PlusInterview

Succescoach Erik ten Hag: ‘Al vliegt het stadion in de fik, ik blijf rustig’

Erik ten Hag (51) loodste Ajax in een bizar seizoen opnieuw naar het kampioenschap en de bekerwinst. De trainer let op zijn houdbaarheidsdatum. ‘Ik weet dat ik de spelers nog steeds kan raken.’

Erik ten Hag: ‘Ajax is geen Europese top, maar we schurken er wel tegen aan.’ 
 Beeld Malou van Breevoort/Lumen
Erik ten Hag: ‘Ajax is geen Europese top, maar we schurken er wel tegen aan.’Beeld Malou van Breevoort/Lumen

Ajax staat nu al zo’n twee jaar bijna onafgebroken bovenaan in de eredivisie – hoe voelt dat?

“Het was een van de doelen die ik met technisch directeur Marc Overmars heb gesteld toen ik bij de club begon. Ajax moest Europees weer op de kaart worden gezet en nationaal wilden we weer de te kloppen ploeg worden.”

En u heeft een record in handen: er is geen Ajaxtrainer die in zijn eerste honderd duels in de eredivisie meer punten haalde dan Erik ten Hag. Maakt dat u trots?

“Het is een mooi record, maar het levert niets tastbaars op. Als je goed voetbal omzet in resultaten sneuvelen er ook records. Veel van onze spelers hebben de afgelopen jaren records verbeterd, ze hebben individuele prijzen gewonnen en grote transfers gemaakt.”

U bent drieënhalf jaar werkzaam bij Ajax en u heeft uw contract verlengd tot 2023. Gelooft u in de houdbaarheidsdatum van een trainer?

“Je moet jezelf steeds de vraag stellen: kom ik nog over bij de spelers? Als de dynamiek weg is, moet je misschien uit elkaar gaan. Dat moment wil je voor zijn. Ik weet dat er nu een heel sterke klik is met de spelers. Al moet je ook vaak spelers teleurstellen. Als je iemand tien keer hebt moeten passeren, wordt het moeilijker hem te bereiken. Voetballers zeggen vaak: ‘Ik ben een teamspeler en ik wil belangrijk zijn voor de ploeg.’ Als je vraagt hóe ze belangrijk willen zijn, zeggen ze: ‘Met goals en assists.’ Iedereen is met zichzelf bezig. Het is een solistische maatschappij waarin we leven, egoïstisch, maar voetbal is een teamsport.”

Er staat een heel ander elftal dan twee jaar geleden. Hoe heeft u het karakter van de ploeg behouden?

“De basis van al mijn teams is strijdbaarheid. Je hebt winnaars nodig, zoals Dusan Tadic, Davy Klaassen, Daley Blind, de Latino’s. Als het even niet loopt, gooien zij het tempo omhoog. De kwaliteiten van mijn spelers bepalen de manier van spelen. Ajax heeft wel zijn eigen spelprincipes, maar dat hoeft niet altijd heel star uit te monden in 4-3-3 met de punt naar achteren. Als ik twee geweldige nummers 10 heb, zoals eerder met Tadic en Hakim Ziyech, moet ik er dan één op de bank zetten? Dan ga je op zoek naar een manier om ze allebei op te kunnen stellen.”

Sommige spelers kregen dit seizoen gaandeweg een andere rol. Kunt u dat eens toelichten?

“Het smeden van een team vereist een natuurlijk verloop. Sommige dingen moet je laten ontstaan. Als je spelers het gevoel geeft dat je twijfelt, krijg je het proces niet op gang, en dus geen rendement. Als je een windvaan bent, is het snel gedaan met de geloofwaardigheid van de trainer. Het is altijd een zoektocht naar balans. We wilden met Ryan Gravenberch dynamischer worden op het middenveld. Hij is de revelatie van het seizoen geworden.”

U durfde dat wel aan met de 18-jarige Gravenberch?

“Ik geloof in zijn ontwikkeling, zoals ik dat ook had met Frenkie de Jong. Als je dat geloof hebt, speelt leeftijd geen rol. Ryan zal multifunctionaliteit moeten ontwikkelen om een heel grote speler te worden.”

Gravenberch zit al bij het Nederlands elftal, is dat in uw ogen terecht?

“Als ik zie welke spelers op zijn positie beschikbaar zijn, hoort Ryan daar wel bij. Het is een spannende gedachte om Frenkie de Jong en Ryan Gravenberch samen te brengen. Ze hebben allebei de voorkeur om een beetje vanaf links te spelen. Het zal zich moeten gaan zetten, maar als je dat op elkaar afstemt, krijg je een geweldig middenveld. Het ziet er voor het Nederlandse voetbal goed uit, als zij elkaar kunnen versterken.”

Waarom haalde u tijdens de zomerse transferwindow op de valreep nog Davy Klaassen binnen?

“We hadden hem al langer op de korrel, maar de prioriteit was lange tijd een nummer 9, een echte spits. Dat lukte niet. Toen hebben we gezegd: we halen Klaassen, die kan zowel controlerend als aanvallend spelen op het middenveld, en dan zien we wel hoe zich dat ontwikkelt.”

Klaassen werd eerst controlerende middenvelder. Was u niet tevreden over Edson Álvarez op die positie?

“We zochten een speler die complementair kon zijn aan Ryan Gravenberch. Álvarez deed het positioneel goed, hij stuurde de boel aan, bracht gif in de ploeg. Maar tegen de mindere goden in de eredivsie, tegen een muur van verdedigers, dwongen we weinig kansen af. Dan ga je op zoek naar een betere balans. Welke elf vormen samen het beste team? Wie voegt wat toe aan de ploeg? Daarvoor heb je die interne competitie nodig. Je dwingt elkaar tot een hoger niveau. Uiteindelijk is Klaassen belangrijk geworden als nummer 10 en is Álvarez gegroeid in zijn rol als controlerende middenvelder.”

Het was in veel opzichten een bizar seizoen. Hoe stond Ajax ervoor op 13 september, toen de competitie begon tegen Sparta?

“We hadden een plan geschreven om de spelers fysiek en mentaal voor te bereiden op een seizoen dat anders zou worden dan alle andere. Sommige spelers waren door de coronamaatregelen al heel lang niet in hun eigen sociale omgeving geweest. We moesten spelen zonder publiek. De Europese duels begonnen veel later en werden in een onvoorstelbaar tempo afgewerkt. Pas na de winterstop zouden we tegen de topclubs spelen in de eredivisie. Ik speel liever alleen maar zware duels. Dan kom je makkelijker tot een team. Dat zag je aan onze flow na de winterstop, als spelers worden uitgedaagd en geprikkeld, worden ze beter.”

De wedstrijd uit tegen Midtjylland gaat u nooit meer vergeten: met zeven vals-positieve coronatesten en spelers die de ploeg achterna reisden en met een taxi voor de deur van het stadion werden afgezet.

“We hebben meer uitzonderlijke situaties gehad dit seizoen. Ik denk aan het wegvallen van Andre Onana door een dopingstraf, het niet inschrijven van Sébastien Haller voor de Europa League, Quincy Promes die opeens verdacht werd van een misdrijf. De coach moet het overzicht houden en logisch nadenken. Al vliegt het stadion in de fik: jij blijft rustig, ook al ben je het niet, je moet het wel uitstralen. Ik werk bij Ajax met mensen die ook niet snel in de war raken. Marc Overmars en Edwin van der Sar niet, mijn stafleden niet en mijn spelers ook niet. We zijn redelijk onverstoorbaar.”

Hoe heeft u de selectie voorbereid op spelen zonder publiek?

“We hebben experts ingeschakeld. Ik heb al vrij snel contact gezocht met Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie. Hij bood mij een aantal inzichten. Ik was vooral benieuwd hoe spelers zouden reageren op directe coaching tijdens wedstrijden. De stadions waren immers leeg. Spelers zijn vanaf de kant makkelijker bereikbaar, zeker die dichtbij je staan. Welke speler kan wel een directe aanwijzing hebben en welke niet? Daar ben ik me zeer van bewust geweest. Je moet niet anderhalf uur als een malle pietje lopen schreeuwen, maar soms is het goed om jouw emotie over te brengen.”

Door corona is het ook op de club een stuk rustiger. Voor het bewaken van het groepsproces, zoals u dat noemt, is dat overzichtelijker?

“De Toekomst is niet optimaal ingericht voor het eerste elftal. Met de jeugd op zaterdag is het normaal gesproken buitengewoon onrustig. Dan heb je geen optimale wedstrijdvoorbereiding. Het heeft ook zijn charme: de volle kantine, daar krijg je ook energie van. Je mist nu de dynamiek die voor de club zo kenmerkend is. Maar er wordt voor de A-selectie nieuwbouw gerealiseerd hier vlak achter de bestaande bouw. Over een jaar of vier kan dat klaar zijn. Dat zal ik denk ik niet meer meemaken.”

Bent u weleens bezig geweest met andere clubs, wordt u benaderd?

“Er wordt best vaak geïnformeerd. De erkenning voor Ajax is groot, dat geldt individueel ook voor spelers en trainers. Vanaf het moment dat we de halve finale van de Champions League haalden, is het geen moment stil geweest. Zo werkt dat. Maar ik ben vol overgave bezig met het nieuwe seizoen. We willen een elftal smeden dat weer verder kan komen in de Champions League. Ajax is geen Europese top, maar we schurken er wel tegen aan. Er is goed beleid gevoerd.”

Critici zeggen: Ajax smijt met geld en koopt kampioenschappen.

“Er is bij Ajax iets ontwikkeld, waardoor we onszelf in deze positie hebben gemanoeuvreerd. Er is flink gebouwd. Soms doen we een gerichte aankoop, die middelen hebben we omdat we voor ontzettend veel geld spelers hebben verkocht. En waar het kan, passen we talenten in uit onze fantastische opleiding. We hebben dit seizoen elke wedstrijd met minimaal zes zelfopgeleide spelers op het veld gestaan.”

Als Sergiño Dest vertrekt, en u heeft Devyne Rensch rondlopen, dan hoeft u Sean Klaiber toch niet te halen?

“Ik wilde Dest niet verkopen, dat verhaal is bekend. De opbrengst van de transfer is uiteindelijk gebruikt om de gewenste spits te kopen, Haller. Toen Dest naar Barcelona ging, hadden we nog zes verdedigers over. Daar moest er één bij: dat werd Klaiber, een stand-in voor Noussair Mazraoui. Devyne Rensch ontwikkelde zich weliswaar goed, maar hij was 17 jaar en speelde een jaar daarvoor nog in de B1. Daar kun je niet onmiddellijk op rekenen. Je zou een heel domme manager zijn als je dat wel doet. Met de komst van Klaiber kon ik Rensch wekelijks laten spelen in Jong Ajax, anders had ik hem steeds bij het eerste op de bank moeten zetten. Nu heeft Rensch zich geleidelijk in het eerste elftal gespeeld. Die tijd heb je nodig, je kunt dat niet forceren, het is een natuurlijk proces.”

Meer over