PlusInterview

Marathonlopers Abdi Nageeye en Bashir Abdi: ‘Als je voor eigen succes gaat, kun je ook de ander helpen’

Met hun sprint naar zilver en brons op de Spelen veroverden Abdi Nageeye en Bashir Abdi de wereld. In de aanloop naar hun Marathon Rotterdam spreken zij over die olympische sprint en hun bijzondere vriendschap. ‘Samen zijn wij sterk.’

Pim Bijl
Abdi Nageeye (r) is op weg naar het zilver op de marathon van de Spelen in Tokio, maar hij moedigt zijn vriend Bashir Abdi aan om door te zetten voor brons.  Beeld Giuseppe Cacace/AFP
Abdi Nageeye (r) is op weg naar het zilver op de marathon van de Spelen in Tokio, maar hij moedigt zijn vriend Bashir Abdi aan om door te zetten voor brons.Beeld Giuseppe Cacace/AFP

De ene Abdi moet deze donderdagmiddag nogal lang wachten op de andere Abdi. Anderhalf uur later dan gepland komt Abdi Nageeye (33) in het atletenhotel aan, maar eenmaal begonnen haalt Bashir Abdi (33) liefdevol zijn herinnering op aan de eerste ontmoeting in 2008, als onervaren junioren op het EK cross in Brussel. “Het was in het Park van Laken op koninklijke grond,” zegt Bashir Abdi. “Je verwacht daar nog eerder een lid van de koninklijke familie die een wandeling maakt, dan een Somaliër die Nederland vertegenwoordigt.”

Abdi Nageeye: “Ik dacht: hé, iemand van ‘mijn soort’ die ook loopt. Het was onbekend terrein voor ons. Maar we zagen elkaar en Mo Farah voor Groot-Brittannië en Mustafa Mohamed voor Zweden. Het was fijn om te zien dat het kon. Als we het goed zouden doen, konden we erbij horen. Daarom is het ook belangrijk dat je in de maatschappij verschillende voorbeelden hebt, van verschillende afkomsten.”

Bashir: “Wat je op de Spelen zag, die vriendschap, die begon in 2008.’’

Het waren beklijvende beelden op 8 augustus vorig jaar in Sapporo. Eliud Kipchoge, de beste marathonloper aller tijden, was al binnen. De strijd om de tweede, derde en vierde plaats ging het tussen de twee Abdi’s en de Keniaan Lawrence Cherono. In de laatste honderden meters kondigt Nageeye eerst zijn versnelling aan en nadat hij Cherono heeft gepasseerd, is zijn blik nauwelijks op de finish gericht. Veel vaker kijkt hij om, moedigt hij druk gebarend zijn grimassende vriend aan. Kom mee, gebaart hij.

En Bashir Abdi volgt. Ze delen niet langer alleen hun bijzondere levensloop als vluchtelingen die op jonge leeftijd van Somalië naar Europa trokken, hun liefde voor het lopen en de intensieve gezamenlijke voorbereiding op de Spelen. Ze delen nu ook het olympisch podium.

Bashir, had jij brons gehaald in Sapporo zonder al die wilde handgebaren van Abdi?

Bashir: “Ik denk het niet. Ik had het héél moeilijk, al vanaf 40 kilometer. De gebaren hebben mij enorm gemotiveerd. Plotseling waren de twijfels weg, geloofde ik erin.”

Abdi, dit was de prestatie van jouw leven, deze zilveren medaille. En toch was jij in de laatste honderden meters dus met een ander bezig.

Nageeye: “Bij 39 kilometer begon het al. Het ergste wat je dan kunt doen bij iemand die kramp heeft, is versnellen. Ik besloot te wachten, ook omdat ik vertrouwen in mezelf had. Waarom zou ik nu gaan versnellen, terwijl ik wist: het eerste slachtoffer kan Bashir zijn? Ik had genoeg munitie.’’

Het was voor veel mensen een van de mooiste verhalen van de Spelen, maar wat heeft het voor jullie betekend?

Nageeye: “Onze vriendschap is nog sterker geworden. En het geloof: als je voor eigen succes gaat, kun je ook de ander helpen. Heel veel Ethiopiërs en Kenianen werken niet samen in toernooien. Wij hebben beide landen, die heel sterk zijn in het lopen, een klap gegeven. Voor Ethiopiërs was het echt een leermoment. Daar hebben veel bekende coaches het over ons gehad, en dat zij ook moeten samenwerken in plaats van elkaar kapotlopen.”

Ik kan me voorstellen dat het ook weleens andersom is geweest. Dat jij, Bashir, dan Abdi op sleeptouw nam.

Bashir: “Wat je in Sapporo ziet, doen wij al jaren in trainingen. De ene dag ben ik beter, de andere dag is Abdi beter. Vorig jaar sloot Abdi bij onze groep in Ethiopië aan, na jaren in Kenia te hebben getraind bij de groep met Kipchoge. Ik weet nog dat hij klaagde, want wij deden meer kort snelheidswerk op de baan. Ik was vaak een stuk beter, voor zijn lichaam was het een shock. Dan hielp ik hem vaak.”

Met een vrolijke grijns: “Het enige verschil: waar Abdi het deed in de finale van de Olympische Spelen, waar de hele wereld naar keek, zag bij mij niemand het, behalve de coach. Helaas.”

Hoe was het om vervolgens terug te keren naar Kenia en Ethiopië, waar jullie trainen, maar waarvan jullie ook lopers hadden verslagen in de strijd om het zilver en brons?

Nageeye: “In Kenia waren er ook veel negatieve berichten op sociale media, maar de atleten en de weldenkende mensen vonden onze samenwerking mooi.”

Bashir: “In Ethiopië zijn we plotseling heel populair. Iedereen wil bij ons trainen. Als wij een lange duurloop gaan doen, is er ineens een of andere coach in de buurt die kijkt hoe wij trainen. Wij doen het anders. Wij gaan eerst opwarmen, lekker klaarmaken. Zij doen het normaal gesproken zo: héél vroeg opstaan, elke ochtend om vier uur gaan trainen. Wij doen het gewoon op z’n Europees. Opstaan, een lekker ontbijt, koffie. Pas gaan trainen als het lichaam op honderd procent zit.”

Nageeye is met 2.06.17 Nederlands recordhouder op de marathon, twee maanden na de Spelen verbeterde Bashir in de (uitgestelde) Marathon Rotterdam met 2.03.36 het parkoers-, Belgisch én Europees record. Zelden komen ze nog in het door burgeroorlogen geteisterde land waar ze in 1989 werden geboren. Te gevaarlijk, te onzeker. Nageeye keerde er afgelopen najaar terug, zijn vorige bezoek was in 2003.

Wat heeft jullie prestatie in Somalië losgemaakt?

Nageeye: “Heel veel. Somalië is een land met ontzettend veel problemen. Dat komt eigenlijk omdat mensen niet willen samenwerken. Mensen zagen nu: broederschap is heel belangrijk. Het zorgde voor trots.”

Wat dat betreft was het iets symbolisch.

Bashir: “Absoluut. Abdi is er geweest, ik zag op sociale media dingen voorbij komen en kreeg het gevoel dat onze prestatie de hele Somalische gemeenschap even had verenigd. Al dertig, vijfendertig jaar is er heel veel verdeeldheid. Terwijl, zoals Abdi zegt, het een land is met één volk, één geloof, één zelfde taal. Maar nu zagen ze zoiets, op het hoogste niveau van sport.”

Dat maakt jullie vast heel trots.

Nageeye: “Zeker. Ik zeg altijd: ik ben fifty-fifty – half Somaliër, half Nederlands. Zo denk ik ook en gedraag ik mij ook. Ik ben trots op de cultuur in Nederland, heb geen identiteitscrisis, maar als je kijkt waar wij vandaan komen, wat wij allemaal hebben meegemaakt, waar we zijn begonnen, dat we aan het struggelen waren toen we ruim tien jaar geleden in Kenia en Ethiopië gingen trainen… Dat we dan vandaag de dag in beide landen, in beide culturen groot zijn, daar kan ik alleen maar trots op zijn.”


Bashir: “Ik denk dat wij meer dan atleten zijn, ik denk dat wij brugfiguren zijn tussen twee continenten. Na de finale van de Spelen hebben wij voor onszelf alleen maar de wens om nog meer projecten te realiseren, nog meer mensen helpen. We hebben allebei onze eigen stichting. Die van mij is inmiddels al zes jaar actief in Gent om kinderen die dat niet hebben de mogelijkheid geven om te sporten. Dat willen wij ook doen in minder ontwikkelde landen. Het is fantastisch om daarnaar te streven, zowel hier in Europa als in ons land van herkomst.”

Wat maakt jullie tot zo’n geschikt duo?

Bashir: “Abdi is een kopie van mij. We hebben heel veel gelijklopende verhalen. We zijn beide een Abdi. Bij hem is het zijn voornaam, bij mij mijn achternaam. Dezelfde leeftijd. Dezelfde periode begonnen met hardlopen, allebei na te hebben gevoetbald. We hebben heel veel dezelfde interesses. En we hebben beiden een gezin. Zo lang weg zijn van familie, die opoffering, dat is iets dat niet iedereen aankan. Als je op dat moment iemand hebt die hetzelfde verhaal heeft, begrijp je elkaar beter. Zeker als het minder goed gaat aan het thuisfront steunen wij elkaar. Ik zit 8000 kilometers van thuis, van mijn gezin, en kan dan niets betekenen. Dat is heel moeilijk.”
Nageeye: “De marathon begint voor mij al in de voorbereiding. Hopen dat je al die trainingen overleeft. De rust houden. Niet de dagen gaan tellen. Ik heb al vier kinderen nu. Ik zal je vertellen: als ik met thuis bel, is het niet heel romantisch. Dan is het: gaat het goed, iedereen gezond? Oké, doei!”
“Die weg is al heel lang en zwaar voor ons, en dan is de twee uur durende race vervolgens zo onvoorspelbaar: je kunt een steek krijgen, vallen, dat die finish zo ver weg lijkt. Met 22 kilometer per uur moet alles goed gaan. Als het niet goed gaat, dan heb je zes maanden … verpest, om het netjes te zeggen. Die hele weg maken wij samen mee.”

Jullie zijn allebei voorzichtiger dan normaal, met het uitspreken van doelen voor de Marathon Rotterdam zondag.

Bashir: “De vorige editie in Rotterdam was een van mijn mooiste herinneringen, maar heeft mij ook veel miserie bezorgd. Door alle leuke verplichtingen, de gala’s, huldigingen, awards daarna ben ik niet genoeg hersteld. Ik probeer mij zondag te focussen op het publiek en de sfeer. De marathon begint pas na dertig kilometer. Dan begint alles leeg te lopen, pijn te krijgen, ondanks dat je die benen hebt, moet je, zoals Eliud Kipchoge zegt, lachen met de pijn.”
Nageeye: “Elke keer als ik iets roep wordt vervolgens alles anders. Ik wil zien hoeveel er van mijn nationaal record af kan, maar de marathon hangt van zoveel factoren af. Ik moet een keer mijn mond houden.”
Bashir: “Maar voor alle duidelijkheid: dit is wel ónze wedstrijd. Ik zou het fantastisch vinden mocht Abdi of ik winnen.”

Meer over