PlusAchtergrond

Ongekende tijden Nederlandse autosport: ‘Geniet, want dit is zo voorbij’

Een week na de historische zege van Max Verstappen in Monaco start met Rinus van Kalmthout zondag ook een landgenoot als favoriet in de Indy 500. Ongekende tijden voor een klein raceland als Nederland, maar blijft dat zo?

Rinus van Kalmthout tijdens de kwalificaties voor de Indianapolis 500. Beeld AP
Rinus van Kalmthout tijdens de kwalificaties voor de Indianapolis 500.Beeld AP

Waar wappert het rood-wit-blauw tegenwoordig niet boven het asfalt? Met het succes van Max Verstappen is het Wilhelmus in de Formule 1 een bekend riedeltje geworden. Robin Frijns en oud-Formule 2-kampioen Nyck de Vries leiden het Formule E-kampioenschap. Rinus ‘Veekay’ zet ons land in Amerika op de kaart. Bij de vrouwen (Beitske Visser), de virtuele kampioenschappen (Jarno Opmeer), in de opstapklasses (Richard Verschoor) en bij het lange-afstandracen (Renger van der Zande), overal weet Nederland het gaspedaal te raken.

Maar is het succes van nu als fundament wel stevig genoeg om iets structureels op te bouwen? En waarom komt er nu zoveel bij elkaar?

Robert Doornbos, zelf actief geweest in de Formule 1 en IndyCar moet even nadenken. “Het zijn ook gewoon fases,” vreest de Rotterdammer, nu actief als analist namens Ziggo.

Alles ophangen aan het ongekende Formule 1-verhaal van Verstappen, vindt Doornbos te makkelijk. “Het talent dat er nu is, was er vijf jaar terug ook al. En het werkt echt niet zo dat je meer kansen krijgt, omdat een landgenoot van je toevallig succesvol is.”

Zichtbaarder

Wel zijn Nederlanders nu wat zichtbaarder, merkt Allard Kalff. “De verdienste van Max,” zegt de presentator en ex-coureur. “Natuurlijk is de aanwas ook wel eens minder geweest. En hoe dat komt? Tja… In de sport kun je veel afdwingen, maar niet hoe buitengewoon getalenteerd een generatie is. Dat blijft een golfbeweging.”

Sportbonden grijpen zo’n momentum graag aan om met gouden plannen potjes omgekeerd te krijgen bij NOCNSF. Autosportbond Knaf zou het graag zo zien. Maar een potje blijkt in de geldslurpende racerij vaak zo weer leeg. “Zelfs meedoen aan een instapklasse als de Formule 4 kost al een godsvermogen,” moppert Kalff. “De tijd dat je met beperkt budget nog succes kon boeken, is voorbij.”

Dus moet de Knaf slim investeren. Met het Talent First-programma, waar Verstappen en Van Kalmthout beiden onderdeel van uitmaakten, ligt de focus volledig op talent. Met een fysiek en mentaal opleidingstraject en uren maken op de simulator. “Het budget om daarna een stap te maken, dáár is de coureur zelf verantwoordelijk voor,” verduidelijk directeur Maarten van Wesenbeeck.

Jonge gasten

Die begeleiding van jonge gasten kan nog ‘veel beter’, merkte Max Verstappen onlangs op. Net als Verstappen heeft ook Kalff zo zijn twijfels over de aanpak van de Knaf. “Mentale begeleiding als je nog in de kart zit? Een coach voor jongens die net in de Formule 4 racen? Onderaan de piramide moet je nog met twee vingers in je neus kunnen winnen. Hoe denk je anders de top te halen?””

Graag gaat Van Wesenbeeck het gesprek aan met Verstappen en andere (ex-)coureurs om te leren. “De kennis en kunde die ze hebben, is redelijk uniek,” beseft de directeur, die met bestuurslid Ho-Pin Tung alvast een prima sparringpartner aan boord heeft.

Een structurele talentenfabriek opzetten, dat blijft lastig in een door centen gedomineerd speelveld vol miljardairszoons en zoons van bekende coureurs. “Tegen sommige budgetten kunnen wij gewoon niet op,” weet Van Wesenbeeck, die wel hoopt dat de Dutch GP en hopelijk een Formule E-race voor nog een extra impuls zorgen voor de autosport in Nederland. “Juist omdat het laat zien hoe groot de sport hier kan zijn.”

Rinus van Kalmthout onderweg op de Motor Speedway in Indianapolis. Beeld AP
Rinus van Kalmthout onderweg op de Motor Speedway in Indianapolis.Beeld AP

Doornbos twijfelt of het zo werkt. Laatst was hij voor het eerst in jaren weer eens op een kartbaan, waar het barstte van de jonge ventjes. “Allemaal dromend van succes. Maar daar moet je wel op inspringen en Nederland is niet heel professioneel,” weet hij. “Welke raceklasses zitten hier nou? Er is niks. Ik moest ook al vroeg naar het buitenland.”

Graag wil Doornbos de credits geven aan Jumbo dat al jaren in coureurs investeert. Ook daar speelt toeval een grote rol met raceliefhebber Frits van Eerd als topman, zelf coureur van Racing Team Nederland. Jumbo trekt de portefeuille, wie volgt? Zelfs in de Formule 2 is het schrapen voor coureurs als Richard Verschoor en Bent Viscaal.

Wen daarom niet te veel aan het succes van nu, waarschuwt Doornbos. “Laten we maar genieten van het moment,” stelt hij voor. “Koester dit, het is weer voorbij voordat je het weet.”

Meer over