Sjinkie Knegt: ‘Fijn dat er weer eens iets op het spel staat’

Hij is nog steeds het onbetwiste boegbeeld van het shorttrack bij de mannen, maar voor Sjinkie Knegt verloopt de route naar de Olympische Winterspelen met ups en downs. Gisteren tankte hij in Dordrecht weer wat zelfvertrouwen.

Lisette van der Geest
Sjinkie Knegt (r) en Itzhak de Laat aan kop in de kwartfinale van de 1500 meter tijdens de ISU World Cup Shorttrack.  Beeld ANP
Sjinkie Knegt (r) en Itzhak de Laat aan kop in de kwartfinale van de 1500 meter tijdens de ISU World Cup Shorttrack.Beeld ANP

De laatste keer dat Sjinkie Knegt (32) écht met druk aan de start van een wereldbekerwedstrijd stond? Hij kan het zich niet heugen. Zijn beladen rentree, een jaar na zijn ernstige brandongeluk, misschien? “Nee, dan verwacht niemand iets van je. Dat was geen druk.” De wereldbekerwedstrijden die hij eerder in dit olympische seizoen reed dan? “Ook geen druk.” Donderdag in Dordrecht was het echter anders. “Sinds lange tijd stond er weer iets op het spel. Ook wel weer eens fijn.”

Niet eerder was de onzekerheid in een olympisch seizoen zo groot voor Knegt als nu. Qua faam is hij het onbetwiste boegbeeld van de Nederlandse shorttrackmannen, al jaren, maar als het aankomt op een startplek op de 1500 meter, de afstand waarop hij olympisch zilver won in Pyeongchang (2018) en vorig jaar EK-brons veroverde, weet de Fries dat niets meer vanzelfsprekend is.

Het niveau in de nationale shorttrackploeg is hoog en Knegt is vooralsnog niet de Knegt van weleer; de absolute nummer één, de man die steevast verraste met creatieve acties op cruciale momenten, de man met het ‘uitschuifbeen’, waarmee hij met regelmaat de overwinning pakte.

Niet stabiel

Sinds hij bijna drie jaar geleden door zware brandwonden moest vrezen voor zijn sportcarrière en daarna de lange weg naar herstel inzette, moet hij zoeken naar de ‘oude Sjinkie’. “Naar dingen waarop ik kan terugvallen. Ik merk dat het nog met ups en downs gaat: de ene dag gaat het in een training supergoed, maar de volgende dag kan ik op de ijsbaan komen en is het helemaal niks meer. Ben ik bijvoorbeeld totaal niet hersteld. Het is nog niet heel stabiel.”

Tijdens trainingen denkt hij: als ik wel de arbeid verricht, is het niet zo’n groot probleem als ik een mindere dag heb. “Ik vind het vooral irritant als wedstrijden niet gaan zoals ik denk dat het moet. Dan kan ik het niet zomaar van me afzetten.”

Een week geleden haalde een twijfelachtige straf hem uit het toernooi op de 1500 meter in het Hongaarse Debrecen, maar zijn conclusie was ook: “Ik kwam daar fysiek op de een of andere manier iets tekort.” Nu zegt hij zich in Dordrecht juist goed te voelen en lijkt er geen sprake van een langere hersteltijd. “Ik heb niet het gevoel dat het mentaal is, het is het lichaam dat in de eerste wereldbeker niet wil en in de tweede wel. Gek, maar het is wat het is op dit moment. Een zoektocht naar de beste manier om fit te worden.”

Op jacht naar een startplek

Eigenlijk zou hij gisteren helemaal niet aan de start verschijnen. Bondscoach Jeroen Otter had hem ‘van de 1500 meter gehaald’. Deze laatste wereldbekerwedstrijd van het seizoen is cruciaal voor de verdeling van startplaatsen voor de Olympische Spelen. Nederland was overal al zeker van de maximale bezetting, behalve op de 1500 meter bij de mannen. Als zij zich gisteren niet alle drie zouden plaatsen voor de halve finale van morgen, dan zou dat een startplek schelen.

Otter meldde Knegt eerder deze week dat hij te veel risico’s had genomen in de voorgaande wedstrijden. Dat hij voor een stabielere optie zou kiezen. “Dat snap ik ook, hoor, daar heb ik niet over gediscussieerd. Maar ik vond het wel jammer,” zegt Knegt in Dordrecht, na afloop van de kwartfinale. Hij is een rijder die vaker risico neemt. “Zo schaats ik, dat weet Jeroen ook. Soms brengt het je heel veel, maar de afgelopen wedstrijden bracht het me niks.”

Toen Sven Roes op woensdag echter geblesseerd uitviel, kwam Knegt weer in beeld. Voor een wedstrijd waar voor het eerst in lange tijd grote druk op stond. “Ik weet wel dat ik op zulke momenten iets extra’s kan. Je moet er staan en ik stond er gewoon. Dat is fijn.”

Vanaf kop

De manier waarop geeft hem vertrouwen: toen tijdens de tactiekbespreking voor de kwartfinale – met daarin Knegt, Itzhak de Laat en hun Israëlische ploeggenoot Vladislav Bykanov – werd besloten dat een van hen minstens negen ronden op kop zou rijden, om te zorgen dat ze liefst alle drie vooraan zouden eindigen, stak Knegt meteen zijn hand op.

En zo geschiedde. Plaatsing voor de halve finale van morgen, Nederland mag het maximale aantal startplekken invullen op de Winterspelen en voor Knegt zelf betekende het wat extra moraal op een route die soms nog wisselvallig is. “Ik wil zoveel mogelijk races rijden de komende dagen, dat is heel belangrijk. Dat het al mogelijk was om het vandaag op deze manier - vanaf kop - uit te voeren, dat geeft vertrouwen.”

Meer over