PlusTen slotte

Wim Jansen (1946-2022) verkeerde het liefst in de kantlijn van het voetbal

Wim Jansen, hier als speler van Feyenoord in 1972 Beeld ANP
Wim Jansen, hier als speler van Feyenoord in 1972Beeld ANP

Met Wim Jansen (75) verloor Feyenoord dinsdag een van de clubiconen. Jansen, die ook twee seizoenen voor Ajax uitkwam, was het Rotterdamse uithangbord van geen woorden, maar daden.

Mikos Gouka

In mei van het afgelopen jaar bracht de officiële supportersvereniging De Feijenoorder een speciaal magazine uit over Wim Jansen. Het was een paar maanden voor de 75ste verjaardag van de voormalig speler, trainer en technisch directeur van Feyenoord, naar dinsdag bleek zijn laatste verjaardag. Jansen, bepaald geen liefhebber van het geven van interviews, kwam zelf ook aan het woord, al was het vrij summier, bij de vraag ‘welke speler uit het huidige voetbal, in Nederland of daarbuiten, lijkt qua spel en voetbalinzicht het meest op u als voetballer destijds?

Het antwoord van de man die als speler van Feyenoord drie landstitels (1969, 1971, 1974), een KNVB-beker (1969), de Europacup I (1970), de Wereldbeker (1970) en de Uefa Cup (1974) won, was voor de lezer vast een tikkeltje teleurstellend, maar paste naadloos bij hem.

“Ik lijk vooral veel op Wim Jansen,” zei Jansen. Zijn zelfverkozen rol in de kantlijn van het voetbal, leverde hem de bijnamen Stille Willem en Willem de Zwijger op. Hij nam ze voor lief. Willem van Hanegem vertelde vaak dat Jansen ‘een tikkeltje onderschat was’, maar daar kon Jansen juist prima mee leven. In de jaren negentig verbond hij zich kortstondig als columnist aan het Rotterdams Dagblad, óók in die bijdragen hield hij zich bij voorkeur op de vlakte. “Als je serieus bent, vinden ze je saai,” zei hij in zijn biografie Het Meesterbrein, die afgelopen jaar verscheen, over zijn imago.

Tikkeltje saai

Een tikkeltje saai misschien, een pietje-precies ook wel, maar Feyenoord verloor dinsdag een clubicoon met ongekende verdiensten voor de club. Jansen werd als tienjarige lid van de vereniging. Zijn eerste officiële optreden was in de competitiewedstrijd tegen Fortuna ’54 op 10 oktober 1965. Op 2 maart 1980, speelde Jansen thuis tegen Excelsior (0-4) voor het laatst voor Feyenoord. In de tussenliggende periode speelde hij 422 competitiewedstrijden, 31 bekerwedstrijden, 52 Europacupwedstrijden, 2 Wereldbekerwedstrijden en 168 vriendschappelijke en oefenwedstrijden, waarin hij 67 keer scoorde. Hij speelde ook nog 65 interlands alsmede de WK-finales in 1974 en 1978.

Na zijn periode bij Feyenoord speelde Wim Jansen met zijn vriend Johan Cruijff ook nog een seizoen bij de Washington Diplomats én twee seizoenen bij Ajax. Supporters van Feyenoord namen hem deze overstap niet in dank af. Het leidde vlak voor de klassieker in de Kuip, op 7 december 1980, wat nota bene het debuut van Jansen moest worden, tot een beroemd moment in de Nederlandse voetbalgeschiedenis: hij kreeg tijdens de warming-up een ijsbal op zijn oog gegooid door een jeugdige Feyenoordsupporter. Jansen probeerde nog wel te spelen, maar moest zich na een kwartier groggy laten vervangen.

De daad van een eenling kon zijn liefde voor Feyenoord niet wegnemen. De club is Jansen nog wel het meest dankbaar voor de rol die hij op zich nam na zijn loopbaan als speler. In 1990, in een van de donkerste periodes van Feyenoord, nam hij zijn verantwoordelijkheid toen Feyenoord was afgezakt naar de elfde plek in de eredivisie.

Hoofdtrainer

Het duo Gunder Bengtsson en Pim Verbeek verdween uit de Kuip en Jansen werd hoofdtrainer. Hij won twee keer de KNVB-beker én bereikte de halve finale van de Europacup II, alvorens hij verder ging als technisch directeur en met oud-ploeggenoot Willem van Hanegem als trainer de landstitel veroverde.

Die successen kwamen er wederom toen hij in 1997 Celtic onder zijn hoede nam. Met Jansen aan het roer won de club de League Cup en werd voor het eerst in tien jaar landskampioen. Een hoofdrol in het winnen van die prijs is weggelegd voor aankoop Henrik Larsson, die Jansen voor een schijntje (£ 650.000) had weggehaald bij Feyenoord. Na een seizoen is Jansen alweer vertrokken uit Glasgow en na Urawa Red Diamonds werd hij nog even assistent-trainer van Gertjan Verbeek bij Feyenoord, de club waar hij ook veel energie in de jeugdopleiding legde.

In het boek Voor altijd de eerste blikte Jansen bij hoge uitzondering nog eens terug op de winst van de Europa Cup I in 1970. De Rotterdammer adoreerde zijn trainer Ernst Happel. “Alles deed hij simpel, dat is de grootste les die ik van hem heb geleerd,” zei Jansen.

Een van de beste middenvelders

Opgegroeid in het oude Noorden in Rotterdam in de Bloklandstraat, waar ook Coen Moulijn vandaankwam en waar boezemvriend Jan Boskamp een paar honderd meter verder woonde in de Woelwijkstraat, groeide hij uit een van de beste middenvelders die Nederland ooit kende. Dat hij korte tijd voor aartsrivaal Ajax uitkwam, is hem door de achterban van Feyenoord uiteindelijk wel vergeven. “Wim voerde elke opdracht uit die je hem gaf,” zei Happel eens. “Zelfs al zet je hem linksbuiten.”

Jan Boskamp verwoordde het in de bijlage van De Feijenoorder op zijn manier. “Kijk,” zei Boskamp. “Coentje Moulijn, dat was de allerbeste. Maar daarna? Ik zou niet weten wie er beter was dan Wim, hoor. Willem van Hanegem was ook heel goed, maar die jongens waren niet met elkaar te vergelijken. Op zijn positie was Wim een grootheid.”

Een grootheid waar nog nergens een standbeeld van staat, laat staan dat een tribune zijn naam draagt. Tot blijdschap van Jansen. Bij de gedachte alleen al voelde de man, die al even leed aan de ziekte van Alzheimer, zich heel erg ongemakkelijk. De uitvaart van Jansen, die vrouw Coby, zoon Wim, dochter Petra en zijn kleinkinderen achterlaat, is komende zaterdag.

Meer over