PlusAnalyse

Winst na eerste oefenpot tegen Denemarken (4-2): juist harde eisen van Van Gaal aan verdedigers helpen Oranje offensief

Het is nog heel vroeg in de WK-campagne van Oranje, maar het eerste oefenduel met Denemarken leverde al één conclusie op: de nieuwe speelwijze hoeft totaal niet defensief of negatief te zijn. En dat begint juíst achterin, bij de verdedigers.

Maarten Wijffels
Virgil van Dijk maakt het Yussuf Poulsen moeilijk tijdens het WK-oefenduel tegen Denemarken afgelopen zaterdag in de Johan Cruijff Arena.  Beeld Getty Images
Virgil van Dijk maakt het Yussuf Poulsen moeilijk tijdens het WK-oefenduel tegen Denemarken afgelopen zaterdag in de Johan Cruijff Arena.Beeld Getty Images

Nederland-Denemarken was halverwege de eerste helft, toen Virgil van Dijk en Matthijs de Ligt kort na elkaar allebei een bal veroverden. Dat doen centrale verdedigers wel vaker. Op zich niet bijzonder. Maar ze deden het allebei in een duel een eind op de helft van de tegenstander. Allebei verijdelden ze de kans op een snelle Deense counter. In plaats daarvan kon Oranje zelf weer ten aanval trekken, op weg naar het doel van Kasper Schmeichel.

Voor de rust kwam Oranje tot liefst zeven doelpogingen tussen de palen. Dat bleek het hoogste aantal in de eerste helft van een interland te zijn geweest in acht jaar. Het waren aanvallers als Bergwijn, Depay en nummer 10 Berghuis die de kansen kregen. Maar veel begon juist bij de verdedigers. Bij wat die in de nieuwe speelwijze doen en ook verplicht móeten doen.

Soms meer risico

De Ligt vertelde er na afloop over. Een verslaggever van VI vroeg hem naar het verschil tussen hoe Oranje nu met vijf verdedigers speelde, en hoe bij het EK vorig jaar. Toenmalig bondscoach Frank de Boer koos ook voor een concept met vijf verdedigers, waarvan drie centrale.

“Bij De Boer kozen we meer momenten en fases in de wedstrijden om druk te zetten,” zei De Ligt. “Zo wilde hij het. Van Gaal zegt nu: elk moment vol druk op de bal. Ook wij als verdedigen. Daar hamert deze bondscoach op. Daardoor neem je soms wat meer risico, ook wij van achteruit, maar het betaalt zich uit in vier goals vandaag. Meteen in de eerste wedstrijd is dat voor het gevoel lekker. Ik ben enthousiast over dit nieuwe systeem.”

Pro-actieve achterhoede

Het is nog heel vroeg in de campagne van Oranje richting het WK. Veel te vroeg voor grote bespiegelingen. Maar de eerste oefenpot leverde al wel één duidelijke conclusie op: die nieuwe speelwijze hoeft totaal niet defensief of negatief te zijn. Dat label kleefde aan Oranje bij het vorige toernooi dat Louis van Gaal coachte, het WK 2014.

Recent zei de bondscoach daarom al: “Mijn eigen fout was om het systeem in 2014 als 5-3-2 te omschrijven. Dat heeft in Nederland dan gelijk een negatieve klank. Daarom ga ik het nu 3-4-3 noemen of een afgeleide daarvan. Dan klinkt het meteen al aanvallender, terwijl er eigenlijk geen verschil is.’’

Want ook in Brazilië hamerde Van Gaal acht jaar terug op een pro-actieve houding van de achterhoede. Die bestond toen uit bijna louter eredivisiespelers. In de eerste WK-wedstrijd tegen Spanje (5-1 zege) vormden Jasper Cillessen (Ajax), Daryl Janmaat (Feyenoord), Stefan de Vrij (Feyenoord), Ron Vlaar (Aston Villa), Bruno Martins Indi (Feyenoord) en Daley Blind (Ajax) de versterkte defensie. Op Vlaar na dus allemaal jongens die wekelijks tegen de Heerenveens, RKC’s en NEC’s van deze wereld balden en nu ineens tegen de wereldkampioen.

Maximaal 15 meter

Zes weken was Van Gaal bezig geweest ze te scholen in het spelen met drie centrale verdedigers en het compact houden van de stellingen. Als ijzeren wet gold toen: laat nooit meer dan 15 meter ruimte tussen alle linies van het elftal. En ook maximaal 15 meter tussen spelers onderling. Want, zei Van Gaal, ‘15 meter kun je altijd dichtlopen. Worden de afstanden groter, dan lukt dat niet meer’.

Nu heeft de bondscoach bijna louter verdedigers uit topcompetities om uit te putten en om ze datzelfde te laten doen. Spelers zoals De Vrij, De Ligt, Aké en Dumfries zijn óók nog eens gewend om bij hun clubs zo te spelen. Alleen Van Dijk moet echt schakelen en zich aanpassen. De captain van Oranje was er ook niet bij op het EK. Al met al zegt Van Gaal: “Ik verwacht dat het inslijpen nu sneller gaat. Dat we vlugger vorderingen maken in het totale proces.”

Christian Eriksen

Maar daarom was lang niet alles positief in deze eerste oefenbeurt in het jaar van het WK. Na rust werd Oranje zaterdag een stuk minder dominant. En ook dát begon van achteruit, omdat de komst van de Deense invallers Christian Eriksen en Morten Skov Olsen voor problemen zorgde. “Eriksen maakte het moeilijker om door te dekken,” analyseerde De Ligt.

“Dat hadden ze moeten oplossen,” sprak Van Gaal. “In de eerste helft was het 3 tegen 2 voor ons op het middenveld, de komst van Eriksen maakte dat het 3 tegen 3 werd en we hadden ze als staf wel voorbereid hoe je dan moet gaan spelen, maar dat werd niet genoeg herkend.”

“Al moet ik zeggen: Eriksen is ook wel heel slim, hoor,” vervolgt Van Gaal. “Positioneel altijd nét tussen linies spelen. En hij kan ook nog een balletje neerleggen. Hij en Morten Skov Olsen stelden ons voor problemen. Het verval na rust was bij ons te groot, zonder dat zij echt uitgespeelde kansen kregen.”

Die Mannschaft

Beelden van situaties uit die tweede helft liet Van Gaal zondag zien op dag van de uitlooptraining en de start van de voorbereiding op het tweede oefenduel van deze week, dinsdagavond tegen Duitsland. Tegen die Mannschaft zullen deels andere spelers de kans krijgen in de basis. Maar achterin zal veel weer hetzelfde zijn.

“Ik heb een variant met Aké, Blind en Malacia, die heeft iedereen op het eind tegen de Denen al kunnen zien,” aldus Van Gaal. Een variant met Teze of De Ligt zat ook in zijn hoofd, maar de PSV’er ging vrijdag noodgedwongen naar huis met een blessure. Geen interlanddebuut dus voor hem deze week.

Samenvatting van Nederland-Denemarken:

En nu het duel met Duitsland

Het Nederlands elftal is met veertien spelers begonnen aan de voorbereiding op de oefeninterland van dinsdag tegen Duitsland. Op het trainingsveld in Zeist verschenen zondag de spelers die de avond ervoor in Amsterdam tegen Denemarken (4-2) geen basisspeler waren. De elf basisspelers werkten in de gym een hersteltraining af en bekeken later het tweede deel van de training.

Bondscoach Louis van Gaal maakte aan het begin van de training een praatje met onder anderen middenvelder Marten de Roon. Hij bleef tegen de Denen op de reservebank zitten, net als Hans Hateboer, Tim Krul, Jordy Clasie, Georginio Wijnaldum, Davy Klaassen, Owen Wijndal, Joël Drommel en Wout Weghorst. Guus Til en Noa Lang vielen buiten de wedstrijdselectie en zaten in de Johan Cruijff Arena op de tribune.

Tyrell Malacia, Donyell Malen en Arnaut Danjuma, de drie invallers van zaterdag, maakten de groep van veertien op de training in Zeist compleet.

Henk Fraser, een van de assistenten van Van Gaal, leidde het eerste deel van de training. De invallers en reserves werkten daarna een fanatiek partijspel af. Oranje traint maandag weer met de hele groep. Op het eerste kwartier na gebeurt dat achter gesloten deuren.

Nederland en Duitsland trappen dinsdag om 20.45 uur af in de Johan Cruijff Arena.

Meer over