PlusAchtergrond

Shorttracker Jens van ’t Wout komt ‘gegarandeerd’ met goud terug uit Peking

Jens van 't Wout geldt als een van de grootste shorttracktalenten van Nederland. Hij is al zeker van deelname aan de Winterspelen in Peking, in februari. Beeld Getty Images
Jens van 't Wout geldt als een van de grootste shorttracktalenten van Nederland. Hij is al zeker van deelname aan de Winterspelen in Peking, in februari.Beeld Getty Images

De vooral in Canada opgegroeide Nederlander Jens van ’t Wout (20) valt op op het shorttrackijs. Niet alleen door zijn gouden tand, ook door zijn bravoure en flair. ‘Hij is een van de weinigen die shorttrack als spelsport ziet.’

Lisette van der Geest


De rechterkant van een onderlip wordt naar beneden getrokken en daar toont Jens van ’t Wout wat hij, blinkend tussen een rij wit, inmiddels ‘part of me’ vindt: een gouden tand. Die voelt dus als een deel van hem, het is zijn relikwie na een gruwelcrash en een handelsmerk ineen. Dus showt Van ’t Wout zijn tand bij elke A-finale, zodra hij door de speaker wordt aangekondigd.

Over die tand later meer. Pas twintig is hij, Jens van ’t Wout. Een van de grootste shorttracktalenten van Nederland en al zeker van deelname aan de Winterspelen volgende maand, terwijl de laatste twee olympische rijders nog aangewezen moeten worden. Hij zal in Peking hoe dan ook het jongste lid van de shorttrackploeg zijn.

Flair

Van ’t Wout maakt pas sinds dit seizoen deel uit van de nationale shorttrackselectie van Jeroen Otter. Als de bondscoach slechts één woord mag gebruiken voor een omschrijving, zegt hij ‘panache’. Hij roemt Van ’t Wouts bravoure. “Hij is een van de weinigen die de shorttracksport niet als een pure wedstrijdsport zien, maar als een ‘spelsport’. Hij speelt, heeft van die mooie inhaalacties, kan mooi verdedigen, blokkeren, buitenom én heeft geweldige finishes. Hij heeft een flair over zich.’’

Die flair is er ook als Van ’t Wout praat: vrolijk, geamuseerd en met zelfspot, in Nederlandse zinnen die soms worden aangevuld door Engelse woorden of er half in Engelse volgorde uitkomen. Over die A-finales: “Het voelt nog een beetje on-real om die telkens te halen.’’ Over zijn olympische debuut en zijn snelle opkomst: “Het oorspronkelijke doel waren de Spelen van 2026 in Italië. Vorig jaar dacht ik dat nog. Ik had niet Peking verwacht.”

Engels noemt hij zijn moedertaal. “Nederlands is voor mij alsof je er als getogen Nederlander Frans bij gaat leren, dat gaat niet zo makkelijk.” Hij praat meestal in het Engels, met zijn zestien maanden oudere broer Melle – ook een selectielid in het team van Otter – of met teamgenoten. Omdat het makkelijker is voor hem. Hij denkt ook in het Engels. Van ’t Wout, die in het examenjaar van de havo zit: “Als ik op school bezig ben met toetsen, schrijf ik ook vaak per ongeluk in het Engels. De leraar vindt het meestal niet heel erg, alleen bij examens is het minder handig.”

Op zijn tweede verhuisde het gezin Van ’t Wout van Nederland naar Canada. “Mijn vader was daar een keer op vakantie. Hij vond het er zo mooi, dat hij mijn moeder belde: ‘We gaan hier wonen’. Mijn moeder is gaan kijken, vond het ook supermooi en dacht: oké. Het was gewoon echt een droom voor ze.”

Crossen in Canada

Ze woonden in de bossen in het Muskokadistrict, op twee uur rijden van Toronto. “Daar zijn superveel lakes, meren. Cottage houses, multimillion dollar houses aan de water. Of is het hét water?” Veel rijke stedelingen hebben er hun buitenverblijven. Vader Van ’t Wout werd steenhouwer, maakte stenen haarden. “Voor die multimiljonairs.”

Moeder startte een kapsalon. Thuis spraken hun ouders Nederlands. Jens en Melle verstonden het goed, maar antwoordden in het Engels. “Zij hadden nooit de gedachte terug te gaan naar Nederland, dus hebben ze het altijd zo gelaten.”

Zo’n zeven jaar geleden keerde het gezin toch terug. Een oom was ziek. “En onze ouders dachten allebei: als er met jou iets zou gebeuren, wil ik ook terug. Melle en ik zouden met high school beginnen, daardoor dachten ze ook: áls we willen, is nu het moment.” Eerst woonde het gezin in Almere, tegenwoordig in Sintjohannesga, nabij Heerenveen. “Mijn ouders vonden Friesland altijd al mooi en voor ons kwam het perfect uit voor het schaatsen.”

Maar anders is het wel. In Canada reden ze op crossmotoren. Daar was vrijheid. Amerikaanse rappers met diamanten tanden ‘en dat soort dingen’ zijn er groot en ‘cool’. Schaatsen konden ze ’s winters op het meer. Jens moest niet veel van sport hebben toen hij jong was. Maar aangezien Melle ging ijshockeyen – de nationale sport in Canada – en daar goed in was, volgde Jens ook op zijn vierde. Net voor het gezin besloot terug te keren naar Nederland, switchten de broers van ijshockey naar shorttrack.

“Melle had een paar hersenschuddingen gekregen met ijshockey, met bodychecks en dat soort dingen. Wij waren best klein, dat zijn we nog steeds wel, en die sport was heel agressief. Dus we dachten: we gaan shorttracken. Dat is geen gevaarlijke sport...” Hij lacht en geeft een veelbetekenende blik. “En toen... kreeg ik een litteken.’’

Gouden tand

Het gebeurde zo’n twee jaar geleden. Zijn Israëlische ploeggenoot Vladislav Bykanov maakte een misslag en schopte naar achteren. “Hij raakte me precies hier,” zegt Van ’t Wout, terwijl zijn hand boven zijn kaak beweegt, waar het schaatsijzer doorheen sneed. Nu zit er een twaalf centimeter lang litteken. “Eén tand was er gelijk uitgeschoten, eentje hing naar beneden, dus die moest er ook uitgehaald worden. Ze hebben een halve tand teruggevonden. De andere helft ligt nog ergens in Thialf, haha.”

Na het ongeluk belde hij zijn vader. “Die zei voor de grap: ‘Neem anders ook een gouden tand, nu je de kans hebt’. Als ik het vanuit het niks had voorgesteld, had hij dat waarschijnlijk geen goed idee gevonden. Maar ik denk dat hij nu dacht: dit is best erg, laat hem nu maar doen wat hij wil. Dus ik zei: ‘Is goed’.’’

Bijkomend voordeel: “Veel mensen kennen mij nu gewoon van die tand.’’ Peking ziet hij als kans om ervaring op te doen. De tijd dat Van ’t Wout er tijdens trainingen niet veel aan vond, is voorbij. “Shorttrack is echt mijn leven nu. Ik vind het geweldig. Je moet hier de hardste zijn met trainen, dan win je.’’ En wat zijn band met Canada betreft: “Langzamerhand wordt Nederland wel mijn moederland. Ik ben er geboren, ben er nu ook wat meer opgegroeid. Het begint als thuis te voelen. Het is het land waarvoor ik uitkom.’’

Meer over