PlusInterview

Veldrijdster Lucinda Brand wil haar wereldtitel prolongeren: ‘In de cross heb ik een bepaald vertrouwen en rust’

Lucinda Brand in de regenboogtrui van de wereldkampioen begin dit jaar op het NK veldrijden, waar Marianne Vos er met de titel vandoor ging. Beeld  BAS CZERWINSKI/ANP
Lucinda Brand in de regenboogtrui van de wereldkampioen begin dit jaar op het NK veldrijden, waar Marianne Vos er met de titel vandoor ging.Beeld BAS CZERWINSKI/ANP

Zaterdag rijden de vrouwen hun wedstrijd op de WK veldrijden in het Amerikaanse Fayetteville. Als wereldkampioen was Lucinda Brand (32) het afgelopen jaar nog dominanter dan voorheen en won ze deze winter de ene na de andere cross. Een interview over ‘een kutjaar’ in de regenboogtrui.

Daan Hakkenberg

Weet je hoe vaak je gewonnen hebt dit seizoen?

“Nou, de journalisten tellen altijd voor mij. Ze stonden, geloof ik, op 17.”

Weet je hoe vaak je niet hebt gewonnen?

“Wat zeiden ze nou? Ik had iets van 25 of 26 koersen gereden. Dus dat zal dan de rest zijn.”

Tien keer. Enig idee hoe vaak je buiten het podium bent gefinisht?

“Twee keer?”

Drie.

“Drie? Een keer in Amerika, dan Ruddervoorde en even denken... O ja, op de Koppenberg. Na het Nederlands kampioenschap dat Marianne Vos had gewonnen, stond in een krantenbericht dat ik eindelijk een keer niet had gewonnen. Vroeger zou het bericht zijn geweest ‘Marianne heeft niet gewonnen’. Nu was ik die naam. Daar moest ik wel om lachen. De rollen zijn ineens omgedraaid.”

Als wegwielrenner was Lucinda Brand al van wereldklasse en vorig jaar reed ze op het strand van Oostende naar de wereldtitel veldrijden. De grootste prijs in haar carrière en een passend slot van een succesvolle winter. De regenboogtrui was het grote doel sinds ze zich vijf jaar geleden naast de weg besloot toe te leggen op het veldrijden. “Voor mij is kampioen zijn die trui aan hebben. Ik win nu natuurlijk superveel, maar dat zegt niks over de weg. Dat is heel anders. In de cross heb ik een bepaald vertrouwen en rust om finales te rijden. Op de weg heb ik die killer ook wel in me, maar moet ik in een klein groepje of solo aankomen. In de cross kan ik op meer manieren het verschil maken. Daarom ben ik op de weg geen veelwinnaar.”

Zwaar jaar

“Het was een zo lang gekoesterde wens om wereldkampioen te worden. Iets waar ik tegen aanhikte. Noem het wat je wilt. Een opluchting , een bevrijding. Dat klinkt zwaar, maar onbewust is het dat wel. Al is het niet dat ik elke ochtend opsta met de gedachte: eindelijk. Ik ben heel goed begeleid door de mensen om me heen. Door mijn trainer Paul Van Den Bosch, mijn coach Sven Nys en mijn vriend. Die zeiden allemaal: ‘Het maakt niet uit wat er verder gebeurt. Je bent nu kampioen, geniet ervan. Doe wat je altijd doet. Het is vooral zaak jezelf niet in de weg te zitten met het idee dat er iets zou moeten. Maar het was fijn dat ik dit seizoen gelijk een koers wist te winnen. Want vorig jaar na het WK, in het laatste stuk van het crossseizoen, waren de laatste wedstrijden niet echt geweldig.”

Die terugslag had Brand zelf al voorspeld. Want welbeschouwd was de wereldtitel een klein wonder. Haar vader werd drie maanden voor het WK getroffen door een herseninfarct en raakte deels verlamd. Brands moeder was door een beroerte veel langer geleden ook al deels verlamd geraakt. Veel van de zorg en revalidatie kwam dus op de schouders terecht van Brand en haar broer Giancarlo, ook haar mecanicien.

Inmiddels maakt vader Fred het goed, maar in het voorjaar overleed haar schoonmoeder en afgelopen najaar werd bij haar eigen moeder darmkanker geconstateerd. “Als gezin staan we er nuchter in. Als het moet, staat iedereen voor elkaar klaar en dat doen we zonder morren. De schijnwerpers zijn heel erg op mij gericht, maar als ik bedenk wat mijn broer vorig jaar heeft gedaan. Hij koos ervoor doordeweeks één of twee nachten bij m’n ouders te slapen om te helpen met mijn vader. Hij moest ook werken en ging in de weekeinden met mij mee als mecanicien, waardoor hij zijn vriendin nauwelijks zag. En ik heb hem nooit horen klagen. Dat is best bijzonder.”

Fietsen als ontspanning

Ondertussen fietst Brand ook deze winter stug door. En hoe. In de regenboogtrui wint ze nog vaker dan voorheen. De cross als afleiding. “Het was echt een kutjaar. Als je zo druk bent, dan is fietsen gewoon lekker. Afgelopen jaar zijn we verhuisd en na het klussen ging ik soms ’s avonds fietsen. Toen merkte ik pas waarom mensen het na hun werk nog kunnen op brengen om te sporten. Het is gewoon lekker. Ontspanning en alles loslaten, dat is het nog steeds.”

“Dat merk ik ook nu in die situatie met Amy Pieters (de oud-ploeggenoot van Brand die in coma ligt na een trainingsongeluk in Spanje). Als ik dan eenmaal aan de startlijn sta, heb ik even een andere focus. Pas als ik over de finish rol, denk ik er weer aan. Dat geldt ook voor mijn ouders. Die zitten thuis vol genot op de bank. Ze hebben tijdens de wedstrijden nog een hogere hartslag dan ik.”

Zaterdagavond zitten vader en moeder Brand weer voor de televisie, als Lucinda in het Amerikaanse Fayetteville probeert opnieuw de wereldtitel te veroveren. Maar het succes van deze winter neemt niemand haar meer af. “Dat idee is nu nog sterker dan vorig jaar. Natuurlijk ga ik naar Amerika voor de titel. Maar als het niet lukt, heb ik 17 overwinningen en een trui als Europees kampioen. Ik wilde heel graag één keer wereldkampioen worden. De tijd begon ook te dringen met al die jonge talenten die technisch zo goed zijn. Dan wordt het alleen maar moeilijker. Dat was een van de redenen dat het zo’n opluchting was. Ik hoef nooit meer rond te rijden met het idee dat het me niet gelukt is of me nooit gaat lukken. Ik zal ook voor altijd kampioen zijn.”

‘Marianne was wereldtop, heeft een onwijs moeilijk periode gehad en is weer wereldtop’

Lucinda Brand heeft het van dichtbij gezien: Marianne Vos (34) benadert de topvorm van haar hoogtijdagen. “Marianne zal op het WK mijn grootste concurrent zijn.”

Na de winter van 2015 was Vos overtraind en kampte ze met blessureleed. “Marianne zit weer op haar oude niveau. Dat heb ik ook al in het wegseizoen gezien. Het is heel bijzonder dat het haar gelukt is. Ik heb dat ook tegen haar gezegd na het WK op de weg, waar ze tweede werd. Ik begreep haar teleurstelling en zei tegen haar: ‘Het is mooi en knap dat je daar zo van kan balen, maar kijk waar je vandaan komt’.”

“Toen het minder ging met haar, wie had het vreemd gevonden als ze had gezegd: het is goed genoeg geweest zo, ik ga wat anders doen. Maar Marianne houdt zo van de sport, van de fiets, de competitie en het uiterste uit zichzelf halen dat ze de drive heeft om zich terug te knokken. Ze kan zichzelf er toe zetten om koste wat het kost terug te komen op het niveau waar ze zat. Ze was wereldtop, heeft een onwijs moeilijk periode gehad en is weer wereldtop. Ik heb daar heel veel bewondering voor. Al hadden we na het WK op de weg natuurlijk liever getoast op een regenboogtrui.” Lachend: “Dat had haar honger misschien ook een beetje gestild. Nu heb ik een monster achter me aan zitten.”

Meer over