PlusInterview

Oud-directeur KNVB Eric Gudde: ‘Het helpt in deze wereld enorm als je een klein ego hebt’

Eric Gudde zwaaide vorige week officieel af als directeur van de KNVB, na een werkleven lang in het voetbal. Een tijdperk vol extremen, van glorie tot bedreigingen en alles daartussenin.

Eric Gudde: ‘Dat we de organisatie rondom Oranje naar Zeist hebben gehaald, is een heel goede zet geweest.’ Beeld Bastiaan Heus/Hollandse Hoogte
Eric Gudde: ‘Dat we de organisatie rondom Oranje naar Zeist hebben gehaald, is een heel goede zet geweest.’Beeld Bastiaan Heus/Hollandse Hoogte

In vijftien jaar profvoetbal en daarvoor decennia bij de (top)amateurs, maakte Eric Gudde (67) het voetbal in vrijwel al zijn geledingen mee. Vorige week nam hij afscheid als directeur van de KNVB en nu is zijn agenda opeens leeg. Hij ziet er ontspannen uit aan de Kralingse Plas in Rotterdam, zo zonder vergaderingen en afspraken en vastomlijnde toekomstplannen. Maar dit weekeinde wordt er alweer gevoetbald. “Actief JO-10 tegen Be Quick 1887 in Eelde, Groningen. Even bij mijn kleinzoon Sep kijken. En vorige week was ik nog bij Excelsior Maassluis tegen De Treffers. Heerlijk.”

Toen hij in 2017 bij de KNVB in Zeist begon, was een van zijn opdrachten het bij de bond weer naar voetbal te laten ruiken. De KNVB was een instituutje van technocraten geworden, waar de ene interne rel volgde op de andere. Met Gudde kwam er, zo dachten de clubs die hem voordroegen én steunden, weer een echte voetbalman aan het roer. Iemand die als voormalig Feyenoorddirecteur bovendien wist hoe de hazen lopen in het betaalde voetbal.

Wat laat u eigenlijk achter? In hoeverre is uw opdracht geslaagd?

“Waar ik mee aan de slag moest, was in één zin: veranderen, vertrouwen en verbinden. Je zou het eigenlijk aan anderen moeten vragen, maar intern bij de KNVB is dat denk ik heel aardig gelukt. Op voetbalgebied is er veel ten positieve veranderd. Het betaald voetbal en het amateurvoetbal zijn echt naar elkaar toegegroeid. De directies zijn als team gaan samenwerken, dat was daarvoor absoluut niet zo. Dat we de organisatie rondom Oranje naar Zeist hebben gehaald, is een heel goede zet geweest.”

“De aansluiting van het grote Oranje met de vertegenwoordigende jeugdteams daaronder, de trainersopleiding, de veranderingen in het jeugdvoetbal, de groei van het vrouwenvoetbal: daar kijk ik met een heel goed gevoel op terug. Maar ik zie natuurlijk ook wel: extern is het niet gelukt om de clubs en de bond te verbinden. Ik heb partijen niet dichter bij elkaar kunnen brengen. Dat gedeelte is gewoon niet geslaagd, daar draai ik niet omheen.”

Vorig voorjaar werd u nationaal de kop-van-jut toen de competitie moest worden stilgelegd en de sportieve gevolgen daarvan moesten worden bepaald. Heeft u zich in die periode vaak eenzaam gevoeld?

“Nee, niet eenzaam, zo zou ik dat niet noemen. Ik durf echt te zeggen dat ik een team worker ben: zowel bij de KNVB als bij Feyenoord heb ik altijd in hechte directieteams gewerkt en zorgen kunnen delen. Maar ik wist in dat coronadossier wel: dít kan ik nooit goed doen. Als verantwoordelijk bestuurders moesten Jean-Paul Decossaux en ik de knoop doorhakken, dat was helder, maar de reglementen voorzagen totaal niet in een scenario als dit. In 65 jaar was het profvoetbal nog nooit stilgelegd. De weken voor het besluit realiseerde ik me al dat het een duivels dilemma zou worden.”

U kreeg vaak het verwijt moeizaam te communiceren. Clubs zeiden: als je Gudde belt of mailt, hoor je niks terug.

“Dat beeld bestrijd ik. In al die jaren in het profvoetbal ben ik altijd voor iedereen bereikbaar geweest. Maar ik móést me in die periode wel losmaken van alle belangen, die kriskras door elkaar heen liepen. Dit dossier viel niet aan de vergadertafel op te lossen. Er zouden altijd winnaars en verliezers zijn, bij elke denkbare oplossing. Ook intern waren de meningen verdeeld, allerlei polls gaven eenzelfde beeld. Maar die knoop moest worden doorgehakt – daar heb ik nooit voor weg willen lopen.”

Staat u nog achter de beslissing van destijds?

“Het besluit dat we hebben genomen, is nu vrijwel een-op-een opgenomen in de aangepaste reglementen. Dat zegt wel wat. Ik vond, alles opgeteld en afgetrokken: het kan niet zo zijn dat je promoveert terwijl je nog niet gepromoveerd bent. Evenmin als dat je kunt degraderen wanneer je feitelijk nog niet gedegradeerd bent. Dat zie ik nu nog precies zo. Wel ging er natuurlijk op de dag zelf veel mis. Dat het allemaal digitaal moest, met alle complicaties van dien, hielp niet bepaald mee. Aan de manier waarop dat is gegaan, heb ik geen goed gevoel overgehouden. Ik ben ook niet van steen.”

De Graafschap en Cambuur bevochten het besluit tot in de rechtszaal. Frans van Seumeren, eigenaar van FC Utrecht, weigert u tot op de dag van vandaag een hand te geven.

“Dat laatste vind ik wel… hoe zal ik het zeggen? Niveauloos, ja. Ik snap heel goed dat er hevige emoties waren, dat clubs en supporters boos waren. Maar met de mensen van Cambuur en De Graafschap heb ik uiteindelijk weer een ­normale, gezonde werkrelatie gekregen. Ik heb aan Cambuur nog de kampioensschaal uitgereikt. Je kunt het heel erg oneens zijn, maar als je zelf in de voetbalwereld werkt, wéét je volgens mij hoe gevoelig dingen liggen, wat de impact kan zijn van woorden, van een bepaalde houding. Enig wederzijds respect kan geen kwaad in deze wereld.”

U bent thuis bedreigd, u heeft bakken kritiek gekregen, het lijkt almaar harder te worden. Waarom zou iemand met gezond verstand nog in de voetbalwereld willen werken?

“Ik ben gek van sport en gek van voetbal. Daar begint denk ik alles mee. En ik heb een thuis­basis die heel sterk is, die me altijd heeft gesteund. Daarnaast helpt het in deze wereld heel erg om een klein ego te hebben. Als je er waarde aan hecht veel gestreeld te worden, veel op de schouders te worden geslagen, kun je beter wat anders gaan doen. Je moet beslissingen durven nemen. Als je mee gaat buigen met alle meningen en persoonlijke belangen, ben je gezien.”

Dat is de professionele kant. Maar waar heeft u wakker van gelegen?

“Wat me het meest geraakt heeft in al die jaren in dit werk, was een opmerking van mijn zoons, toen er bij Feyenoord van alles speelde. Jesper en Tim zaten nog op school, ze woonden nog thuis, toen Tim op een dag zei: ‘Pap, zullen we weer teruggaan naar ons oude leven? Toen je nog bij de gemeente werkte? Toen was alles nog normaal.’ Dat heeft er wel in gehakt.”

Maakte het kampioenschap van Feyenoord in 2017 dat het allemaal waard?

“Dat was heel bijzonder. Het feest na afloop met de overige directieleden, het samenzijn in de bestuurskamer met de familie. Dat was heel emotioneel. Daar zijn wat tranen gevloeid.”

Is dat niet cynisch: in het voetbal kun je als trainer of bestuurder honderd dingen goed of fout doen, maar een bal op de paal bepaalt vaak je lot. Zowel in goede als in slechte tijden.

“Dat is zo. We gingen bij Feyenoord van een situatie met 30 miljoen euro schuld, naar een eigen vermogen van 30 miljoen. Daar is ongelooflijk hard voor gewerkt door heel veel mensen, maar die titel had veel meer impact natuurlijk – en dat hóórt ook zo. Dat maakt voetbal tot zo’n boeiende en intense wereld.”

“Het geeft wel extra veel voldoening als de dingen, na jaren hard werken, een keer allemaal op hun plek vallen. Dat was bij Oranje ook zo: op het tijdperk Koeman kijk ik met veel voldoening terug. Het is toen echt gelukt Nederland weer van Oranje te laten houden, precies zoal we het ons tot doel hadden gesteld. En net zo ziek was ik afgelopen zomer van die wedstrijd tegen Tsjechië op het EK.”

Is dat ook niet uw valkuil geweest: u bent meer een voetbalman dan een bestuurder.

“Ik ben geen leider die ver boven de partijen hangt en een beetje op afstand aanstuurt, zijn visie geeft. Ik ben heel direct betrokken, hands-on. Neem de hervormingen van de trainersopleiding en het jeugdvoetbal, daar heb ik me ook persoonlijk tegenaan bemoeid, ik ben zelf vele jaren trainer geweest. Niet iedereen vindt dat een leuke eigenschap van mij, maar zo heb ik overal gewerkt.”

Met uw opvolger Marianne van Leeuwen kiest de KNVB voor een heel ander type.

“Dat vind ik niet vreemd, dat gaat wel vaker zo. En dat past misschien ook wel bij de fase waarin de bond nu komt. In 2017 was er heel veel dat direct moest worden opgelost, veelal met een directe link naar voetbal en onze sportieve prestaties. We stonden 21ste op de Fifa-wereldranglijst, we hadden een EK en WK gemist. In Europa deden onze clubs het heel matig. Dat dat nu is omgedraaid, is bovenal de verdienste van de clubs, laat dat glashelder zijn. De KNVB zal altijd een soort NS zijn: als er ergens in Nederland een trein verkeerd rijdt, krijgt het bedrijf de schuld. Soms terecht, soms niet. Toch kan niemand meer zeggen dat het voetbal niet centraal staat bij de KNVB.”

Waarin zag u die cultuuromslag concreet?

“Soms gewoon in kleine dingen. Dat het aan het begin van elk directieoverleg altijd eerst twee uur over voetbal ging, bijvoorbeeld. Over de wedstrijden van het weekend, over spelers, over doelpunten. Mensen moesten daar in het begin soms aan wennen, maar ik heb dat altijd essentieel gevonden.”

Een van uw laatste acties was het binnenhalen van Louis van Gaal. Terugkijkend had u toch al een jaar eerder bij hem moeten aankloppen?

“Ik wás al eens eerder bij Louis geweest, in 2017, nog voor we Koeman aanstelden. Toen gaf hij aan geen functie meer te ambiëren binnen de bond. Na het onverwachte vertrek van Ronald in 2020 hebben we andere afwegingen ge­maakt. Dat heeft niet goed uitgepakt, simpel.”

Maar wij proberen ons voor te stellen hoe zoiets gaat. Dat je als KNVB-top met Frank de Boer praat en concludeert: dít is onze man.

“Wat ik zeg: het heeft helaas niet goed uitgepakt, maar verder wil ik er niet veel over zeggen, want Frank de Boer is een fantastisch mens. Wij hebben hem met ons volle verstand aan­gesteld, we dachten echt dat het een perfecte match was met de staf van destijds. We wilden ook iemand die voor langere tijd bondscoach kon zijn. Dat Louis in juli snel ‘ja’ zei voor de korte periode tot en met het WK 2022, was heel prettig. Hij heeft het ook heel snel op een fantastische manier op de rit gekregen. De sfeer rond Oranje is weer volledig gekeerd, zoals dat onder Koeman ook al was gelukt.”

U zult dáár niet snel de credits voor krijgen.

“Dat hoeft ook niet. Wat ik zeg: als ik publieke waardering en erkenning had willen krijgen, had ik wat anders moeten gaan doen.”

Meer over