verspreidt het een verschrikkelijke zwavellucht. Die gassen kunnen ook voor mensen gevaarlijk zijn.”

De milieuwetenschapper is directeur van Stinapa, de stichting die de nationale parken op Bonaire beheert, inclusief de mangrovebossen in het zuidoosten. Juist in die hoek spoelt het meeste zeewier aan.

Van der Ploeg: “Soms gaat het om wel 40.000 kubieke meter per dag. Om gek van te worden. Bonaire kampt sinds 2012 met het sargassumprobleem, maar dit jaar is echt de klapper qua hoeveelheid. Via satellietbeelden konden we begin dit jaar al zien dat er heel wat drijvende algenmatten onze kant uitkwamen. Bonaire is van de Nederlandse Antillen dit jaar het zwaarst getroffen. De afgelopen jaren begon de zeewierplaag in maart en was-ie in mei op z'n hoogtepunt, nu konden we al in februari met onze scheppen, rieken en kruiwagens richting de kust om het wier op te ruimen. En het spoelt nog steeds aan.”

Stromingen in de oceaan veranderd

Niet alleen Bonaire heeft veel last van het bruine zeewier, zeker dertig (ei)landen in de Caribische Zee en West-Afrika hebben ermee te maken. De hoeveelheid drijvend sargassum, dat z’n oorsprong vindt in de Sargassozee, is enorm gegroeid en uitgebreid over een groot deel van de zuidelijke Atlantische Oceaan. Daardoor is er een gigantisch lint ontstaan, lopend van West-Afrika tot in het Caribisch gebied, melden Amerikaanse onderzoekers in wetenschappelijk tijdschrift Science.

Aangenomen wordt dat klimaatverandering (warmer zeewater) en een toename van meststoffen die vooral via de Amazone-rivier in de oceaan terechtkomen, de belangrijkste oorzaken zijn van de ongebreidelde algengroei. Jan van der Ploeg noemt 2010 als hét jaar van de grote verandering. “Dat jaar zijn de stromingen in de Atlantische Oceaan veranderd. Hoe dat komt? Geen idee, maar feit is wel dat het wier in 2010 voor de kust van Brazilië terecht is gekomen en dat het sindsdien woekert.”

Van der Ploeg noemt de zeewierplaag een stille milieuramp. “Als er morgen op Texel een enorme laag olie zou aanspoelen, zou iedereen in rep en roer zijn. De olie zou zo snel mogelijk worden opgeruimd om het eiland te beschermen. Bij ons is het effect van het sargassum net zo desastreus, maar het lijkt wel of we het niet helemaal serieus nemen in Nederland.”

“We hebben met onze stichting meerdere malen aan de bel getrokken bij de rijksoverheid in Den Haag, maar tot nu toe hebben we geen extra financiële middelen ontvangen. Terwijl dat geld keihard nodig is om machines aan te schaffen die het sargassum weghalen. En we hebben nieuwe schermen nodig om ervoor te zorgen dat het wier niet de baai en het mangrovebos in drijft.”

“Nu zijn we elke dag met vrijwilligers met een schep zeewier in kruiwagens aan het gooien,” zegt Van der Ploeg. “Maar dat kan natuurlijk veel sneller en efficiënter.”

Geur van rottende eieren

Ruim tweeduizend kilometer westelijker, aan de Mexicaanse zuidoostkust, speelt zich eenzelfde scenario af als op Bonaire. Vooral de Mexicaanse staat Quintana Roo, met toeristische hotspots als Cancún, Playa del Carmen en Tulum, heeft niet alleen op ecologisch, maar vooral op economisch vlak te lijden onder de sargassumplaag. Eigenaren van strandtentjes, restaurants en andere organisaties die hun geld verdienen aan toeristen, investeren miljoenen euro's in het schoonhouden van de hagelwitte stranden.

Maar ook hier is het vaak vechten tegen de bierkaai. Zoals in Tulum, waar op de stranden regelmatig een zeewierlaag van een halve meter hoog is te vinden.

De Nederlandse Marcella Niehoff is met haar vriend op vakantie in Quintana Roo. Hun vakantie is aardig verpest door de bruine algen, zegt ze. “Zeker in Tulum was het heel erg. We konden niet op het strand zitten, niet zwemmen en het stonk er naar rotte eieren. Bij de beachclubs ruimen ze het wier elke dag op, maar drie uur later ligt er wéér een laag op het strand. Niet te doen,” zegt Marcella vanuit Holbox, een eilandje ten westen van Cancún.

Op dat eilandje ligt er ook wel wat zeewier, maar het is tot hun geluk niet te vergelijken met wat de twee vakantiegangers eerder zagen. Niehoff: “Je kiest deze vakantie vanwege de schone stranden en het azuurblauwe water om in te zwemmen en te snorkelen. Die ervaring hebben we amper gehad. Heel zuur voor dit deel van Mexico. Hebben ze net corona achter de rug, krijgen ze die enorme zeewierlaag erover heen. Volgend jaar gaan we denk ik naar Thailand. Daar zijn we eerder geweest en hebben we heerlijk kunnen zwemmen in een schone zee.”

Schoenzolen en bakstenen

In Mexico proberen ze ondertussen ook een positieve draai te geven aan de tonnen zeewier die de stranden vervuilen. Een deel wordt schoongemaakt en verwerkt in onder meer schoenzolen en bakstenen. Sargassum zou ook als meststof kunnen worden gebruikt, maar een gezamenlijk project van Wereldnatuurfonds Mexico en Stinapa Bonaire leert dat groenten die zijn bemest met het zeewier, een te hoge concentratie van de zware metalen arseen en cadmium bevatten.

Ana Lopez Contreras, als onderzoeker verbonden aan Wageningen University, is net een week terug uit Bonaire. Samen met haar team brengt ze in kaart op welke manier het bruine zeewier nuttig kan worden verwerkt. “Belangrijk is dat het wier nog vanuit het water kan worden geoogst. Want als het op het strand ligt, zitten er te veel vervuilende zandkorrels tussen. We gaan onderzoeken of sargassum op een goede manier als energiebron kan worden gebruikt, bijvoorbeeld door vergisting. Dat zal in combinatie zijn met andere organische stoffen, want anders heb je wel heel veel zeewier nodig.”

Ook Lopez Contreras benadrukt, net als Stinapa-directeur Van der Ploeg, dat er zeker op Bonaire eerst een oplossing moet komen om het zeewier sneller op te ruimen. “Daarna kunnen we concreet verder kijken naar de verwerking van sargassum.”

Jan van der Ploeg zucht nog eens hard. “Allemaal leuk en aardig hoor, die experimenten met het verwerken van zeewier. Ben ik zeker niet op tegen, maar prioriteit nummer één moet nu zijn dat we dit spul voortaan veel sneller kunnen opruimen. Want volgend jaar zal er nog meer sargassum deze kant opkomen en dood en verderf zaaien. Daar valt niet tegenop te scheppen.”

Ministerie: ‘Coronasteun ook bedoeld voor opruimen sargassum’

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) laat weten dat het ‘substantieel heeft bijgedragen aan het opruimen van zeewier’. LNV geeft geen subsidies aan natuurbeheerder Stinapa, maar bijzondere uitkeringen aan de plaatselijke overheid (het openbaar lichaam) op Bonaire voor een goed beheer van de natuur in het algemeen en natuurparken in het bijzonder.

‘Op verzoek van Bonaire heeft LNV in 2020 en 2021 compensatie gegeven voor gederfde inkomsten vanwege de coronapandemie en het uitblijven van toeristen. Het gaat om zo’n 2,5 miljoen dollar. Dit geld is ook bedoeld voor het opruimen van sargassum,’ stelt het ministerie in een schriftelijke reactie. ‘Het is aan het openbaar lichaam Bonaire en Stinapa om afspraken te maken over de exacte besteding en uitvoering. Deze afspraken zijn voor zover ons bekend inmiddels gemaakt. Het openbaar lichaam kan op basis van deze afspraken overgaan tot het overhevelen van de middelen aan Stinapa voor beheer van onder andere sargassum.’

Sargussum veroorzaakt niet alleen ellende

Waar sargassum langs de kust voor dood en verderf zorgt, is het op zee juist cruciaal voor veel diersoorten. Uit een publicatie in Bionieuws, het vakblad voor biologen, blijkt dat zo’n 120 vissoorten opgroeien in het sargassum, net als diverse soorten slakken, zeenaaktslakken, garnalen, krabben en zeepaardjes. Uniek voor het sargassum zijn de sargassovis en de zeenaaktslak Scyllaea pelagica, die hun camouflage aan het zeewier hebben aangepast.

Het rijke leven tussen het sargassum trekt ook roofvissen aan, keerkringvogels, stormvogels, albatrossen, sterns en genten, die zelfs hun nest maken op het drijvende wier. Ook jonge zeeschildpadden zijn er te vinden. Amerikaanse biologen lieten in 2014 zien dat onechte karetschildpadden (ook bekend als dikkopschildpadden) hun eerste jaren doorbrengen in het sargassum, waar het tot 4 graden warmer kan zijn dan het omringende zeewater. Dat geeft een boost aan hun stofwisseling en groei. Daarnaast biedt het sargassumbed voedsel en bescherming.

Meer over