Sharon van Rouwendaal is eindelijk ook wereldkampioen: ‘Het ging precies zoals ik voor ogen had’

Eindelijk kwam voor zwemster Sharon van Rouwendaal (28) woensdag op een wereldkampioenschap alles samen. Ze pakte de titel op de prestigieuze 10 kilometer in het open water en vulde daarmee een hiaat in haar rijke erelijst op.

Linda Derksen
Sharon van Rouwendaal zwemt in het Lupameer nabij Boedapest haar gouden plak tegemoet. Beeld REUTERS
Sharon van Rouwendaal zwemt in het Lupameer nabij Boedapest haar gouden plak tegemoet.Beeld REUTERS

De vorm moet goed zijn én de keuzes die ze tijdens de wedstrijd maakt ook. Elke race vergt immers een andere tactiek. Het pakte allebei tegelijkertijd perfect uit. “Dit is precies wat ik wilde,” zegt Sharon van Rouwendaal, die maandag nog teleurstelde met de tiende plaats op de 5 kilometer.

Dat lag aan haarzelf, concludeerde ze toen. Om in de korte voorbereiding op de olympische afstand de vinger op de zere plek te leggen. “Ik wist dat het niet aan mijn vorm lag. Het waren de te krachtige slagen die ik maakte. Als ik uitgerust ben, geef ik veel te veel power en dus ging ik kapot. Voor mijn doen maakte ik vandaag korte slagen, dan spaar je energie.”

Boterham met Nutella

Met de temperatuur ver boven de 30 graden is het ook fijner om in de vroege ochtend te zwemmen. Wanneer de zon nog iets minder fel brandt, het water net geen lauwe soep is en je je als langeafstandszwemmer niet de langzaam kokende kikker uit de fabel voelt. Keerzijde is dat de wekker al om half vijf ging. Op de hotelkamer verorberde Van Rouwendaal met tegenzin haar ontbijt; het werd koffie, een boterham met Nutella en een banaan. Later gingen er ook nog cafeïnepillen en energierepen in.

“Je hebt door de wedstrijdspanning geen honger, maar als het niet lukt, heb je niks binnen voor je race. Ik neem ook een maagbeschermer, want niet alleen die mix maakt me misselijk. Ik word ook als het ware zeeziek. Je hoofd gaat toch twee uur lang op en neer, dus je zit tegen duizeligheid aan. Tijdens de race moet ik me een beetje inhouden, want als ik het eruit kots heb ik geen energie meer. Na een race geef ik vaak over, dan ben ik diep gegaan en komen niet alleen de emoties en stress eruit haha.”

Nagelcontrole

Eenmaal op de baan moest er ingecheckt worden. Transponders om voor de tijdregistratie, nummers op het lichaam schilderen en een nagelcontrole om te kijken of ze niet te lang zijn zodat je er een ander mee kunt krabben. Dan een warming-up en nog even langs de fysio om aan de schouderbladen te laten trekken. Daarna begon de duurtocht voor Van Rouwendaal.

Ze vond het oké dat Aurélie Muller en Katie Grimes het kopwerk deden en verstopte zich, tegen haar natuur in, in de groep. Steeds attent schoof ze in het kielzog wat plekjes op naar voren. De Nederlandse zwemster die in Duitsland traint onder coach Bernd Berkhahn zag vervolgens de Braziliaanse winnares van de 5 kilometer Ana Marcela Cunha de lijn van de Duitse Leonie Beck kiezen.

Alleen liggen

“Toen dacht ik: kijk dat is ’m,” haalt Van Rouwendaal de eindsprint terug. “Dit is precies wat ik voor ogen had. Ik zwom aan de rechterkant iets om, 2 à 3 meter meer ofzo, maar wilde alleen liggen in plaats van in iemands benen. Want dan kun je gaan.”

En hoe ze ging. Na iets meer dan twee uur zwemmen in het Lupameer nabij Boedapest tikte Van Rouwendaal als een duveltje uit een doosje een halve tel eerder aan dan Beck en Cunha. Bij een doek met de toernooislogan ‘make history’ kwam het besef dat ze gewonnen had.

Wilhelmus

En dus klonk het Wilhelmus over het strand. “Ik heb wel heel veel medailles gehaald de laatste tijd,” zegt Van Rouwendaal , die in de fase van haar carrière zit dat elke wedstrijd die ze nog zwemt belangrijk is en daarom haar zinnen ook op het wereldbekerklassement heeft gezet. “Maar iedere keer hoorde ik een ander volkslied. Dan is dit wel even mooi. Ik kan het nog steeds niet geloven.”

Voor de olympisch en meervoudig Europees kampioen is haar vierde WK-medaille in het open water een gouden. Of het in Nederland ooit genoeg is om een grote sponsor te vinden? Daarvoor zijn zwemmers niet zichtbaar genoeg, denkt Van Rouwendaal.

Financieel

“Schaatsers en wielrenners kunnen op hun pak van alles doen met logo’s, kunnen met die kleding buiten gaan skeeleren of fietsen. Je ziet nooit mijn gezicht, ik heb altijd een badmuts en zwembril op. Ik heb het financieel niet slecht voor mijn leeftijd, maar als ik het ga vergelijken met buitenlandse zwemmers die een stuk minder gepresteerd hebben dan ik... Het is mijn werk, ik wil er ook mee verdienen om te kunnen sparen. Zodat ik een buffer heb voor na mijn carrière.”

Nu gaat ze eerst even genieten van dit succes en dan toch proberen te herstellen voor de 25 kilometer van donderdag. Van Rouwendaal: “Dat is een extraatje. Het wordt mijn derde 25, dus eerst maar eens zien uit te zwemmen.”

Meer over