PlusInterview

Olympisch kampioen Nicolien Sauerbreij vergat te genieten van haar unieke gouden medaille: ‘Je gaat maar door en door en door’

Vrijdag beginnen de Olympische Spelen in Peking. Nicolien Sauerbreij (42) won in 2010 goud op haar snowboard en is nog altijd de enige Nederlandse olympiër met een medaille in de sneeuw. ‘Mensen vertelden me hoe mooi en uniek het was. Twee jaar later had ik dat besef zelf nog steeds niet.’

Pim Bijl
Nicolien Sauerbreij wint goud op de Spelen in Vancouver, 2010. Beeld Streeter Lecka/Getty Images
Nicolien Sauerbreij wint goud op de Spelen in Vancouver, 2010.Beeld Streeter Lecka/Getty Images

Als Nicolien Sauerbreij praat, praten haar handen mee. Ze vertelt enthousiast, de ene na de andere zin volgt in rap tempo – begeleid door grootse gebaren. Nu zwaait ze met haar rechterhand vlak over de tafel en lanceert bijna de ­mobiel die voor haar neus ligt om het gesprek op te nemen. “Doet ie het nog?” vraagt ze, hardop lachend, als ze de telefoon weer recht heeft gelegd. “Want als je dit snelle gekakel uit het hoofd zou moeten reconstrueren...”

Hollen en amper stilstaan. Aan het einde van een dag vraagt ze zich geregeld af: wat heb ik ­eigenlijk allemaal gedaan vandaag? “Het zal een beetje de aard van het beestje zijn,” zegt ze. “Een bezig bijtje, maar wel prima. Mijn ouders zijn ook van die duracellkonijntjes. Dus ja: het zal wel in de genen zitten.”

In 2015, na achttien jaar snowboarden aan de wereldtop, stopte de olympisch kampioen van 2010. Een groots afscheid hoefde van haar niet, waardoor mensen haar nog altijd vragen hoe het met haar trainingen gaat. Terwijl ze inmiddels druk is met, tja, van alles. Met de massagepraktijk die ze heeft met haar zus Marieke, het geven van massages aan gehandicapten, online trainingen, haar werk voor a.s.r. Vitality, presentaties, het begeleiden van jong sporttalent – onder wie de 16-jarige snowboarder Youri Zorge – en bij de komende Winterspelen weer commentaar geven voor Eurosport. In 2019 deed ze mee aan het programma Dancing on Ice. “Ik ga daar waar de wind waait.”

Op de eenwieler

Tot haar vierde kon je haar nog in een zandbak zetten, alleen laten en dan uren later nog altijd naar schelpjes in het zand zien zoeken. Daarna kreeg ze vertrouwen, werd ze een leiderstype en durfal en was ze altijd op zoek naar iets nieuws om onder de knie te krijgen. Ging ze op een eenwieler boodschappen doen, om maar iets te noemen. Over haar uitbundige, soms roekeloze zus werd ondertussen gezegd: het zou mooi zijn als haar kop er nog op zit op haar 18de. Kinderen van de natuur. Altijd buiten. Of anders wel apenkooien in de woonkamer.

Het nieuwsgierige, leergierige, energieke en bezetene in haar karakter en de avontuurlijke inborst van haar ouders hielpen bij de intense zoektocht naar succes op het snowboard. Hoe was het anders mogelijk geweest dat zij, Nicolien Sauerbreij, uit een land zonder bergen, op die vrijdagochtend in 2010 boven op Cypress Mountain in de dikke mist en tussen de harde windstoten naar olympisch goud op de parallel reuzenslalom ging.

Waxincident

“Als schaatser is er een bepaalde route die je kunt volgen. Er zijn gewesten, commerciële teams. Dat heb ik niet gekend. Er was niks. Wilde je iets, dan was het aan jezelf om mensen om je heen te verzamelen. Maar het paste wel bij wat ik heb meegekregen van mijn ouders: niet denken in grenzen, maar in mogelijkheden.”

De weg naar dat hoogtepunt was lang, nog nooit bewandeld en verliep allesbehalve vanzelf, benadrukt ze deze middag. Vader Maarten was skileraar, dat hielp. Maar niets was uitgestippeld, alles heeft ze zelf moeten uitvinden.

Bekend is het waxincident als medaillekanshebber op de Spelen van 2002. Maar er waren ook fysieke tegenslagen, waaronder een hernia, de voortdurende onvrede over het gebrek aan steun van de bond en NOC*NSF, de financiële moeilijkheden, de eeuwige tripjes met de camper om maar in de sneeuw te kunnen trainen.

Nicolien Sauerbreij: ‘Mijn ouders zijn ook van die duracellkonijntjes. Dus ja: het zal wel in de genen zitten.’ Beeld Marlies Wessels
Nicolien Sauerbreij: ‘Mijn ouders zijn ook van die duracellkonijntjes. Dus ja: het zal wel in de genen zitten.’Beeld Marlies Wessels

Als ze het allemaal zo opsomt, begrijpt ze hoe uniek haar gouden medaille is. Vreemd dat ze dat lange tijd niet zo heeft gevoeld. “5,5 miljoen mensen hebben mij toen gezien. In de maanden daarna kwamen mensen op me af. Ze bedankten me, vertelden waar ze waren geweest op dat moment en hoe mooi en hoe uniek het wel niet was. En ik ging aan mezelf twijfelen. Want dat besef had ik zelf niet gehad. En ruim twee jaar later had ik dat nog steeds niet.”

Nee?

“Nooit!”

Waardoor kwam dat?

“Je gaat maar door en door en door. Ik heb echt van weinig dingen spijt, maar iets meer bewustwording van wat je aan het doen bent, waar je bent en wat je resultaat waard is, was fijn geweest. Bij ons was eind maart het seizoen klaar en dan was er een week vakantie voor ik nieuw materiaal ging testen in het buitenland. Van april tot eind oktober zat ik om de twee weken op de gletsjer en de rest van de winter was er ­altijd een volgende trip naar een wedstrijd.”

“Het reizen is mooi, zeker in het begin, maar ik wist soms niet meer of ik op het vliegveld in New York of Tokio was. Je volgt de kudde naar de gate, gooit er een slaappil in en wordt op een ander vliegveld wakker. Vaak was er één dag om thuis de tas te pakken en met heel veel geluk tikte ik dan mijn eigen bed één nacht aan.”

Een gesjeesd leven.

“Absoluut. Dat was het. En Vancouver is het allermooiste voorbeeld. Op 26 februari won ik, op de 27ste was de sluitingsceremonie, op de 28ste vlogen we naar huis, op de 29ste ging ik naar de koningin om geridderd te worden en diezelfde avond vloog ik naar Moskou voor een wedstrijd, anderhalve dag daarna meteen door naar Italië waar ik in de wereldbeker het algemeen klassement won. Nou, dan heb je dus ergens tussendoor ook olympisch goud gewonnen. Dat was waarom ik helemaal niet besefte wat ik had ­gedaan. Alleen maar sjezen-sjezen-sjezen.”

Voor ze het wist stond de eerste wereldbeker van het postolympische seizoen voor de deur. “Twee dagen van tevoren dacht ik ineens: ik kan niet meer, ik ben ka-pot.” Ze ging van start, natuurlijk, maar het werd geen goed seizoen. “Ik was dichter bij huilen dan lachen. Gewoon over de grens. Maar waar of wanneer herstel je? Niet. Gewoon niet naar jezelf luisteren.”

Nicolien Sauerbreij in actie op Cypress Mountain, tijdens de Olympische Spelen in Vancouver. Beeld ADRIAN DENNIS/AFP
Nicolien Sauerbreij in actie op Cypress Mountain, tijdens de Olympische Spelen in Vancouver.Beeld ADRIAN DENNIS/AFP

Aan het einde van dat seizoen ging ze met haar zus naar een all-inclusivehotel op Gran Canaria. Voor het eerst nam ze rust. Eén week. Jaren op of over het randje hadden erin gehakt. Een jaar later was er nog steeds die gedachte: het halen van goud was een roes. “Ik was nog geen ochtend opgestaan met een bijzonder ­gevoel. Best wel bizar en best wel zonde.”

Ring van goud

Ze moest iets. Misschien toch een tatoeage, dacht ze even. “Dat hebben toch al die sporters? Maar ik had er het lef niet voor.” Overal waar ze kwam, zag ze monden openvallen als ze haar gouden medaille meenam. Ineens wist ze het: ze zou er een ring van laten maken.

Dus ging ze naar een chique juwelier. Ze pakte ‘het ding’ uit haar zak en ‘gooide ’m’ op de toonbank met de boodschap: hier wil ik een ring van laten maken. Bedrijfsleider erbij, zo simpel als zij dacht was haar vraag niet. Of er behalve goud ook koper in zat? Inderdaad. Volleyballer Bas van de Goor liep inmiddels met een zwaar gehavende medaille rond. “Écht heel zonde. Want als koper is beschadigd en in aanraking komt met zuurstof, gaat het oxideren. Bas heeft dus gewoon een verschrompeld klompje aan een touwtje zitten. Dat wilde ik nou weer niet.”

Maar het kwam goed. Het goud werd van de buitenkant van haar medaille gevijld, gesmolten en gevormd tot een ring. “Omdat ik zo wapper met mijn handen, zie ik ’m vaak. Heb ik dus vaker door dat ik iets bijzonders heb gedaan.”

Leven op het randje

Op een snowboard staat ze niet graag meer, maar de aard van het beestje is onveranderd. Ze is benieuwd naar de spannende wending die haar leven kan krijgen als ze vol voor iets gaat. De keerzijde: levend op het randje of erover. ­Altijd op zoek naar de balans. Het randje blijft ook zonder al dat gereis rond de wereld lonken.

Waarom ze al die dingen toch aangrijpt? “Dancing on Ice vond ik bijvoorbeeld te gek. Vijf maanden weer als topsporter leven, zestig uur in de week. Maar het was ook heftig, bijna geen daglicht zien. Volledig buiten mijn comfortzone, want ik beheerste het totaal niet. En toen dat afgelopen was, werd ik ziek. Op 16 maart ging de lockdown in, op 21 maart kreeg ik corona. Ik was een van de eersten en echt zo slap als een vaatdoek. In die zomer moest ik opbouwen van wandelen naar een paar minuten hardlopen. De hel. Alles was te veel. En niemand ziet iets aan je.”

Maar spijt? Niet of nauwelijks. “Inderdaad, ik moet om de paar jaar even de uitknop indrukken. Dan val ik nog meer terug op de basis die mij als sporter ook altijd zo ver heeft gebracht. Goed slapen en gezond eten. Genieten met vrienden. Natuurlijk wil ik niet opnieuw bijna overspannen raken. Die voortdenderende trein wil ik niet, maar als ie voorbijkomt, spring ik er toch weer op. Dan denk ik toch weer: dat juist ik dat nou mee mag maken. Dat is waar de spanning zit.”

Meer over