PlusExclusief

Met het overlijden van Reinier Paping verliest Nederland één van zijn grootste sporthelden ooit

Met het overlijden van Reinier Paping verliest Nederland één van zijn grootste sporthelden ooit. De op 90-jarige leeftijd gestorven inwoner van Zwolle was de winnaar van de meest heroïsche wedstrijd uit de nationale sportgeschiedenis: de Elfstedentocht van 1963.

Ralph Blijlevens
Reinier Paping wint de Elfstedentocht in 1963 Beeld anp
Reinier Paping wint de Elfstedentocht in 1963Beeld anp

Ongekend groot en tot ieders verbeelding sprekend, maar tegelijkertijd ook o zo bescheiden en normaal gebleven. Een dag voor zijn 90ste verjaardag opende hij dit jaar de voordeur van zijn rijtjeswoning in Zwolle, waar hij als 89-jarige nog zelfstandig woonde. Kleine pretoogjes die het bezoek vriendelijk bestudeerden, maar onderweg naar de woonkamer ging het al meteen over de Tocht der Tochten. Zijn Elfstedentocht, die hem van de ene op de andere dag wereldberoemd in Nederland maakte.

Paping was tot 18 januari 1963 sportleraar en een vrijwel onbekende schaatser, die nog nooit een prijs had gewonnen. Vooruit, enkele keren Overijssels kampioen uitgezonderd. Als lid van de kernploeg deed de in Dedemsvaart geboren schaatser enkele malen mee aan het NK allround, maar verder dan een vierde plaats kwam hij niet. Op het EK in het Zweedse Falun eindigde hij in 1955 als dertigste.

In één klap Bekende Nederlander

Na de legendarische Elfstedentocht van 1963 was het gedaan met de anonimiteit van Paping. Dat kwam niet alleen vanwege zijn sportieve prestaties op het ijs, maar ook omdat de twaalfde editie van de Elfstedentocht het eerste grootschalige evenement in de buitenlucht was dat rechtstreeks op de Nederlandse televisie werd uitgezonden. Na 10 uur en 59 minuten zwoegen over erbarmelijk slecht ijs in Friesland kwam Paping als eerste over de streep in Leeuwarden. Het maakte hem in één klap ‘Bekende Nederlander’.

Het waren bovendien de weersomstandigheden en toestanden onderweg, die de deelnemers aan de Elfstedentocht voor hun kiezen kregen, die de heldenstatus van de onverzettelijke overwinnaar nog verder deed stijgen. Friesland was die dag in januari veranderd in Siberië. Bij de start vroor het achttien graden, maar stond de wind nog vlak. Dat veranderde in de loop van de dag, een harde oostenwind zorgde voor een zeer lage gevoelstemperatuur. Door sneeuwstormen was er vrijwel geen zicht en het ijs was ook nog eens van een dergelijke kwaliteit dat je amper van een schaatsvloer kon spreken.

Hel van ’63

Tekenend zijn de volgende cijfers: van de 9862 gestarte schaatsers (568 wedstrijdrijders en 9294 toerrijders) haalden er 126 na 200 barre kilometers de eindstreep. Slechts 57 wedstrijdrijders en 69 toerrijders doorstonden de ‘Hel van ‘63’. Met Paping als snelste, met een voorsprong van 22 minuten op de nummer 2. Terwijl hij onderweg ook nog eens uitgebreid de tijd had genomen om wat oefeningen te doen voor zijn vermoeide benen, nadat hij op een van een bromfietsrijder geleende leren jas was gaan liggen.

Twee jaarkaarten voor de ijsbaan in Deventer en een zilveren sigarettendoos: dat ontving Paping na zijn zege in de twaalfde Elfstedentocht. Onmeetbaar groot waren echter de roem en waardering. Op de laatste dag van 1999 werd Paping via een NOS-enquête uitgeroepen tot sportman van de eeuw. Vijftig jaar na zijn zegetocht kreeg Paping zijn eigen postzegel.

Eigen sportzaak

Na zijn sportcarrière opende Paping in Zwolle een eigen sportzaak. Bezoekers kwamen uit alle windrichtingen. Niet zozeer om spullen te kopen, maar wel om eens de sportheld in levenden lijve te kunnen zien. Wie wel in zijn winkel kwam voor schaatsen, was de latere tweevoudig Elfstedentochtwinnaar Evert van Benthem (1985 en 1986). In de hal van zijn woning stonden dit jaar nog diverse attributen, ooit meegekomen vanuit de sportzaak. Paping kon er geen afscheid van nemen.

Zelf schaatsen deed Paping, die vier heupoperaties onderging, al heel lang niet meer. Met twee kunstheupen fietste hij nog wel op latere leeftijd wekelijks een aantal keer rondom Zwolle. “Ik ben een beetje doof aan mijn linkeroor en ik vergeet weleens namen. Daarom schrijf ik nu alles op,” sprak hij in het Algemeen Dagblad tijdens een interview bij zijn 90ste verjaardag. “Ik hoop dat volgende winter weer eens een Elfstedentocht kan worden gereden, dit jaar waren we er dichtbij. Maar zo zwaar als toen wordt het nooit meer, dat weet ik zeker.’’

Hij lachte er hartelijk bij.