PlusAchtergrond

Schaatsfamilie na anderhalf jaar weer herenigd in Polen

Voor het eerst deze olympische winter, maar ook voor het eerst sinds lange tijd, strijdt dit weekeinde het gehele internationale veld tegen elkaar op de ijsbaan. De schaatsfamilie is zo goed als compleet, en dat was vorig jaar door de pandemie nooit het geval. ‘Ik merk een enorme gretigheid.’

Pim Bijl
Een van de schaatsbanen die volgend jaar februari in gebruik genomen wordt tijdens de Olympische Winterspelen in Peking. Beeld EPA
Een van de schaatsbanen die volgend jaar februari in gebruik genomen wordt tijdens de Olympische Winterspelen in Peking.Beeld EPA

Bondscoach Bart Schouten keek deze dagen eens goed om zich heen en zag een stel jonge honden. Zo omschrijft hij een aantal van zijn Canadese schaatsers, nu ze in Polen eindelijk weer omgeven worden door hun internationale concurrenten.

Afgelopen winter bleef Graeme Fish in Canada achter, toen in Thialf wedstrijden werden verreden en zelfs wereldtitels verdeeld. Fish, die zijn wereldtitel op de 10 kilometer daardoor niet kon verdedigen, is deze week in Tomaszów losbandig geworden.

‘‘Meer uitgelaten. Schreeuwen en lol hebben. En hij is niet de enige,” zegt Schouten. ‘‘Je ziet echt dat het de schaatsers een goed gevoel geeft als ze de ijsbaan hier binnenlopen en de internationale concurrentie zien. Sommigen zijn elkaar anderhalf jaar niet tegengekomen. Ik zie ze opbloeien. Hier doen ze het voor, hier trainen ze voor. Ze willen zich graag meten, laten zien hoe ze ervoor staan. Ik merk een enorme gretigheid.”

Eerste krachtmeting

Alles deze winter draait uiteraard om de winterspelen in februari in Peking, dus ook de vier wereldbekerwedstrijden dit kalenderjaar (Tomaszów, Stavanger, Calgary en Salt Lake City) staan vooral in het teken van het binnenhalen van startbewijzen, en het ‘in vorm rijden’. Maar de wedstrijden de komende drie dagen vormen ook de langverwachte hereniging van de schaatsfamilie. Het is de eerste krachtmeting sinds tijden met een compleet veld.

De strak georganiseerde bubbel vorig jaar in Thialf mocht dan een succes zijn en voor veel Nederlandse schaatsers hun winter hebben gered, er waren er ook meer dan genoeg die lijdzaam moesten toezien. Op de WK-afstanden ontbraken veel Canadezen, een jaar na de negen medailles op het toernooi. Ted-Jan Bloemen, die wel de oversteek maakte, deed dat na zwaar verstoorde trainingsmaanden zonder ijs in Calgary, en met als een van de alternatieven rondjes het natuurijs van Ghost Lake.

Sprintafstanden

Veel Amerikanen wilden het risico ook niet nemen. En alle Aziaten bleven achter in hun thuisland; geen Chinezen, geen Koreanen en vooral ook geen Japanners. Zij hadden voor de uitbraak van het coronavirus juist nog de sprintafstanden gedomineerd. Johan de Wit, bondscoach in Japan, besloot ‘door te knokken’ en kleinschalige nationale kampioenschappen te organiseren, waar overigens niet iedereen aan meedeed.

‘‘Dus hadden we een sprintkampioenschap met slechts vier ritjes en een allroundkampioenschap bij de dames met twee ritten. Het was triest, een beetje troosteloos, maar het niveau was enorm hoog. Dat vond ik hartstikke knap.” Nu zijn toppers als Tatsuya Shinhama en Miho Takagi, de wereldkampioenen sprint van 2020, er eindelijk weer bij. Tot blijdschap van De Wit, die lang naar dit moment had uitgekeken. Al had hij zich het weerzien vrolijker voorgesteld.

Op het trainingskamp in het Duitse Inzell testten drie Japanse schaatsers en zes begeleiders positief op corona. Hoewel iedereen die dinsdagnacht in Polen de grens overging negatief testte, worden de Japanners deze week met een andere blik bekeken. ‘‘We zijn hier alsnog met vijfentwintig sporters en de buitenwacht vindt het verrassend om zoveel Japanners te zien. Iedereen loopt met een grote boog om ons heen. Niemand komt naar ons toe. Ergens snap ik dat, maar het is ook wat kortzichtig en vreemd in de omgang.”

Extra motivatie

Hoe dan ook zorgt het volgens De Wit voor extra motivatie. Zijn schaatsers die de spanning zo lang hebben gemist, staan te popelen. Ze willen zich, zeker door de gebeurtenissen de voorbije week, laten zien in een sterk internationaal veld. Voor hen voor het eerst sinds de wereldbekerfinale in maart 2020 in Heerenveen. Dat is belangrijk voor de Japanners, maar ook voor de Nederlanders die vorig jaar wél de kans kregen de internationale toernooien te rijden, zegt De Wit.

‘‘Zeker op de sprint mag je verwachten dat de uitslag van de vorige WK-afstanden toch wel heel anders zou zijn geweest met de Japanners, Chinezen en Koreanen erbij. De mannen en vrouwen die toen hoog eindigden, zullen het toch wel spannend vinden en willen weten hoe de kaarten nu geschud zijn. Je zult sowieso zien welke landen goed de zomer uit zijn gekomen. Heel goede tijden rijden wordt lastig, want het is niet zo’n snelle baan, maar iedereen wil winnen.”

Schouten, die voor deze winter niets te klagen had over de voorbereiding en weer over het ijs in Calgary kon beschikken, weet tegelijkertijd dat februari nog ver weg is. ‘‘De Nederlandse schaatsers die hier nu heel goed presteren, kunnen nog altijd naast kwalificatie grijpen. In andere landen is het veld niet zo diep, dus daar kun je al iets meer conclusies trekken. Wie er goed voor staat, en wie niet. Er kan tot Peking nog zo veel gebeuren. Al denk ik dat je met een goede planning hier al goed kan zijn en straks op de Spelen óók.”

Meer over