De Boer buigt het hoofd na de uitschakeling op het EK.

PlusReconstructie

Terugblik 2021: de afgang op het EK onder Frank de Boer

De Boer buigt het hoofd na de uitschakeling op het EK.Beeld REUTERS

Oranje deed in 2021 eindelijk weer eens mee aan een groot toernooi, voor het eerst in liefst zeven jaar. Maar het EK werd een mislukking. De afgang onder Frank de Boer biedt wijze lessen, waarmee het Nederlands elftal onder Louis van Gaal inmiddels zijn voordeel doet. Een reconstructie.

Sjoerd MossouMikos Gouka en Maarten Wijffels

Nederland-Tsjechië is op 27 juni net afgelopen, om iets voor acht uur ’s avonds in Boedapest, als de opgekropte frustraties op de tribune van de Puskás Aréna tot een explosie komen. In het vak waar de vrienden en familieleden van de Oranje-spelers bij elkaar zitten, is Helen de Boer plots het mikpunt van hoon en woede.

De vrouw van de bondscoach is zelf ook nog beduusd van de 2-0 nederlaag, als haar op de familietribune allerlei krachttermen om de oren vliegen. Haar man Frank heeft er niets van begrepen, daar komen de verwijten op neer. Dat bijvoorbeeld Memphis Depay zo’n zwak toernooi speelde, is bovenal zíjn schuld.

Aangeslagen belt Helen later die zondagavond naar haar man en wat kennissen. In al die jaren in de voetbalwereld heeft ze dit nog nooit meegemaakt: uitgekafferd worden in nota bene een familievak. Voor Frank de Boer zelf is het een bevestiging van wat hij eigenlijk al wist. Deze sfeer van negativiteit is niet meer te doorbreken. Het toernooi is mislukt. Opstappen is de enige optie.

Het incident in Boedapest staat niet op zichzelf. Het past in het beeld dat De Boer al sinds zijn aanstelling achtervolgt: dat van een trainer die altijd en overal ter discussie staat. Het negatieve sentiment is overal in het land, óók in de directe omgeving van de spelers. Via Whatsapp en telefoon heeft de onvrede zich vanuit Hotel Woudschoten in Zeist stilaan verspreid, zoals dat wel vaker gaat wanneer prestaties tegenvallen.

Toch lijkt dit mislukte toernooi zeker niet op het EK van 2012, toen Oranje er zo roemloos uit vloog in de groepsfase, twee jaar na de WK-finale in Johannesburg. Destijds was de sfeer tussen een aantal bepalende spelers onderling, en in hun relatie met bondscoach Bert van Marwijk, wekenlang om te snijden.

Het leidde in Polen en Oekraïne tot hevige scheldpartijen en tot ruzies op de training, tussen onder anderen Mark van Bommel en Klaas-Jan Huntelaar. Een sfeer van achterdocht en onderlinge ergernis lag als een deken over het team.

Te aardig

Anno 2021 is daar geen sprake van. Twee dagen voor de afgang in Boedapest schetst assistent-coach Ruud van Nistelrooy nog hoe voorbeeldig deze Oranje-internationals met elkaar omgaan. De sfeer in de groep is prima. Een beeld dat alle stafleden bevestigen, ook in de weken na de uitschakeling nog. Als er al iets is aan te merken, dan zit hem dat juist in het andere uiterste: spelers zijn eerder te aardig voor elkaar.

Dat beeld is ook zichtbaar op het trainingsveld van de KNVB Campus, waar na drie gewonnen groepswedstrijden tegen Oekraïne (3-2), Oostenrijk (2-0) en Noord-Macedonië (3-0) geen enkel noemenswaardig conflict zichtbaar wordt. Hooguit bij de reserves vliegen de vonken er soms af. In Hotel Woudschoten bewegen de spelers zich weliswaar in groepjes van vrienden, maar onderling gaan ze prima met elkaar om.

Spelsysteem

De frustratie zit veel meer onderhuids. De discussie over het spelsysteem van Oranje beperkt zich niet alleen tot de talkshowtafels en de kranten, maar leeft ook binnen de spelersgroep. Al maanden zelfs. Al in zijn eerste weken als bondscoach geeft De Boer aan dat hij wil gaan sleutelen aan dit Nederlands elftal. Niks ‘Koeman 2.0’, de nieuwe man wil zijn eigen stempel drukken.

De achterliggende gedachte: Oranje is in de twee jaar onder Ronald Koeman wel erg afhankelijk gebleken van de vorm en grillen van Memphis Depay en Georginio Wijnaldum. Tegenstanders stellen zich daar steeds meer op in, constateert De Boer. Hij wil meer kunnen variëren in het aanvalsspel en een betere bezetting voor het doel, in de wetenschap dat Oranje topspelers op de vleugels ontbeert.

Ook voor Koeman was dat al een thema. De latere trainer van FC Barcelona experimenteerde in de interland in Estland (0-5) in november 2019, de wedstrijd die later zijn laatste zou blijken, ook al met de aanval. Luuk de Jong speelde als centrumspits, Memphis vanaf links en Calvin Stengs op rechts. Estland was weliswaar een zwakkere tegenstander, ook Koeman schetste toen al dat hij Oranje aanvallend méér handvatten wil geven richting het EK.

De Boer zet die koers een jaar later nadrukkelijk - en op zijn eigen manier - door. Voor de uitwedstrijd tegen Italië in Bergamo, een duel in de Nations League, kiest hij voor het eerst voor 5-3-2, met Luuk de Jong als diepe spits en Memphis in een vrije rol daaromheen. Die strategie bespreekt De Boer eerst met zijn sleutelspelers. Die zijn akkoord. De aanpassing pakt goed uit, Oranje speelt een prima wedstrijd tegen het sterke Italië: 1-1.

Vijf verdedigers

Dat duel bevrijdt De Boer even van alle scepsis over zijn positie, maar zet hem ook aan het denken. Richting het EK koerst hij stilaan steeds meer op het systeem met vijf verdedigers. Maar naarmate het toernooi vordert, blijken lang niet alle spelers even enthousiast. Aanvalsleider Memphis had onder Koeman altijd een vrije rol als centrumspits in een 4-3-3. Het volledige aanvalsspel was op hem afgestemd, met zijn maatje Wijnaldum in zijn rug.

In een rol als tweede spits voelt Memphis zich veel minder senang. Ook Wijnaldum is ontevreden. Als ‘nummer 10’ in een systeem met drie spitsen kon hij volop en onbezorgd ten aanval trekken. In de nieuwe speelstijl is de afstemming heel anders. Wijnaldum heeft het gevoel dat hij met de handrem erop moet spelen. De natuurlijke connectie met Wout Weghorst ontbreekt bovendien - of is er in elk geval veel minder dan met Memphis.

Frustratie na de wedstrijd tegen Tsjechië. Links, met shirt in de hand, Donyell Malen.
 Beeld AP
Frustratie na de wedstrijd tegen Tsjechië. Links, met shirt in de hand, Donyell Malen.Beeld AP

“Ik zie koppeltjes die uit elkaar gehaald zijn. Dat is geen kritiek, iedere trainer ziet het anders,” zegt Ronald Koeman medio juni, bij de onthulling van een standbeeld voor zijn vader Martin, in Groningen. Oranje heeft net zijn eerste groepsduel met Oekraïne gewonnen (3-2), maar Koeman is opvallend kritisch. Zijn opmerking over ‘koppeltjes’ klinkt terloops, maar in de boezem van Oranje herkennen ze meteen wat de oud-bondscoach bedoelt.

Dat het hier voor de goede verstaander bovenal over het duo Memphis-Wijnaldum gaat, wekt ook ergernis. Dit zijn uitgerekend de twee spelers met wie Koeman nog zo veelvuldig contact heeft onderhouden in het afgelopen jaar, mede in een poging ze allebei naar FC Barcelona te halen. Een appje hier, een kort belletje daar.

Wijnaldum kiest uiteindelijk voor een beter aanbod van Paris Saint-Germain, Memphis bereikt na de derde groepswedstrijd tegen Noord-Macedonië wel overeenstemming met de Catalaanse club.

Koemans invloed

De indirecte invloed van Koeman op het huidige Oranje wordt niet door iedereen in Zeist gewaardeerd. De van nature zo stoïcijnse bondscoach De Boer is er zelf nog het minst mee bezig, maar in de rest van de staf zien ze het wel. De geest van Koeman zweeft nog altijd boven De Boer, soms zonder dat De Boer het zelf in de gaten heeft.

De oud-international uit Grootebroek is sociaal en empathisch geen man met een feilloze antenne. De Boer is rechttoe rechtaan, in alles. De manier van spelen en de rol van Wijnaldum en Memphis daarin? Dat heeft hij toch al met ze besproken - en ze waren toch akkoord? De plotselinge reservebeurten voor Luuk de Jong en Owen Wijndal? Onderdeel van het vak. Hooguit even uitleggen en klaar.

In de belevingswereld van De Boer bestaat er geen informeel circuit. Politiek spel herkent hij niet als zodanig. Sluimerende onvrede ook niet. Spelers die ontevreden zijn, moeten zich maar melden, of zelf hun pijntjes benoemen in een gesprek. Zelf ziet hij een spelersgroep die goed traint en prima met elkaar omgaat.

Informele leider

Dat neemt niet weg dat ook De Boer gerichte keuzes probeert te maken bij de samenstelling van zijn totale spelersgroep. Kort voor het toernooi heeft hij Ryan Babel laten vallen, voorheen vaak betiteld als de informele leider van de ‘donkere’ spelers.

In de laatste interlandperiode in maart vindt de bondscoach dat die rol wel meevalt: Babel blijkt in veel opzichten ook een individualist. De voetballer is veelvuldig met zijn businessprojecten bezig, De Boer vindt hem helemaal niet zo’n geboren leider of ‘verbinder’.

Op sportieve gronden kiest de trainer dan liever voor Quincy Promes, die in een 5-3-2 ook als wingback kan fungeren. Promes is óók geliefd bij Memphis, Wijnaldum en hun natuurlijke achterban binnen Oranje. Zo wordt eventuele pijn over het afvallen van Babel vanzelf gecompenseerd, denkt De Boer.

Dat Promes slecht ligt bij het publiek, mede als gevolg van een steekincident waarbij hij verdachte is, neemt De Boer op de koop toe. Ook dat is typisch voor de Noord-Hollander. Hij ziet Promes goed spelen bij Spartak Moskou, de aanvaller is juridisch beschouwd nog altijd onschuldig, dus selecteert hij hem.

Met sentiment of beeldvorming kan De Boer weinig. Niet eens vanuit principieel opzicht: hij heeft er domweg geen natuurlijke voelspriet voor.

Van Nistelrooy

Die eigenschap komt ook nog op een heel ander terrein tot uiting. Bij de samenstelling van zijn staf kiest De Boer voor Ruud van Nistelrooy als assistent op het EK. De bondscoach redeneert simpel: met zijn toernooi-ervaring, persoonlijkheid en status is Van Nistelrooy precies de schakel die zijn staf nodig heeft.

“Ik heb het zelf meegemaakt in 1992 bij mijn eerste EK, dat het wel handig is als er mensen zijn die kunnen vertellen hoe het werkt,” zegt De Boer. “Ik kan dat, maar Ruud ook.”

Toch wekt die keuze ook verbazing, onder andere binnen de commissie Mijnals. Die denktank, opgezet om de diversiteit in het voetbal te bevorderen, was al verbaasd dat de KNVB als opvolger van Koeman nooit serieus keek naar een bondscoach met een ‘zwarte’ achtergrond. Frank Rijkaard werd weliswaar gepolst, volgens commissieleden als Ruud Gullit en Humberto Tan was dat vooral voor de bühne.

Binnen de technische staf van De Boer zit niet één lid met een Surinaamse, Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond. Slechts fysiotherapeut Ricardo de Sanders is zogezegd zwart.

Nico-Jan Hoogma, directeur topvoetbal van de KNVB, geeft uitleg over het opstappen van Frank de Boer als bondscoach van het Nederlands elftal. Beeld ANP
Nico-Jan Hoogma, directeur topvoetbal van de KNVB, geeft uitleg over het opstappen van Frank de Boer als bondscoach van het Nederlands elftal.Beeld ANP

Een schril contrast met de spelersgroep, die ongeveer voor de helft bestaat uit voetballers met een cultureel diverse achtergrond. Die zwarte spelers hebben in de staf geen vertrouwensman met wie ze een vanzelfsprekende, natuurlijke connectie hebben. Aangezien ook aanvoerder en bruggenbouwer Virgil van Dijk ontbreekt, is de afstand tussen staf en spelers stilaan gegroeid. Er is geen haat en nijd, maar ook weinig connectie.

Geen gedoe

Ook dat ontgaat De Boer grotendeels. Hij ziet ook wel dat de zwarte en witte spelers soms veel naar elkaar trekken, maar dat is vrijwel altijd zo, bij elk voetbalteam. Zolang dat niet zichtbaar tot gedoe leidt, is er weinig aan de hand. Binnen zijn staf klikt de ene assistent ook gemakkelijker met de ene dan met de ander. Patrick Lodewijks en Van Nistelrooy kunnen het goed vinden, Maarten Stekelenburg trekt meer naar Dwight Lodeweges.

Toch sluimert er wel degelijk ongenoegen. Luuk de Jong is zwaar gefrustreerd over de plotselinge sleutelpositie die Weghorst heeft gekregen, ogenschijnlijk op basis van een handvol weinigzeggende trainingen in Lagos. Wijndal loopt er verloren bij nadat hij opeens hardhandig op een zijspoor is gezet na twee matige oefenduels.

Memphis en Wijnaldum missen vooral hun vrijheden en connectie in het veld. Matthijs de Ligt moet wennen aan het systeem met drie centrumverdedigers. Stefan de Vrij is verbaasd dat hij na een uitstekende wedstrijd tegen Oekraïne opeens naar rechts verhuist. Frenkie de Jong speelde bij Barcelona zijn beste wedstrijden als ‘vrije’ rechtshalf, maar zit bij Oranje weer meer in een keurslijf.

Whatsapp

Dat soort onvrede uit zich vooral in Whatsapp-contact, juist ook met de kring om de spelers heen. Vaders, vrienden, broers: zij voelen zich net zo ongeremd om kritiek op De Boer te uiten als de rest van Nederland. Hotel Woudschoten mag dan zijn afgesloten van de buitenwereld, de talkshowtafels vinden feilloos hun weg naar binnen.

De Boer gaat echter onbewogen door op de koers die is uitgezet. De kritiek op het spelsysteem ontgaat hem niet, maar de resultaten geven hem voorlopig gelijk. Voor Oranje gloort een ideale route door het toernooi, met relatief gunstige tegenstanders én de meeste rustdagen.

Dat laatste blijkt echter ook een valkuil. Als Oranje zich zelfs al na de tweede wedstrijd tegen Oostenrijk tot groepswinnaar kroont, beslaat de aanloop naar de achtste finale in Boedapest liefst negen dagen. Tussen de opeenvolgende duels met Noord-Macedonië en Tsjechië zit bijna een week.

Bij keuzes die hij daarin maakt, leunt De Boer nadrukkelijk op zijn staf. Ook dat is typerend voor zijn werkwijze: de bondscoach is geen type dat als een echte manager zijn mensen aanstuurt, en vervolgens zelf de hardste noten kraakt. Boven alles is hij een veldtrainer, een voetbalman die zelf het liefst meedoet in een rondo, of nog even een vrije trap op doel knalt.

Voor de fysieke opbouw van de trainingen en vrije dagen vaart hij blind op iemand als René Wormhoudt. Als het om persconferenties en communicatie gaat, volgt hij wat perschef Bas Ticheler aandraagt of adviseert. Voor bijvoorbeeld de reisplanning luistert hij naar mensen zoals teammanager Fernando Arrabal.

Oranje reist pas op zaterdag naar het snikhete Boedapest, mede vanuit de gedachte dat het spelershotel slecht is af te sluiten voor reguliere hotelgasten, en dat in coronatijd. Iets waar de Fransen eerder al over klaagden.

De Boers staf bleek veel te weinig complementair, constateert ook de KNVB-top in de dagen na het toernooi in een evaluatie. Waar Koeman zijn mensen van bovenaf aanstuurde, ontbrak nu een duidelijke hiërarchie. Stafleden die van nature volgzaam zijn, werden onder De Boer in een meer verantwoordelijke rol gedwongen - en hadden daar moeite mee. Iedereen praatte mee met de beste bedoelingen, maar een ‘baas’ ontbrak.

Tsjechië

Dat komt nog eens feilloos tot uiting in de fatale wedstrijd tegen Tsjechië, specifiek na 55 minuten spelen. Het is zo’n moment waarop niet alleen het hele EK samenkomt, maar ook de misrekening van de KNVB om De Boer zoveel mogelijk te laten werken binnen de kaders die zijn voorganger Koeman had uitgezet.

Matthijs de Ligt heeft net zijn rode kaart gekregen voor een handsbal, als De Boer moet ingrijpen, met nog dik een half uur te spelen. Aan de zijlijn voltrekt zich een overleg dat minutenlang duurt en de indruk wekt van een kleine Poolse landdag. Het tafereel wordt deels gevangen door de camera’s.

Van Nistelrooy, Stekelenburg, Lodewijks en Lodeweges praten allemaal tegen De Boer, alsof het een groepsgesprek betreft tussen vrienden. Ook conditietrainer Wormhoudt mengt zich in het gesprek, benadrukkend dat Donyell Malen volgens de data niet al te lang meer mag spelen. Het leidt uiteindelijk tot de beruchte wissel: Malen wordt van het veld gehaald, Promes komt in het elftal.

Niet veel later staat het 2-0 en is het EK van Oranje prompt tot een einde gekomen. Gedesillusioneerd lopen De Boer en zijn spelers naar binnen. Op de tribune heersen ongeloof en woede.

“We gaan op zoek naar een chef, een echte baas,” zegt directeur topvoetbal Nico-Jan Hoogma twee dagen later, op een grasveldje bij de KNVB Campus. De Boer is kort daarvoor naar huis vertrokken samen met zijn zaakwaarnemer Guido Albers, buiten het zicht van de camera’s, in de wetenschap dat er niets meer te winnen valt.

* Deze reconstructie kwam tot stand na gesprekken met direct betrokkenen binnen en rond Oranje.